ECLI:NL:RBMNE:2025:7343

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11785649 UB VERZ 25-268
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • P.J. Elferink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:192 lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om termijn voor keuze aanvaarding nalatenschap afgewezen wegens reeds verwerping

Verzoeker, als belanghebbende in de nalatenschap van de overleden erflater, heeft bij de rechtbank Midden-Nederland een verzoek ingediend om aan verweerster een termijn te stellen om te kiezen tussen aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. Dit verzoek is gebaseerd op artikel 4:192 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek.

De griffie heeft verweerster in de gelegenheid gesteld te reageren, waarop zij heeft verklaard de nalatenschap te hebben verworpen. De griffie heeft vervolgens een mondelinge behandeling gepland, maar deze is geannuleerd nadat bleek dat verweerster al een verklaring van verwerping had afgelegd bij de griffie.

Verzoeker stelde dat verweerster mogelijk eerst de nalatenschap zuiver had aanvaard voordat zij deze verwierp, maar de kantonrechter oordeelde dat zelfs in dat geval verzoeker geen belang meer heeft bij het verzoek. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek om een termijn te stellen voor de keuze over de nalatenschap.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat verweerster de nalatenschap reeds heeft verworpen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Kantonrechter, locatie Utrecht, zaaknummer: 11785649 UB VERZ 25-268
Beschikking van 19 december 2025
Inzake het verzoek van:
[verzoeker],
wonende te [woonplaats 1] ,
gemachtigde mr. M.D. Mers, advocaat,
verder te noemen: verzoeker.
tegen:
[verweerster],
wonende te [woonplaats 2] ,
hierna: verweerster.
Verzoeker heeft het verzoek gedaan in zijn hoedanigheid van belanghebbende in de nalatenschap van:
[erflater] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1948, overleden te [woonplaats 2] op [datum overlijden] 2024, laatst gewoond hebbende te [woonplaats 2] , verder te noemen: erflater.

1.De procedure / het verzoek

1.1.
Op 3 juli 2025 heeft de griffie van deze rechtbank het verzoekschrift van verzoeker ontvangen waarin hij vraagt om aan verweerster een termijn te stellen om een keuze te maken over de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap van erflater, zoals bedoeld in artikel 4:192 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).
1.2.
De griffier heeft aan verweerster op 4 augustus 2025 een brief gezonden. In deze brief is verweerster in de gelegenheid gesteld om voor 1 september 2025 te reageren op het verzoek.
1.3.
Verweerster heeft op 9 augustus 2025 aan de griffie een brief gezonden waarin zij aangeeft de nalatenschap te hebben verworpen.
1.4.
De griffier heeft op 22 september 2025 oproepen gezonden voor een mondelinge behandeling van het verzoek op 11 november 2025. Verzoeker en verweerster zijn opgeroepen.
1.5.
Op 30 oktober 2025 heeft verzoeker aanvullende producties toegezonden aan de griffie.
1.6.
De griffier heeft op 6 november 2025 verzoeker en verweerster bericht dat de mondelinge behandeling van het verzoek niet doorgaat, omdat uit ambtshalve raadpleging van het boedelregister door de griffier is gebleken dat verweerster een verklaring van verwerping van de nalatenschap van erflater bij de griffie heeft afgelegd.
1.7.
De griffie heeft namens verzoeker op 11 november 2025 een e-mail ontvangen. In de e-mail staat kortgezegd dat verzoeker ervan uitging dat hij ter zitting in de gelegenheid zou worden gesteld om te onderbouwen dat verweerster al zuiver heeft aanvaard, voordat verweerster een verwerping heeft laten inschrijven in het boedelregister.

2.De feiten

2.1.
Erflater heeft laatstelijk bij testament over zijn nalatenschap beschikt op 11 maart 2015. In dit testament heeft erflater verweerster tot enige erfgename benoemd.
2.2.
Bij vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2023 is erflater veroordeeld tot betaling van een geldsom aan verzoeker. Erflater heeft maar een klein deel van deze vordering voldaan aan verzoeker.
2.3.
Erflater is op [datum overlijden] 2024 overleden.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van artikel 4:192 lid 2 BW Pro kan de kantonrechter op verzoek van een belanghebbende aan een erfgenaam die zijn of haar keuze nog niet heeft gemaakt een termijn stellen voor het maken van die keuze.
3.2.
Als schuldeiser van de nalatenschap is verzoeker belanghebbende als bedoeld in artikel 4:192 lid 2 BW Pro.
3.3.
De kantonrechter zal verzoeker in zijn verzoek niet-ontvankelijk verklaren. Verweerster heeft ter griffie inmiddels namelijk een verklaring van verwerping afgelegd. Ook als klopt wat verzoeker zegt, dat verweerster daarvoor al door daden van zuivere aanvaarding de nalatenschap zuiver heeft aanvaard, heeft verzoeker geen belang meer bij het verzoek. Ook in dat geval hoeft geen keuze meer gemaakt te worden door verweerster.

4.De beslissing

De kantonrechter
:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.J. Elferink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.