ECLI:NL:RBMNE:2025:7210
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende herplaatsingsinspanningen werkgever
HCL Technologies verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van de h-grond, omdat de werknemer sinds oktober 2024 geen opdracht meer had en niet geplaatst kon worden bij andere opdrachtgevers. De werknemer was sinds 2018 in dienst en had tot oktober 2024 op een project gewerkt. Hij had diverse trainingen gevolgd en was actief op zoek naar een nieuwe opdracht.
De kantonrechter oordeelde dat HCL onvoldoende had gedaan om de werknemer te herplaatsen. Hoewel de werknemer zelf veel initiatieven had genomen, zoals het volgen van 175 trainingen en het solliciteren op 32 functies, had HCL geen actieve begeleiding geboden en bepaalde zij zelf wie op de shortlist voor opdrachten kwam. De werknemer was nooit op de shortlist geplaatst, waardoor hij ook niet kon worden afgewezen.
De kantonrechter concludeerde dat de oorzaak van het niet-plaatsbaar zijn binnen de risicosfeer van HCL lag en dat er geen redelijke grond was voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het tegenverzoek van de werknemer om een billijke vergoeding en transitievergoeding werd niet behandeld omdat het ontbindingsverzoek werd afgewezen. HCL werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens onvoldoende herplaatsingsinspanningen van de werkgever.