ECLI:NL:RBMNE:2025:7242
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering en medische beoordeling van arbeidsongeschiktheid
In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 11 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen eiseres, een voormalige cateringmedewerker, en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over de weigering van een WIA-uitkering. Eiseres had zich op 7 september 2021 ziekgemeld en na twee jaar ziekte een WIA-uitkering aangevraagd, die door het Uwv werd afgewezen op basis van de conclusie dat zij per 1 november 2023 minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Eiseres maakte bezwaar tegen deze beslissing, maar het Uwv handhaafde zijn standpunt. De rechtbank heeft het beroep van eiseres behandeld op 3 november 2025, waarbij eiseres aanwezig was en het Uwv vertegenwoordigd werd door een gemachtigde.
De rechtbank heeft beoordeeld of het Uwv de WIA-aanvraag van eiseres terecht had afgewezen. Hierbij werd gekeken naar de medische beoordeling en de geschiktheid van de geselecteerde functies. Eiseres betwistte de medische beoordeling en stelde dat de geselecteerde functies niet geschikt voor haar waren vanwege haar gezondheidsklachten, waaronder PPPD en BPPD. De rechtbank oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep zorgvuldig had gehandeld en voldoende rekening had gehouden met de medische situatie van eiseres. De rechtbank concludeerde dat er geen reden was om aan te nemen dat de medische beoordeling onjuist was en dat de geselecteerde functies binnen de vastgestelde belastbaarheid van eiseres vielen.
Uiteindelijk oordeelde de rechtbank dat het Uwv de WIA-aanvraag van eiseres terecht had afgewezen, omdat zij niet voldeed aan de vereiste 35% arbeidsongeschiktheid. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard, en zij kreeg geen vergoeding van proceskosten of griffierecht terug.