Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 14
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De kern van de zaak
3.De achtergrond van het geschil
4.De beoordeling
- [eiseres] en [gedaagde] hebben sinds het begin van hun samenwerking uitsluitend mondeling afspraken gemaakt. Zij hebben weliswaar per e-mail contact gehad, maar er is nooit een volledig uitgeschreven overeenkomst op papier of digitaal uitgewisseld.
- Bij het maken van de afspraken voor deze of eerdere werkzaamheden is door [gedaagde] nooit de naam [bedrijf 1] B.V. aan [eiseres] genoemd, niet mondeling en niet in e-mails. [gedaagde] stelt ook niet dat hij die naam aan [eiseres] genoemd heeft.
- [gedaagde] gebruikte als e-mailadres: [email-adres] @gmail.com. Het adres heeft geen specifieke domeinnaam van [bedrijf 1] B.V. en omvat alleen de naam van het schip. Hoewel de naam van het schip overeenkomt met een geregistreerde handelsnaam van [bedrijf 1] B.V., is dat niet zichtbaar uit het e-mailadres af te leiden. [eiseres] heeft op de zitting onweersproken gesteld dat [gedaagde] nu nog steeds dit e-mailadres gebruikt. Volgens [gedaagde] gebeurt dit nu vanuit een andere rechtspersoon. (Ook) dat duidt er niet op dat het e-mailadres gekoppeld is aan de inmiddels ontbonden vennootschap [bedrijf 1] B.V.
- [eiseres] heeft haar facturen op naam van “ [gedaagde] [naam motorschip] ” gezet en ze zijn vervolgens (deels) betaald. [gedaagde] voert wel aan dat hij tegen die tenaamstelling heeft geprotesteerd, maar onderbouwt deze stelling niet. Dat had hij wel moeten doen, gelet op de betwisting van [eiseres] . Een mogelijk protest doet ook niet af aan het feit dat een deel van deze facturen, gericht aan [gedaagde] , betaald is.
- Bij de ontvangen betalingen voor werkzaamheden aan het schip zag [eiseres] op het rekeningafschrift staan: Motorschip [naam motorschip] , zo is op de zitting verklaard. Er stond in ieder geval niet: [bedrijf 1] B.V. [gedaagde] betwist dat niet, maar voegt daaraan toe dat dit een keuze is van de bank waarop hij geen invloed heeft. Hoe dan ook, dat brengt geen verandering in het feit dat ook uit ontvangen betalingen niet bleek of kon worden afgeleid dat [eiseres] van doen had met de rechtspersoon [bedrijf 1] B.V. voor, tijdens of na het sluiten van de drie overeenkomsten.
- Volgens [gedaagde] moet [eiseres] hebben geweten dat [bedrijf 1] B.V. haar contractspartij was, omdat [eiseres] het nieuwe elektrotechnisch schema had opgesteld en de keuringsaanvraag daarvan namens [bedrijf 1] B.V. bij [bedrijf 4] had ingediend. [eiseres] betwist dat de naam van [bedrijf 1] B.V. ergens vermeld stond en zegt dat [gedaagde] zelf de keuringsaanvraag deed. Omdat [gedaagde] zijn stelling ondanks de betwisting niet met stukken heeft onderbouwd, wordt eraan voorbij gegaan. [gedaagde] was bekend met het standpunt van [eiseres] en had dergelijke stukken in de procedure moeten brengen.
- [gedaagde] voert ook aan dat de verzekeraar die in het voorjaar van 2023 onderzoek deed naar de schade aan de boegschroef heeft gemeld dat hij namens [bedrijf 1] B.V. kwam, waaruit [eiseres] had moeten concluderen dat zij met [bedrijf 1] B.V. de overeenkomst was aangegaan. Ook dit heeft [gedaagde] niet met stukken onderbouwd, terwijl [eiseres] het betwist, zodat dit niet komt vast te staan.
- Zelfs als wel vastgesteld zou kunnen worden dat bij de keuringsaanvraag voor [bedrijf 4] en/of bij een contact met de verzekeraar de naam [bedrijf 1] B.V. was gevallen, dan volgt daaruit nog niet voldoende duidelijk dat met [bedrijf 1] B.V. is gecontracteerd. Deze omstandigheden dateren namelijk van ná de uitvoering van de werkzaamheden. [gedaagde] stelt ook niet dat bijvoorbeeld sprake was van contractovername door [bedrijf 1] B.V. Bovendien deed een derde (de verzekeraar) de mededeling en niet [bedrijf 1] B.V. zelf.
- [eiseres] heeft sinds 2020 of 2021 al vaker werkzaamheden uitgevoerd aan motorschip [naam motorschip] en heeft daarvoor betaald gekregen, in totaal ruim € 100.000,00. Ook voor die werkzaamheden werden de afspraken alleen mondeling gemaakt.
- [eiseres] heeft alleen contact gehad met [gedaagde] zelf, nooit met iemand anders. Voor het bestaan van een vennootschap is uiteraard niet verplicht dat er meerdere personen werkzaam zijn. Het steeds van doen hebben met eenzelfde persoon kan wel een indruk laten ontstaan - of in ieder geval niet wegnemen - dat [eiseres] met een privépersoon of een eenmanszaak te maken had.
“ [gedaagde] , M: (…) namens Motorschip [naam motorschip] (…) KvK: (…) C: Postbus (…) [plaats] ”. Dat is niet voldoende, want:
- De stelling is feitelijk onjuist. In belangrijke e-mails, zoals in de opdrachtbevestiging van de eerste opdracht op 25 juli 2022 staat alleen: “ [gedaagde] , M: (…) namens Motorschip [naam motorschip] ”. Verdere toevoegingen, zoals het KvK-nummer ontbreken. Op de zitting heeft [gedaagde] erkend dat (ook) onder zijn reply-e-mails niet die volledige tekst werd weergegeven.
- [eiseres] wist al dat “Motorschip [naam motorschip] ” de naam is van het schip waarop de werkzaamheden werden uitgevoerd. Dat diezelfde naam ook een handelsnaam is van [bedrijf 1] B.V. heeft [gedaagde] echter niet duidelijk gemaakt. De aanduiding “motorschip [naam motorschip] ” in correspondentie kan dus verwijzen naar het schip, maar ook naar [bedrijf 1] B.V. Dat het in de correspondentie niet het schip zelf bedoeld wordt, maar de handelsnaam van [bedrijf 1] B.V., heeft [gedaagde] niet duidelijk gemaakt.
- Het argument van [gedaagde] dat uit het woord “namens” in de ondertekening van de e-mails blijkt dat sprake is van verschillende entiteiten, en dus van verschillende rechtspersonen, gaat niet op. Een schip kan nooit zelf rechtshandelingen verrichten; in alle gevallen zal een persoon of rechtspersoon die het eigendom van het schip heeft over het schip beslissen. Daarom blijkt uit het gebruik van “namens” niet zonder meer dat [gedaagde] voor een rechtspersoon optrad; er zijn immers meerdere mogelijkheden
- Het ontbreken van een tussenvoegsel “h.o.d.n.” is evenmin iets waardoor [eiseres] had kunnen en moeten weten dat “motorschip [naam motorschip] ” verwees naar een rechtspersoon. Er is immers geen verplichting om handelend als eenmanszaak te vermelden dat je ‘handelt onder de naam’. Bovendien kan een rechtspersoon ook handelen onder een handelsnaam. Hier is dat echter op geen enkele wijze genoemd, omdat er uitsluitend ‘namens’ de naam van het betreffende schip staat.
- Het argument dat uit het vermelde KvK-nummer voldoende duidelijk was dat met [bedrijf 1] B.V. zaken werd gedaan, gaat ook niet op. Het KvK-nummer is weliswaar het nummer van [bedrijf 1] B.V., maar dat blijkt pas als dat nummer wordt nagezocht - iets wat [eiseres] op de zitting heeft verklaard niet te hebben gedaan. Uit het noemen van een KvK-nummer blijkt op zichzelf niet al dat sprake is van een rechtspersoon, omdat ook een eenmanszaak een KvK-nummer kan hebben. Gezien de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden vindt de rechtbank ook niet dat [eiseres] het KvK-nummer had behoren te controleren om vast te stellen of zij te maken had met iemand anders dan [gedaagde] .
betalen
“Dit betreft jullie totale werkzaamheden aan de boegschroef. Deze nota is als zodanig in onze administratie opgenomen. Hierbij zei opgemerkt dat de laskosten en het terugplaatsen van het stuurrooster als stelposten zijn opgevoerd. Deze bedragen zullen nog bijgesteld worden aan de hand van de werkelijke kosten cq gemaakte uren.”[gedaagde] bevestigt verder dat hij de openstaande factuur van € 10.000,00 en deze ontvangen factuur, totaal € 17.593,27 in vier termijnen zal betalen in de periode tussen eind juni en eind september 2023. Als onweersproken staat vast dat [eiseres] niet heeft gereageerd op deze e-mail. Als het niet lezen van of reageren op een e-mail te maken heeft met dyslexie, zoals [eiseres] stelt, dan is dat iets waar zij een oplossing voor moet vinden. [eiseres] heeft dus niet kenbaar gemaakt dat de nota slechts pro forma was opgemaakt en dat daaraan geen rechten kunnen worden ontleend voor de uiteindelijke kosten. In tegendeel, [eiseres] is daarna de werkzaamheden gaan uitvoeren. Onder die omstandigheden mocht [gedaagde] erop vertrouwen dat een prijsafspraak was gemaakt van € 7.593,27 plus twee stelposten = € 9.052,53 (inclusief btw). Dat bedrag zal worden toegewezen.