ECLI:NL:RBMNE:2025:7363

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
11977049 UT VERZ 25-8070
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:432 BWArt. 1:448 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag en benoeming bewindvoerder afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid verzoekster

De kantonrechter te Utrecht behandelde op 12 december 2025 het verzoek van verzoekster om de huidige bewindvoerder te ontslaan en haarzelf te benoemen als opvolgend bewindvoerder van de rechthebbende. De bewindvoering was eerder ingesteld bij beschikking van 2 oktober 2025.

De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het verzoek, waarbij de vraag centraal stond of verzoekster een bloedverwant in de vierde graad van de rechthebbende is, wat een vereiste is voor het indienen van een dergelijk verzoek. Verzoekster stelde zichzelf als zodanig, maar de huidige bewindvoerder betoogde dat zij een bloedverwant in de vijfde graad is.

De kantonrechter oordeelde dat de graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het aantal geboorten tussen partijen, waarbij verzoekster als achternicht in de vijfde graad valt. Dit leidde tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter R.W.J. van Veen op 23 december 2025.

Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot ontslag en benoeming als bewindvoerder wegens bloedverwantschap in de vijfde graad.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer : 11977049 UT VERZ 25-8070 jb
dossiernummer : BM 42053
datum : 23 december 2025
beschikking op een verzoek tot ontslag van de bewindvoerder en benoeming van een opvolgend bewindvoerder
op verzoek van:
[verzoekster] ,
wonende te [postcode 1] [woonplaats 1] , [adres 1] ,
hierna te noemen: verzoekster,
met betrekking tot:
[rechthebbende],
geboren te ' [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1929,
wonende te [postcode 2] [woonplaats 2] , [adres 2] ,
hierna te noemen: rechthebbende.

1.De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoek, ontvangen op 10 november 2025;
  • de brief van verzoekster, ontvangen op 28 november 2025;
  • het verzoek, ontvangen op 9 december 2025.
Het verzoek is mondeling behandeld op 12 december 2025.
Ter zitting zijn verschenen:
  • [verzoekster] , verzoekster/achternicht van rechthebbende;
  • [echtgenoot] , echtgenoot van verzoekster;
  • [rechthebbende] , rechthebbende;
  • [A] , werkzaam bij [organisatie] B.V.
Van het verhandelde ter zitting is aantekening gehouden.
Beschikking is bepaald op heden

2.De beoordeling

2.1
Bij beschikking van de kantonrechter te Utrecht van 2 oktober 2025 is het vermogen van rechthebbende onder bewind gesteld met benoeming van [organisatie] B.V. tot bewindvoerder. Bij brief, ontvangen op 10 november 2025, heeft verzoekster verzocht om het bewind op te heffen. Bij brief van 9 december 2025 heeft verzoekster haar verzoek gewijzigd in dier voege dat zij thans verzoekt om de huidige bewindvoerder te ontslaan en om verzoekster te benoemen tot bewindvoerder.
2.2
In artikel 1:448, lid 2 BW is bepaald dat ontslag wordt verleend op eigen verzoek, op verzoek van de medebewindvoerder, op verzoek van degene die gerechtigd is onderbewindstelling te verzoeken als bedoeld in artikel 1: 432, lid 1en lid 2 BW, dan wel ambtshalve.
In artikel 1:432, lid 1 BW, eerste volzin, is bepaald dat instelling van bewind kan worden verzocht door de rechthebbende, zijn echtgenote, zijn geregistreerde partner dan wel andere levensgezel, zijn bloedverwanten in de recht lijn en in de zijlijn tot en met de vierde graad, degene die ingevolge artikel 253sa of 253t het gezag over de rechthebbende uitoefent, zijn voogd, zijn curator als bedoeld in artikel 16 en Pro zijn mentor als bedoeld in titel 20.
2.3
De eerst te beantwoorden vraag is of verzoekster een bloedverwant in de vierde graad is van rechthebbende. De bewindvoerder stelt zich op het standpunt dat verzoekster een bloedverwant in de vijfde graad is dat bijgevolg verzoekster niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar verzoek.
De kantonrechter overweegt het volgende.
In artikel 1:lid 3, lid 1 BW (eerste volzin) is bepaald dat de graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het getal der geboorten, die de bloedverwantschap hebben veroorzaakt.
Dit betekent dat tussen ouders en kinderen bloedverwantschap in de eerste graad bestaat en tussen grootouders en kleinkinderen bloedverwantschap in de tweede graad bestaat. Voor het berekenen van de graad van bloedverwantschap in de zijlinie moet men eerst opklimmen tot de gemeenschappelijke stamvader (-moeder) en vervolgens neerdalen tot de verwant. Broers en zusters zijn derhalve bloedverwanten in de tweede graad. Tussen ooms en tantes enerzijds en hun neven en nichten anderzijds bestaat bloedverwantschap in de derde graad. Neven en nichten zijn bloedverwanten in de vierde graad.
Verzoekster is een achternicht van rechthebbende. Het getal der geboorten tussen haar en rechthebbende bedraagt vijf. Derhalve is verzoekster een bloedverwant in de vijfde graad.
De kantonrechter merkt nog op dat zowel verzoekster als de bewindvoerder een stamboom hebben getekend en in het geding hebben gebracht. Dat verzoekster op bloedverwantschap in de vierde graad uitkomt lijkt een gevolg te zijn van het feit dat verzoekster generaties telt. Dat is niet juist: zoals hiervoor uiteengezet bepaalt het aantal geboorten (eerst opgaand naar de gemeenschappelijke stamvader en vervolgens neerdalend) de graad van bloedverwantschap.
Nu verzoekster een bloedverwant in de vijfde graad van rechthebbende is wordt zij niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek.

3.De beslissing

De kantonrechter:
- verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.W.J. van Veen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 23 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.