De kantonrechter te Utrecht behandelde op 12 december 2025 het verzoek van verzoekster om de huidige bewindvoerder te ontslaan en haarzelf te benoemen als opvolgend bewindvoerder van de rechthebbende. De bewindvoering was eerder ingesteld bij beschikking van 2 oktober 2025.
De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het verzoek, waarbij de vraag centraal stond of verzoekster een bloedverwant in de vierde graad van de rechthebbende is, wat een vereiste is voor het indienen van een dergelijk verzoek. Verzoekster stelde zichzelf als zodanig, maar de huidige bewindvoerder betoogde dat zij een bloedverwant in de vijfde graad is.
De kantonrechter oordeelde dat de graad van bloedverwantschap wordt bepaald door het aantal geboorten tussen partijen, waarbij verzoekster als achternicht in de vijfde graad valt. Dit leidde tot de conclusie dat verzoekster niet-ontvankelijk is in haar verzoek. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter R.W.J. van Veen op 23 december 2025.