In deze zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 29 december 2025 uitspraak gedaan in een familiekwestie tussen een vader en een moeder over de omgang en het gezag over hun twee dochters. De vader had verzocht om een omgangsregeling en om mede gezag te krijgen over de kinderen. De rechtbank heeft deze verzoeken afgewezen, omdat de vader zijn verzoeken onvoldoende heeft onderbouwd en er geen verdere informatie van hem is ontvangen. De vader was niet verschenen op de zitting, terwijl de moeder en haar advocaat wel aanwezig waren. De rechtbank heeft ook de mening van de kinderen gehoord, die openstonden voor contact met hun vader, maar de vader had in het verleden gewelddadig gedrag vertoond, wat de situatie bemoeilijkte. De rechtbank benadrukte dat het in het belang van de kinderen is dat zij contact hebben met beide ouders, maar dat de vader moet stoppen met zijn ongepaste acties die de kinderen angstig maken. De rechtbank heeft beslist dat iedere ouder zijn eigen proceskosten moet betalen.