ECLI:NL:RBMNE:2025:7198

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
29 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
C/16/596054 / FL RK 25-745
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoeken van de vader inzake omgang en gezag over de kinderen

In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 29 december 2025 uitspraak gedaan in een familiekwestie tussen een vader en een moeder over de omgang en het gezag over hun twee dochters. De vader had verzocht om een omgangsregeling en om mede gezag te krijgen over de kinderen. De rechtbank heeft deze verzoeken afgewezen, omdat de vader zijn verzoeken onvoldoende heeft onderbouwd en er geen verdere informatie van hem is ontvangen. De vader was niet verschenen op de zitting, terwijl de moeder en haar advocaat wel aanwezig waren. De rechtbank heeft ook de mening van de kinderen gehoord, die openstonden voor contact met hun vader, maar de vader had in het verleden gewelddadig gedrag vertoond, wat de situatie bemoeilijkte. De rechtbank benadrukte dat het in het belang van de kinderen is dat zij contact hebben met beide ouders, maar dat de vader moet stoppen met zijn ongepaste acties die de kinderen angstig maken. De rechtbank heeft beslist dat iedere ouder zijn eigen proceskosten moet betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Almere
zaaknummer: C/16/596054 / FL RK 25-745
Gezag en omgang
Beschikking van 29 december 2025
in de zaak van:
[de vader],
wonende in [woonplaats 1] ,
hierna te noemen: de vader,
tegen
[de moeder],
wonende in [woonplaats 2] ,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. S.G.B.M. Schönhage.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift (met bijlagen) van de vader, binnengekomen op 12 juni 2025;
  • de bijlagen van de moeder van 19 november 2025.
1.2.
De advocaat van de vader, mr. [A] , heeft zich op 26 november 2025 onttrokken omdat hij geen contact kon krijgen met de vader.
1.3.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van
27 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder en haar advocaat;
  • [B] , een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
De vader heeft wel een uitnodiging van de rechtbank gekregen maar is niet gekomen.
1.4.
De rechtbank heeft aan de minderjarige [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] , de dochters van de ouders, gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. Zij hebben daar op 27 november 2025 met de rechter over gesproken. Ook hebben zij een brief geschreven.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
De ouders hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2.
Zij hebben samen twee dochters:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2013 in [geboorteplaats] ;
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2015 in [geboorteplaats] .
De kinderen wonen bij de moeder.
2.3.
De vader heeft de kinderen erkend.
2.4.
De moeder heeft alleen het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] . Dat betekent dat alleen de moeder de belangrijke beslissingen over de kinderen kan nemen.
2.5.
De vader verzoekt om:
  • een omgangsregeling vast te stellen zoals omschreven onder punt 5;
  • de vader mede met het gezag over [minderjarige 1 (voornaam)] en [minderjarige 2 (voornaam)] te belasten.

3.De beoordeling

De rechtbank wijst de verzoeken van de vader af
3.1.
De rechtbank zal de verzoeken van de vader afwijzen. Dit betekent dat er geen omgangsregeling tussen de vader en de kinderen wordt vastgesteld en dat de moeder alleen het gezag over de kinderen blijft uitoefenen. De rechtbank neemt deze beslissing omdat de vader zijn verzoeken onvoldoende heeft onderbouwd. Het verzoekschrift komt gelet op het verweer van de moeder in een ander daglicht te staan en roept de nodige vragen op. Doordat verder niets meer van de vader in deze procedure is vernomen en ook zijn advocaat zich heeft onttrokken omdat hij geen contact met de vader krijgt, heeft de rechtbank geen antwoord op haar vragen gekregen. Zij acht zich hierdoor onvoldoende geïnformeerd om een omgangsregeling vast te stellen en een wijziging in het gezag aan te brengen. Dergelijke beslissingen hebben een grote invloed op het leven van de kinderen en zullen weloverwogen moeten worden genomen. Er is weinig bekend over de persoonlijke situatie van de vader en daarnaast is de vader al vier jaar niet betrokken in het leven van de kinderen waardoor hij ook niet weet wat zich in hun levens afspeelt.
3.2.
Dat de verzoeken van de vader in deze procedure worden afgewezen, betekent niet dat er geen omgang kan komen tussen de vader en de kinderen. De moeder heeft benadrukt dat zij zich niet verzet tegen de omgang tussen de vader en de kinderen. Dit blijkt ook uit het feit dat de moeder het contact tussen de kinderen en de familie van de man (zijn moeder en broer) stimuleert en zij elkaar regelmatig zien. Wel heeft de moeder haar zorgen geuit. De vader is in het verleden gewelddadig geweest richting de moeder en hier ook voor veroordeeld. Sindsdien (ongeveer vier jaar geleden) is de vader op geen enkele wijze betrokken in het leven van de kinderen, totdat hij afgelopen maart weer contact zocht. De kinderen vonden het spannend om weer contact te krijgen met hun vader, maar waren ook wel nieuwsgierig naar hem. Zij stonden er voor open om opnieuw kennis met hun vader te maken. De moeder heeft daarom een contactmoment voorgesteld in het bijzijn van haar zwager (de man van haar zus) omdat de kinderen zich vertrouwd bij hem voelen en hij in het verleden goed contact had met de vader. Door de vader is hier echter geen vervolg aan gegeven. Vervolgens hebben zich twee incidenten voorgedaan waarbij de vader plots op de verjaardagen van de kinderen op het schoolplein stond. Bij het laatste incident op de verjaardag van [minderjarige 2 (voornaam)] zou de vader de kinderen en de moeder in de auto op het fietspad hebben achtervolgd. Dit incident heeft zoveel spanningen en schade bij de kinderen opgeleverd, dat zij angstig zijn en huiverig in het contactherstel tot de vader. De rechtbank benadrukt daarom – net als de Raad – dat de vader met deze acties moet stoppen. Hij handelt daarmee niet in het belang van de kinderen en het maakt hen erg angstig. Bovendien staan deze acties het contactherstel in de weg.
Wat kan de vader dan wél doen om het contact te herstellen?
3.3.
De rechtbank vindt het in beginsel in het belang van de kinderen dat zij contact hebben met allebei hun ouders. Zoals eerder benoemd waren de kinderen voor de nieuwe incidenten nieuwsgierig naar de vader en is ook de moeder bereid om het contact te stimuleren. Er lijkt dus best wat mogelijk te zijn in het contactherstel. De sleutel tot het contactherstel ligt nu in handen van de vader. Wanneer hij bereid is om het contact met de kinderen duurzaam en structureel op te bouwen, dan is de moeder bereid om met de vader te overleggen over wat hiervoor mogelijk is. Wanneer het de ouders niet lukt om hier uit te komen, dan kan de vader zich melden bij de gemeente voor professionele hulpverlening bij het contactherstel tussen hem en de kinderen. De kinderen wonen in de gemeente [.] , zodat de vader zich hiervoor kan melden bij de JGZ (Jeugdgezondheidszorg).
De kosten van deze procedure
3.4.
De rechtbank zal beslissen dat iedere ouder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
wijst de verzoeken van de vader af;
4.2.
bepaalt dat de ouders hun eigen proceskosten betalen.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.R. Scharrenborg, (kinder)rechter in samenwerking met mr. F.M. de Hart, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door mr. J.M. Atema (rechter) op 29 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.