Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Utrecht,
Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering, gevestigd in Utrecht,
1.Het verloop van de procedures
- een bericht van de moeder van 30 oktober 2025;
- een bericht van de moeder van 25 november 2025;
- een verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 2 december 2025;
- een bericht met bijlagen van de GI van 4 december 2025;
- een bericht met bijlage van de moeder van 9 december 2025.
- een verzoekschrift met bijlagen van de moeder van 2 december 2025;
- een bericht met bijlage van de moeder van 9 december 2025.
- de moeder met haar advocaat;
- de pleegouders met hun advocaat;
- [A] en [B] , vertegenwoordigers van de GI;
- [C] , vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad);
- [informante] , een vertegenwoordiger van Levvel.
2.Waar de procedure over gaat
Op 9 juni 2023 verleende de kinderrechter opnieuw een machtiging tot uithuisplaatsing. [minderjarige] is toen bij de pleegouders ondergebracht.
- vanaf 1 januari 2026 vier omgangen om de week op vrijdag, uitgebreid naar 2 uur;
- vanaf 1 maart 2026 om de week een woensdagmiddag vanaf ophalen op school tot ophalen door pleegvaders bij verzoekster. Eerst om 15:00 uur en dit per keer met een half uur uit te breiden tot 17:30 uur;
- vanaf 1 mei 2026 om de week een zaterdag van 10:00 uur tot 17:30 uur;
- de GI te veroordelen tot medewerking aan de nieuwe omgangsregeling;
- de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.De beoordeling
De moeder is het daarentegen niet eens met de conclusie van de GI dat er niet meer wordt gewerkt aan thuisplaatsing van [minderjarige] en verzoekt daarom ook tot een contra-expertise. De moeder heeft daar verschillende redenen voor gegeven. De moeder stelt onder meer dat er nooit een duidelijk plan is geweest vanuit de GI voor terugplaatsing bij de moeder en dat de GI onvoldoende regie daarop heeft gevoerd. De moeder diende zich aan teveel regels te houden tijdens de omgang die voor de moeder onvoldoende begrijpelijk waren. De moeder heeft verder naar voren gebracht dat het perspectiefbesluit is genomen op basis van een onderzoeksverslag van Levvel, terwijl deze informatie verouderd is. Volgens de moeder is van de gestelde problematiek geen sprake meer. De moeder stelt verder dat de informatie niet objectief tot stand is gekomen. De moeder heeft verder naar voren gebracht dat het onderzoek is gedaan in een periode van verdriet en stress omdat de moeder en [D] in die periode hun zoontje [E] zijn verloren. De bevindingen zijn volgens haar daarom niet representatief. Ook de heroverweging van 6 oktober 2025 is gebaseerd op verouderde informatie en is onvoldoende gemotiveerd. Verder stelt de moeder dat zij geen eerlijke kans heeft gehad. Alles wat zij heeft gedaan sinds februari 2025 is ongezien en gehoord gebleven. Zij heeft nauwelijks omgangsmomenten gehad tijdens het eerste half jaar van 2025 en er is geen contact opgenomen met haar vaste begeleiders en haar GGZ-behandelaar voor het verkrijgen van informatie over haar ontwikkeling en ook daarvoor niet bij het bepalen van het perspectief. Verder verloopt de omgang tussen de moeder en [minderjarige] in de ogen van de moeder goed en is het niet aan de moeder te wijten dat de omgang niet verder is uitgebreid. De moeder concludeert dat het passend is dat er een nieuw onderzoek wordt gedaan door een deskundige, die wordt benoemd door de rechtbank. Deze deskundige kan dan antwoord geven op verschillende vragen, waartoe de moeder een aantal voorstellen heeft gedaan.
4.De beslissing
13 februari 2026;
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.