ECLI:NL:RBMNE:2025:7210

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 december 2025
Publicatiedatum
12 januari 2026
Zaaknummer
11884799 \ ME VERZ 25-133 AW/1583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens onvoldoende inspanning tot herplaatsing door werkgever

In deze zaak heeft HCL Technologies B.V. een verzoek ingediend tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder]. De kantonrechter heeft het verzoek afgewezen, omdat er geen redelijke grond voor ontbinding aanwezig was. HCL heeft gesteld dat [verweerder] sinds 9 oktober 2024 op de 'bank' zit en niet meer is geplaatst bij opdrachtgevers. De kantonrechter oordeelde echter dat HCL onvoldoende inspanningen heeft verricht om [verweerder] te herplaatsen. HCL heeft niet aangetoond dat zij [verweerder] actief heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe opdracht, en de verantwoordelijkheid voor het niet kunnen plaatsen van [verweerder] ligt binnen de risicosfeer van HCL. De kantonrechter heeft ook opgemerkt dat HCL de h-grond voor ontbinding oneigenlijk gebruikte, aangezien de werkelijke gronden meer betrekking hadden op disfunctioneren, waarvoor geen begeleiding of verbetertraject was aangetoond. De proceskosten zijn toegewezen aan HCL, die deze moet betalen aan [verweerder]. Het voorwaardelijk tegenverzoek van [verweerder] om een billijke vergoeding en andere vergoedingen werd niet behandeld, omdat het verzoek tot ontbinding werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer / rekestnummer: 11884799 \ ME VERZ 25-133 AW/1583
Beschikking van 31 december 2025
in de zaak van
HCL TECHNOLOGIES B.V.,
gevestigd te 's Gravenhage,
verzoekende partij,
verwerende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: HCL,
gemachtigde: mr. M.A.C. Keijzer,
tegen
[verweerder],
wonende te [woonplaats] ,
verwerende partij,
verzoekende partij in het voorwaardelijk tegenverzoek,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. J. Zoutberg.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt HCL om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] . De kantonrechter wijst het verzoek af, omdat er geen redelijke grond is voor ontbinding.
Omdat het tegenverzoek van [verweerder] voorwaardelijk is ingesteld en aan de voorwaarde waaronder deze is ingesteld niet is voldaan, wordt het tegenverzoek niet behandeld.

1.De procedure

1.1.
HCL heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [verweerder] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.
1.2.
Op 2 december 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. HCL en [verweerder] hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Vóór de mondelinge behandeling heeft HCL bij brief van 27 november 2025 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
HCL houdt zich bezig met het leveren van IT-diensten en -oplossingen aan opdrachtgevers in Nederland. Daartoe werken werknemers van HCL op opdrachten bij opdrachtgevers.
2.2.
[verweerder] , geboren [geboortedatum] 1976, is sinds 4 juni 2018 in dienst bij HCL. De functie van [verweerder] is [functie 1] met een loon van € 6.369,44 bruto per maand.
2.3.
Vanaf juni 2018 tot en met oktober 2024 is [verweerder] in de functie van [functie 2] werkzaam geweest op een Pega-project bij de ING Bank.
2.4.
[verweerder] heeft sinds 9 oktober 2024 geen opdracht meer en zit “op de bank”.
2.5.
In september 2024 heeft [verweerder] de mogelijkheid om een opdracht te verrichten voor een opdrachtgever van HCL in Polen van de hand gewezen omdat hij in aanmerking wilde komen voor een staatsburgerschap en hij daarvoor op de payroll in Nederland moest staan.
2.6.
[verweerder] heeft 175 online trainingen gevolgd bij Pega. [verweerder] heeft het eerste gedeelte van het Pega LSA-examen behaald en moet tussen 24 november 2025 en 8 december 2025 het tweede gedeelte afleggen.
2.7.
In januari 2025 heeft HCL voorgesteld om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek

3.1.
HCL verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerder] te ontbinden vanwege andere omstandigheden (h-grond). HCL heeft aan het verzoek ten grondslag gelegd – kort weergegeven – dat [verweerder] sinds 9 oktober 2024 op de spreekwoordelijke bank zit. [verweerder] heeft sindsdien geen opdrachten bij opdrachtgevers meer verkregen of vervuld. HCL heeft [verweerder] niet kunnen plaatsen bij een andere opdrachtgever. Er bestaat ook geen uitzicht op concrete opdrachten bij opdrachtgevers van HCL. Van HCL kan niet gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.
3.2.
[verweerder] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat de verzochte ontbinding moet worden afgewezen. [verweerder] voert aan – samengevat – dat hij vanaf juni 2018 t/m oktober 2024 in de functie van [functie 2] werkzaam is geweest op een Pega-project bij de ING Bank. Die opdracht is op 9 oktober 2024 geëindigd wegens een reorganisatie. [verweerder] is sindsdien actief op zoek geweest naar andere passende functies binnen HCL en/of bij één van de opdrachtgevers van HCL. [verweerder] heeft in totaal 32 keer gesolliciteerd op de functies uit de overzichten van HCL, maar is door HCL nooit op de
“shortlist” geplaatst en uitgenodigd voor een (intern) gesprek bij HCL, terwijl die functies wel aansloten op zijn skillset (PEGA CSSA). [verweerder] heeft in de tussentijd 175 online trainingen gevolgd bij Pega en het eerste gedeelte van het Pega LSA-examen behaald
(Pega Lead System Architecture). Het tweede gedeelte van het LSA-examen moet hij tussen
24 november 2025 en 8 december 2025 afleggen. Hij doet dit op eigen initiatief en zonder begeleiding en/of aansturing van HCL. HCL heeft nagenoeg geen (concrete) inspanningen verricht om [verweerder] aan een nieuwe opdracht te helpen, waardoor niet kan worden gesteld dat van haar niet kan worden gevergd om de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Ook is er geen sprake van een ontslag op de h-grond, maar op de d-grond. De stelling van HCL hebben betrekking op de geschiktheid en bekwaamheid van [verweerder] voor de vervulling van de rol als [functie 2] .
3.3.
Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] bij voorwaardelijk tegenverzoek om toekenning van een billijke vergoeding, de transitievergoeding en pro rata vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen.

4.De beoordeling van het verzoek

Inleiding
4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.
4.2.
Uitgangspunt bij de beoordeling van het verzoek van HCL is dat de werkgever op grond van het bepaalde in artikel 7:671b BW de kantonrechter kan verzoeken de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van een redelijke grond. HCL heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van ‘andere dan de in artikel 7:669 lid 3 sub a tot en met g genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van haar in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’, in de zin van artikel 7:671b lid 1, aanhef en onder a BW juncto artikel 669 lid 3, aanhef en onder h BW. Op grond van artikel 7:671b lid 2 BW dient de kantonrechter te onderzoeken of aan de voorwaarden voor opzegging van de arbeidsovereenkomst is voldaan en - daarmee - of er sprake is van een redelijke grond voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst.
4.3.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:671b lid 2 BW is onderzocht of een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:670 BW of enig ander opzegverbod geldt. Dit is niet het geval.
Het verzoek om ontbinding wordt afgewezen
4.4.
De kantonrechter oordeelt dat er geen redelijke grond is voor ontbinding. Dat wordt als volgt toegelicht.
4.5.
[verweerder] is vanaf oktober 2024 op de spreekwoordelijke bank terecht gekomen. In het midden kan blijven of dit is gebeurd omdat de opdracht wegens reorganisatie eindigde of omdat [verweerder] zelf zijn vinger heeft opgestoken omdat hij een andere ambitie had. Niet betwist is dat in het bedrijfsreglement van HCL staat dat na 1,5 jaar een recht ontstaat om om een andere opdracht te vragen. Verder is onbetwist gesteld dat de opdracht in mei 2025 sowieso zou eindigen.
4.6.
Alhoewel HCL stelt dat zij [verweerder] na 9 oktober 2024 niet meer heeft kunnen plaatsen bij opdrachtgevers en zij [verweerder] heeft geholpen bij het vinden van een opdracht, is niet gebleken dat HCL [verweerder] op enigerlei wijze heeft geholpen bij het vinden van een nieuwe opdracht. Ook heeft zij er niet voor gezorgd dat [verweerder] in aanmerking kwam voor een functie.
4.7.
Werknemers van HCL kunnen via het Internal Job Posting Portal opdrachten inzien die intern bij HCL beschikbaar zijn. Daarnaast zendt HCL meermaals per maand een overzicht aan al haar werknemers met openstaande posities (Demand Sheets). Die zijn niet specifiek voor [verweerder] bedoeld en [verweerder] moet hier zelf actie op ondernemen. Via HCL Leap of het Internal Job Posting Portal kan een medewerker zelf solliciteren. Binnen HCL worden werknemers verder geholpen door het Workforce Planning Ceel (WPC) team bij het vinden van een opdracht. Het WPC team verricht echter geen actieve bemiddeling. Zij beheert het vacatureportaal en geeft opvolging aan de door de medewerker verzonden sollicitatie. Naar aanleiding van een sollicitatie bepaalt HCL aan de hand van de skillset van de werknemer of de werknemer op de shortlist geplaatst wordt. De werknemers op de shortlist worden voorgesteld aan de klant. HCL beslist intern welke kandidaten op de shortlist komen en wie uiteindelijk wordt geïntroduceerd bij de klant.
4.8.
Volgens [verweerder] heeft hij 32 keer gesolliciteerd op functies uit de overzichten van HCL. Uit het overzicht dat HCL in het geding heeft gebracht moet worden opgemaakt dat hij 43 keer is voorgedragen. Echter, 11 keer is de positie vervallen vanwege interne project redenen. Verder is 11 keer de positie vervuld door een interne kandidaat (met interne kandidaat wordt bedoeld een kandidaat die al bij de betreffende opdrachtgever werkzaam is en voorrang heeft), 1 keer is de positie vervallen, 1 keer is de positie niet bevestigt door de opdrachtgever en 4 keer is de positie intern verplaatst. Dat betekent dat van de 43 functies er 28 functies waren waarvan niet gezegd kan worden dat dit daadwerkelijk functies waren waar [verweerder] geplaatst zou kunnen worden. Verder was 5 keer vloeiend Nederland vereist, 3 keer sprake van een locatie mismatch, een keer sprake van een afwijzing na een eerste interview, een mismatch op functieniveau, geen Pega postitie, Pega en UI Skills vereist, niet geselecteerd, PEGA LSA vereist en ervaring bij Ikea vereist en mismatch met skills. Opdrachten in het buitenland heeft [verweerder] afgewezen omdat hij in aanmerking wilde komen voor het staatsburgerschap in Nederland en hij daarvoor op een payroll in Nederland moest staan. Met betrekking tot de overige functies heeft HCL [verweerder] niet een keer op de shortlist geplaatst. HCL heeft [verweerder] niet voorgedragen bij de klant.
4.9.
Met de wijze waarop HCL te werk gaat bepaalt zij zelf welke werknemers worden voorgedragen aan haar opdrachtgevers. Zij heeft er daarmee direct invloed op of een werknemer überhaupt een kans maakt op een opdracht. [verweerder] is nooit op de shortlist geplaatst. Omdat hij nooit is voorgedragen, kan hij ook niet zijn afgewezen. Niet gebleken is dat HCL ondanks dat zij meent dat [verweerder] niet op de shortlist kan worden geplaatst, op enigerlei wijze [verweerder] heeft begeleid om ervoor te zorgen dat hij wel in aanmerking komt voor een functie/over de juiste skillset beschikt.
4.10.
[verweerder] heeft in de tussenliggende periode 175 trainingen gevolgd, waarvan er twee door HCL zijn aangeboden. Ook de mentor, [A (voornaam)] , is op initiatief van [verweerder] zelf ingeschakeld om hem te helpen met het verbeteren van zijn sollicitatievaardigheden. Volgens [verweerder] heeft hij daar niet veel aan gehad omdat hij geen gesprekken heeft kunnen voeren bij een opdrachtgever.
4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter had er van HCL meer verwacht mogen worden om [verweerder] te plaatsen. Alle acties die zijn verricht, kwam uit hemzelf. Er was geen begeleiding vanuit HCL. Het moge zo zijn dat HCL een bedrijf is wat zijn oorsprong vindt in India, met overal vestigingen en dat het bedrijfsmodel van HCL zo is dat werknemers zelf op zoek moeten naar een plek, maar dat maakt niet dat HCL binnen Nederland geen inspanningsverplichting heeft richting [verweerder] . De kantonrechter is van oordeel dat HCL zich onvoldoende heeft ingespannen voor herplaatsing. De oorzaak van het niet-plaatsbaar zijn ligt daarmee binnen de risicosfeer van HCL.
4.12.
[verweerder] heeft nog aangevoerd dat er geen sprake kan zijn van een h-grond omdat HCL deze grond oneigenlijk gebruikt. HCL voert feitelijk gronden aan die betrekking hebben op een ontbinding op de d-grond, vermeend disfunctioneren. Wat hier ook van zij, van een ontbinding op de d-grond kan al geen sprake zijn omdat er geen sprake is van begeleiding of een verbetertraject. Ook is er geen schriftelijke evaluatie of voortgangsrapportage.
4.13.
De conclusie van het vorenstaande is dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden ontbonden.
HCL moet de proceskosten betalen
4.14.
De proceskosten komen voor rekening van HCL, omdat HCL ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verweerder] worden begroot op € 949,00 (€ 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beoordeling van het (voorwaardelijk) tegenverzoek

5.1.
Omdat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, behoeft op het tegenverzoek van [verweerder] , dat voorwaardelijk is ingesteld, niet te worden beslist.

6.De beslissing

De kantonrechter
op het verzoek
6.1.
wijst het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst af,
6.2.
veroordeelt HCL in de proceskosten van € 949,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als HCL niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [1] ,
6.4.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 31 december 2025.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.