Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 december 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
Inleiding
Overwegingen
€ 907,-, wegingsfactor 1 en vermenigvuldigingsfactor 0,25). De rechtbank gaat in beroep niet uit van een factor 1,5 voor samenhangende zaken. Eiser heeft één beroepschrift ingediend tegen in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar. Daarom is voor de toepassing van de regeling inzake proceskostenvergoeding sprake van één zaak. [3]
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 1] , vast op € 50.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 2] , vast op € 40.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021;
- stelt de waarde van de woning aan de [adres 3] , vast op € 26.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing dienovereenkomstig vermindert;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 615,25 aan proceskosten aan eiser;
- wijst het verzoek om immateriële schadevergoeding af.
P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
22 december 2025.