ECLI:NL:RBMNE:2025:7281

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
UTR 23/3173
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek om proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen besluit UWV

In deze uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland, gedaan op 11 december 2025, wordt het verzoek van de verzoeker om een veroordeling van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) in de proceskosten beoordeeld. De verzoeker had op 30 oktober 2025 zijn beroep ingetrokken tegen een besluit van 9 juni 2023, waarin zijn bezwaar ongegrond was verklaard. De rechtbank heeft het Uwv de gelegenheid gegeven om te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het Uwv heeft aangegeven bereid te zijn tot vergoeding over te gaan na de veroordeling.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting en wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. De rechtbank overweegt dat, wanneer een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, de bestuursrechter op verzoek van de indiener het bestuursorgaan kan veroordelen in de proceskosten. In dit geval heeft het Uwv met een gewijzigd besluit van 27 oktober 2025 de verzoeker laten weten dat hij recht heeft op een WIA-uitkering, waarmee het Uwv tegemoet is gekomen aan het beroep van de verzoeker.

De rechtbank kent een vergoeding van € 2.721,- toe aan de verzoeker voor de gemaakte proceskosten, aangezien de gemachtigde van de verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en twee zittingen heeft bijgewoond. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. De uitspraak is openbaar uitgesproken en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3173

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: S.N. Westmaas).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek op 30 oktober 2025 gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 9 juni 2023.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is om tot vergoeding over te gaan na de veroordeling in de proceskosten.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
3. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4. Op 22 juni 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juni 2023, waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. In dit besluit heeft het Uwv de beslissing dat verzoeker per 27 oktober 2019 (einde wachttijd) en per 1 april 2021 (datum herbeoordelingsverzoek) geen recht heeft op een WIA-uitkering gehandhaafd. Met het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 heeft het Uwv verzoekster laten weten dat hij per 1 april 2021 en per 14 oktober 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en twee zittingen heeft bijgewoond. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
6. Omdat het Uwv met het besluit van 28 oktober 2025 - in navolging van het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 - de in bezwaar gemaakte kosten van € 1.294,- aan verzoeker heeft vergoed en verzoeker hierom bij de intrekking van het beroep niet heeft verzocht, zal de rechtbank daarover geen beslissing nemen.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.