Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde
.De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 170.000,-.
.De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix, het taxatierapport en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook appartementen die in dezelfde wijk in [plaats] liggen en niet te ver van de waardepeildatum zijn. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met het feit dat de woning op toestandspeildatum 1 januari 2024 in aanbouw was en voor 25% gereed. Op de zitting heeft eiser aangegeven het eens te zijn met dit percentage. De heffingsambtenaar heeft daarnaast rekening gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning ten aanzien van onder meer de uitstraling. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde
.De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 130.000,-.
.De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix, het taxatierapport en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook appartementen die in dezelfde wijk in [plaats] liggen en niet te ver van de waardepeildatum zijn. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met het feit dat de woning op toestandspeildatum 1 januari 2024 in aanbouw was en voor 25% gereed. Op de zitting heeft eiser aangegeven het eens te zijn met dit percentage
.De heffingsambtenaar heeft daarnaast rekening gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning ten aanzien van onder meer de uitstraling. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde
.De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 98.000,-.
.De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix, het taxatierapport en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook appartementen die in dezelfde wijk in [plaats] liggen en niet te ver van de waardepeildatum zijn. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met het feit dat de woning op toestandspeildatum 1 januari 2024 in aanbouw was en voor 25% gereed. Op de zitting heeft eiser aangegeven het eens te zijn met dit percentage. De heffingsambtenaar heeft daarnaast rekening gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning ten aanzien van onder meer de uitstraling. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
1 januari 2023. Eiser bepleit een lagere waarde. De heffingsambtenaar heeft in het verweerschrift aangegeven dat de vastgestelde waardes geen stand kunnen houden en heeft voorgesteld de waardes als volgt te verlagen:
€ 647,- wegingsfactor 1 en vermenigvuldigingsfactor 0,125, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van
€ 907,-, wegingsfactor 1 en vermenigvuldigingsfactor 0,25). De rechtbank gaat in beroep niet uit van een factor 1,5 voor samenhangende zaken. Eiser heeft één beroepschrift ingediend tegen in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar. Daarom is voor de toepassing van de regeling inzake proceskostenvergoeding sprake van één zaak. [3]
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond voor zover dit ziet op de WOZ-waardes van de woningen aan de [adres 1] , [adres 2] en [adres 3] in [plaats] ;
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op WOZ-waardes van de woningen aan de [adres 5] , [adres 6] , [adres 4] , [adres 7] , [adres 8] , [adres 9] , [adres 10] in [plaats] ;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 5] , vast op € 415.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 6] , vast op € 432.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 4] , vast op € 437.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 7] , vast op € 530.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 8] , vast op € 432.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 9] , vast op € 443.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 10] , vast op € 500.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2023;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 615,25 aan proceskosten aan eiser;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
22 december 2025.