Eiseres heeft op 30 september 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie. Verweerder, de Dienst Toeslagen, heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, ondanks een ingebrekestelling op 1 oktober 2025. Eiseres stelde vervolgens op 16 oktober 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn is overschreden. De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een bepaalde termijn een besluit moet nemen, namelijk uiterlijk 24 november 2026. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 50,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000.
Verder veroordeelt de rechtbank verweerder tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 53,-. De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich op 24 december 2025 en is in het openbaar uitgesproken.