Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een gebiedsverbod dat de burgemeester van Almere hem heeft opgelegd rondom zijn sportschool van 7 november tot en met 5 december 2025. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om een voorlopige voorziening op 26 november 2025 en wees het toe.
De burgemeester baseerde het gebiedsverbod op incidenten uit december 2024 en januari 2025, waaronder beschietingen en een ontploffing bij de sportschool, en een bestuurlijke rapportage die stelde dat er een ernstige vrees voor verdere wanordelijkheden zou bestaan. Verzoeker betoogde dat deze dreiging niet actueel is, omdat het laatste incident meer dan tien maanden geleden was en hij recentelijk zonder incidenten bij zijn sportschool aanwezig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een actuele ernstige vrees voor wanordelijkheden bestaat. De enkele aanwezigheid van verzoeker bij zijn sportschool en de oude incidenten zijn onvoldoende om het gebiedsverbod te handhaven. Daarom werd het gebiedsverbod geschorst tot één dag na de beslissing op bezwaar. Tevens werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.