3.1.De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen vervolgens of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen.
4. Verzoeker voert aan dat er geen bevoegdheid bestaat voor de oplegging van het gebiedsverbod, omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van een ernstige vrees op verdere verstoring van de openbare orde in de zin van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. Het laatste incident dateert van meer dan 10 maanden geleden.
5. De burgemeester stelt zich op het standpunt dat er wel sprake is van een ernstige vrees op verdere verstoring van de openbare orde in de zin van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. Daarvoor verwijst de burgemeester naar de bestuurlijke rapportage die op 7 november 2025 is ontvangen. Hieruit blijkt dat verzoeker in december 2024 en januari 2025 is beschoten vlakbij zijn sportschool. Daarnaast is er ook een ontploffing geweest bij de sportschool. Na deze incidenten is besloten de sportschool te sluiten en is cameratoezicht ingesteld. In april 2025 liepen deze maatregelen af. Op 6 oktober 2025 is verzoeker door de politie gezien bij het bedrijfspand, waarbij verzoeker aangaf dat hij zijn sportschool moest opknappen omdat hij geld moest verdienen. Op 3 november heeft de politie gezien dat er zes personen aanwezig waren in de sportschool, waaronder verzoeker. De politie concludeerde dat verzoeker aan het lesgeven was. Aan verzoeker is geadviseerd om dat hij in [plaats] een makkelijk doelwit is en daarmee ook anderen mogelijk in gevaar brengt. Verzoeker is twee keer beschoten en het is onbekend waar de dreiging vandaan komt. De politie geeft de burgemeester in overweging mee om passende bestuurlijke maatregelen te nemen op basis van de bestuurlijke rapportage.
6. De voorzieningenrechter overweegt als volgt. De eerste voorwaarde voor het opleggen van een gebiedsverbod op grond van artikel 175 van de Gemeentewet is dat sprake moet zijn van ernstige wanordelijkheden of de ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Simpel gezegd moet het gaan om een lokale noodsituatie of de ernstige vrees dat zich een lokale noodsituatie gaat voordoen. Die noodsituatie moet zodanig zijn dat een ernstig gevaar of een dreigend ernstig gevaar bestaat voor de openbare orde en/of de openbare veiligheid in de gemeente. Het is aan de burgemeester om in het besluit aannemelijk te maken dat sprake is van een lokale noodsituatie. Bij deze toetsing moet de voorzieningenrechter uitgaan van de informatie die de burgemeester op dat moment ter beschikking kon staan.
7. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in het besluit van de burgemeester niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van de ernstige vrees voor een lokale noodsituatie. De enkele aanwezigheid van verzoeker in en rond zijn sportschool, gecombineerd met de ernstige incidenten die in december 2024 en januari 2025 hebben plaatsgevonden, is onvoldoende om nu nog steeds aan te nemen dat sprake is van ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden. De conclusie dat de dreiging jegens verzoeker nog actueel is, is niet gebaseerd op actuele feiten en omstandigheden. De burgemeester mag weliswaar uitgaan van de juistheid van de bestuurlijke rapportage, maar dat beperkt zich tot de gedane waarnemingen die in deze rapportage zijn opgenomen. De conclusie dat er nog steeds sprake is van een ernstige vrees is aan de burgemeester om te trekken aan de hand van de aan hem gepresenteerde feiten.
8. Gelet op het voorgaande heeft het bezwaar van verzoeker redelijke kans van slagen en ziet de voorzieningenrechter aanleiding het gebiedsverbod per ingang van heden te schorsen tot één dag na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.
9. De voorzieningenrechter overweegt ten overvloede als volgt. Wanneer de burgemeester in de beslissing op bezwaar toch tot het oordeel komt dat er sprake is van een ernstige vrees voor ernstige wanordelijkheden, dan zou in die beslissing ook gemotiveerd moeten worden waarom aan die conclusie niet afdoet dat verzoeker de afgelopen maanden met regelmaat bij zijn sportschool is geweest, zonder dat dit tot incidenten heeft geleid. Daarnaast moet bekeken worden of er niet minder ingrijpende maatregelen getroffen kunnen worden.