Eiseres heeft op 12 september 2024 een aanvraag ingediend voor aanvullende compensatie van werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. Verweerder heeft niet tijdig een besluit genomen op deze aanvraag, waardoor eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en verklaart het beroep gegrond. Verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk op 6 november 2026. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van € 50,- opgelegd, met een maximum van € 15.000,-.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. Partijen hebben afgezien van een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter M. van der Knijff op 8 december 2025.