ECLI:NL:RBMNE:2025:7281

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
UTR 23/3173
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen UWV-besluit

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigd besluit genomen waarin verzoeker alsnog recht krijgt op een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100% per 1 april 2021 en 14 oktober 2024.

Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren en heeft vastgesteld dat het UWV inderdaad aan verzoeker is tegemoetgekomen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.721,- aan verzoeker. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het UWV ook het griffierecht van € 50,- moet vergoeden. Over reeds betaalde kosten in bezwaar wordt geen beslissing genomen omdat verzoeker hier niet om heeft verzocht.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/3173

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R. Küçükünal),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen(het Uwv), verweerder
(gemachtigde: S.N. Westmaas).

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het Uwv in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek op 30 oktober 2025 gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het besluit van 9 juni 2023.
De rechtbank heeft het Uwv in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het Uwv de rechtbank meegedeeld dat hij bereid is om tot vergoeding over te gaan na de veroordeling in de proceskosten.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

1. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
2. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het Uwv aan verzoeker tegemoetgekomen?
3. De rechtbank moet dus beoordelen of het Uwv geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4. Op 22 juni 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het besluit van 9 juni 2023, waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond is verklaard. In dit besluit heeft het Uwv de beslissing dat verzoeker per 27 oktober 2019 (einde wachttijd) en per 1 april 2021 (datum herbeoordelingsverzoek) geen recht heeft op een WIA-uitkering gehandhaafd. Met het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 heeft het Uwv verzoekster laten weten dat hij per 1 april 2021 en per 14 oktober 2024 recht heeft op een WIA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Hiermee is het Uwv tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het Uwv aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 2.721,- omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en twee zittingen heeft bijgewoond. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
6. Omdat het Uwv met het besluit van 28 oktober 2025 - in navolging van het gewijzigde besluit van 27 oktober 2025 - de in bezwaar gemaakte kosten van € 1.294,- aan verzoeker heeft vergoed en verzoeker hierom bij de intrekking van het beroep niet heeft verzocht, zal de rechtbank daarover geen beslissing nemen.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
7. De rechtbank wijst erop dat het Uwv verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het Uwv wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.721,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Azmi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 11 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.