Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] BV, uit [plaats] , eiseres
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“De serre/kas is op zichzelf wel denkbaar. Het gebruik past binnen de bestemming ‘Buitenplaats’ en de monumentale waarden worden niet aangetast. Bij de beoordeling of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening dient echter breder gekeken te worden. Één van de kenmerkende eigenschappen van buitenplaatsen is de samenhang en de structuren binnen de buitenplaats. De bebouwing en inrichting binnen de rijksmonumentale buitenplaats dient, zeker binnen hetzelfde, aanééngesloten perceel met de bestemming ‘Buitenplaats’ daarom ook in samenhang met elkaar beoordeeld te worden. Of er bij een afwijking van het bestemmingsplan sprake is van goede ruimtelijke ordening dient dat in dit geval daarom ook in samenhang met de bebouwing en inrichting binnen de rijksmonumentale buitenplaats en binnen hetzelfde, aanééngesloten perceel met de bestemming ‘Buitenplaats’ te gebeuren. Het afwijken van het bestemmingsplan is een discretionaire bevoegdheid. En het feit dat er een illegale situatie binnen de buitenplaats is welke in strijd is met het bestemmingsplan, is reden genoeg om niet mee te werken aan opnieuw een afwijking van het bestemmingsplan. Daarnaast is de illegale situatie in afwijking van de eerder verleende omgevingsvergunning (d.d. 07-04-2021, ons dossiernummer 190002) en in strijd met de adviezen van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, MooiSticht en de provincie en bestaat er geen zicht op legalisatie. We kunnen daarom, bij opnieuw een noodzakelijke afwijking van het bestemmingsplan, niet spreken van een goede ruimtelijke ordening binnen de buitenplaats op het moment dat er binnen één en dezelfde buitenplaats een illegale situatie op het perceel aanwezig is.”
détournement de pouvoiromdat het college de illegale situatie als enige reden noemt om de plantenkas te weigeren. Volgens eiseres kan het verschil van inzicht over een situatie op een ander deel van het perceel via een handhavingsprocedure beslecht worden.
détournement de pouvoiris vastgelegd in artikel 3:3 van Pro de Awb. Deze bepaling schrijft voor dat het bestuursorgaan de bevoegdheid tot het nemen van een besluit niet voor een ander doel gebruikt dan waarvoor die bevoegdheid is verleend.
détournement de pouvoirheeft gehandeld. De rechtbank heeft hiervoor geconcludeerd dat de gestelde illegale situatie mocht worden meegewogen bij de besluitvorming over de goede ruimtelijke ordening, nu het gaat om een ruimtelijk aspect binnen het gehele perceel. Het weigeren van de aanvraag vanwege de illegale situatie levert daarom geen strijd op met
détournement de pouvoir. De bevoegdheid tot het nemen van een besluit is niet voor een ander doel gebruikt. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Conclusie en gevolgen
€ 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van
€ 907,- en een wegingsfactor 0,5).
Beslissing
- verklaart het beroep wegens niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond;
- veroordeelt het college tot betaling van een proceskostenvergoeding van € 453,50 vanwege het beroep wegens niet tijdig beslissen.
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.