In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 5 december 2025 een beschikking uitgesproken in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw, die in 2009 in Caïro (Egypte) zijn getrouwd. De partijen hebben zowel de Egyptische als de Nederlandse nationaliteit en hebben twee minderjarige kinderen. De vrouw verblijft sinds februari 2025 met de kinderen in Egypte, terwijl de man in Nederland woont. De rechtbank Den Haag heeft eerder bepaald dat de kinderen terug naar Nederland moeten komen, maar deze beslissing is niet uitgevoerd. De man heeft de rechtbank verzocht om de echtscheiding uit te spreken en om te beslissen over het huurrecht van de woning en het gezag over de kinderen. De rechtbank heeft vastgesteld dat het huwelijk rechtsgeldig is en dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over de echtscheiding en de nevenvoorzieningen. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken, het huurrecht van de woning aan de man toegewezen en bepaald dat het gezag over de kinderen voortaan alleen aan de man toekomt. De vrouw is niet verschenen tijdens de zitting en heeft geen verweer gevoerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vrouw het contact met de man heeft verbroken en dat het in het belang van de kinderen is dat de man alleen het gezag uitoefent. De beslissing is niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en partijen kunnen binnen drie maanden hoger beroep instellen.