AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep UWV ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van 2 mei 2025, waarin haar beroep tegen het besluit van het UWV van 29 augustus 2024 niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank had het beroep destijds ongegrond verklaard omdat het bezwaarschrift niet voldeed aan de vereisten van artikel 6:5 lid 1 AwbPro, met name vanwege een onvoldoende concrete omschrijving van het bestreden besluit.
De rechtbank heeft in deze verzetprocedure beoordeeld of het terecht was dat zij destijds geen zitting hield omdat er geen twijfel over de uitkomst bestond. De rechtbank concludeert dat opposante geen geldige reden heeft gegeven waarom zij het niet eens is met de eerdere uitspraak, zodat het verzet ongegrond is.
De uitspraak van 2 mei 2025 blijft daarmee in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/5957-V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 op het verzet van
[persoon] , te [plaats] , opposante,
(gemachtigde: mr. L.J. Schippers),
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat opposante heeft ingediend tegen het besluit van UWV van 29 augustus 2024.
In de uitspraak van 2 mei 2025 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Opposante is tegen deze uitspraak in verzet gegaan.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 2 mei 2025 het beroep ongegrond verklaard, omdat het bezwaarschrift van opposante niet aan de genoemde vereisten van artikel 6:5 eerstePro lid, van de Awb voldoet. Opposante heeft in haar bezwaarschrift niet een voldoende concrete omschrijving gegeven van het besluit waartegen haar bezwaar gericht is. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft met zijn beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2025 niet juist was.
3. Uit de brief die opposante na de uitspraak van 2 mei 2025 heeft gestuurd en die is aangemerkt als verzetschrift is niet op te maken waarom opposante het niet eens is met de uitspraak van 2 mei 2025. Nu opposante geen geldige reden heeft gegeven heeft de rechtbank het beroep terecht ongegrond verklaard.
4. Dit betekent dat het verzet ongegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank van 2 mei 2025 in stand blijft.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Schnitzler, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier .De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025.