ECLI:NL:RBMNE:2025:7210
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende inspanning tot herplaatsing door werkgever
In deze zaak heeft HCL Technologies B.V. een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat er geen redelijke grond voor ontbinding aanwezig was. HCL heeft gesteld dat [verweerder] sinds 9 oktober 2024 op de 'bank' zit en niet meer is geplaatst bij opdrachtgevers. De kantonrechter oordeelde echter dat HCL onvoldoende inspanningen heeft verricht om [verweerder] te herplaatsen. HCL heeft niet aangetoond dat zij [verweerder] actief heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe opdracht, en de verantwoordelijkheid voor het niet kunnen plaatsen van [verweerder] ligt binnen de risicosfeer van HCL. De kantonrechter heeft ook opgemerkt dat HCL de h-grond voor ontbinding oneigenlijk gebruikte, aangezien de werkelijke gronden meer betrekking hadden op disfunctioneren, waarvoor geen begeleiding of verbetertraject was aangetoond. De proceskosten zijn toegewezen aan HCL, die deze moet betalen aan [verweerder]. Het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerder] om een billijke vergoeding en andere vergoedingen werd niet behandeld, omdat het verzoek tot ontbinding werd afgewezen.