De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 29 december 2025 een verzoek van de vader om een omgangsregeling en medegezag over zijn twee minderjarige dochters vast te stellen. De kinderen wonen bij de moeder, die momenteel het gezag uitoefent. De vader erkende de kinderen, maar was de afgelopen vier jaar niet betrokken bij hun leven.
Tijdens de procedure trok de advocaat van de vader zich terug wegens gebrek aan contact, en de vader was niet aanwezig bij de zitting. De rechtbank sprak ook met de kinderen, die nieuwsgierig waren naar hun vader maar ook spanning voelden door eerdere incidenten waarbij de vader plotseling op verjaardagen verscheen en hen zelfs achtervolgd zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de verzoeken onvoldoende waren onderbouwd en dat de vader onvoldoende informatie had verstrekt. Gezien de impact van omgang en gezag op het leven van de kinderen, achtte de rechtbank het niet verantwoord om de verzoeken toe te wijzen. Wel benadrukte de rechtbank dat contactherstel mogelijk is, mits de vader zijn gedrag aanpast en bereid is duurzaam contact op te bouwen. De moeder staat open voor overleg en contact onder begeleiding. Beide ouders dragen hun eigen proceskosten.