ECLI:NL:RBMNE:2025:7364

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 december 2025
Publicatiedatum
27 januari 2026
Zaaknummer
C/16/603259 / FT RK 25/1199
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Fw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot faillietverklaring NextPax Holding B.V. wegens ontbreken opeisbare vordering

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 16 december 2025 het verzoek tot faillietverklaring van NextPax Holding B.V. (NPH) ingediend door schuldeiser Dutch Dragon Holding B.V. (DDH). DDH stelde een vordering van ruim €250.000,- te hebben, bestaande uit een lening en rente, en betoogde dat deze opeisbaar was gesteld. NPH erkende de vordering maar betwistte de opeisbaarheid, verwijzend naar afspraken in de jaarrekeningen 2023 en 2024 dat terugbetaling pas bij verkoop zou plaatsvinden.

De rechtbank overwoog dat voor faillietverklaring vereist is dat de schuldenaar ten minste twee schuldeisers onbetaald laat, waarvan één met een opeisbare vordering. Hoewel NPH meerdere schuldeisers heeft, was niet voldaan aan de eis van een opeisbare vordering. De vorderingen van DDH en een andere schuldeiser waren volgens de geaccordeerde jaarrekeningen niet opeisbaar zonder een zogenaamde exit.

De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van een opeisbare vordering betekent dat NPH niet in een toestand verkeert te hebben opgehouden te betalen. Het verzoek tot faillietverklaring werd daarom afgewezen. De beschikking werd uitgesproken door mr. R.W.J. van Veen op 30 december 2025.

Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van NextPax Holding B.V. wordt afgewezen wegens het ontbreken van een opeisbare vordering.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Toezicht
locatie Lelystad
rekestnummer: C/16/603259 / FT RK 25/1199
Beschikking op grond van artikel 1 Fw Pro (“verzoek tot faillietverklaring”)d.d. 30 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
Dutch Dragon Holding B.V.,
gevestigd te Almere,
hierna: DDH,
advocaat: mr. F. Eikelboom,
tegen
de besloten vennootschap
NextPax Holding B.V.
gevestigd te Almere,
hierna: NPH,
advocaat: mr. J.W.C. Berk.

1.De procedure

1.1.
Het verzoekschrift tot faillietverklaring is behandeld tijdens een zitting achter gesloten deuren van deze rechtbank van 16 december 2025.
1.2.
Ter zitting zijn verschenen:
  • mr. F. Eikelboom, advocaat van DDH en diens kantoorgenoot mr. D.L. Visser;
  • de heer [A] , bestuurder van DDH (via MS-Teams);
  • mr. J.W.C. Berk, advocaat van NPH;
  • de heer [B] en de heer [C] , middellijk bestuurders van NPH.

2.De beoordeling

2.1.
DDH is minderheidsaandeelhouder van NPH. DDH stelt zich op het standpunt dat zij een vordering heeft op NPH van ruim € 250.000,00. Dit betreft een verstrekte lening van € 100.000,00 en de daarover verschuldigde rente. In 2015 is hiervoor een geldleningsovereenkomst opgesteld. DDH stelt dat er ook sprake is van een opeisbare vordering nu zij op 2 oktober 2025 NPH op grond van de genoemde geldleningsovereenkomst heeft gesommeerd de openstaande rente te betalen. Nu dat niet is gebeurd is op grond van de geldleningsovereenkomst naast het openstaande rentebedrag ook de (niet afgeloste) hoofdsom opeisbaar. Naast deze schuld heeft NPH meerdere schuldeisers. Die zou onder meer blijken uit de jaarrekeningen en de aandeelhoudersovereenkomst van
30 juni 2024. Een van de andere schuldeisers, [D] die een vordering heeft van 4 miljoen euro op NPH, zou haar vordering ook opgeëist hebben. Daarmee is sprake van pluraliteit van schuldeisers. Verder blijkt uit onder meer de jaarrekeningen en mailwisselingen, die als producties zijn gevoegd bij het verzoekschrift dat NPH de aan haar verstrekte leningen niet kan terugbetalen. Waarmee ook sprake is van de toestand te hebben opgehouden te betalen.
2.2.
NPH erkent dat DDH een vordering heeft op NPH. Verder wordt niet betwist dat er meer dan één schuldeiser is. NPH betwist wel dat er sprake is van opeisbaarheid van de vordering van DDH en van de vordering van [D] . In de jaarrekening 2023 is namelijk vastgelegd dat de leningen niet zouden worden terugbetaald tot er een verkoop van NPH is gerealiseerd.
2.3.
Voor toewijzing van een verzoek strekkende tot faillietverklaring van een schuldenaar is vereist dat de schuldenaar in een positie verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen. Voor de vaststelling daarvan is vereist dat de schuldenaar tenminste twee schuldeisers onbetaald laat, waarvan één met een opeisbare vordering. Niet doorslaggevend is of de schuldenaar al dan niet voldoende verhaal biedt, maar of de schuldenaar niet kan of wil betalen.
2.4.
Naar het oordeel van de rechtbank is niet voldaan aan de in 2.3. genoemde eisen.
Bij de behandeling in raadkamer heeft DDH (
nr. 1.1 spreekaantekeningen mrs. Eikelboom en Vissers) aangevoerd dat onbetwist vast staat dat NPH meer dan één schuldeiser heeft en het enige geschilpunt is of NPH verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen.
Juist is dat NPH meer dan één schuldeiser heeft. Niet juist is dat het enige geschilpunt is of NPH verkeert in een toestand te hebben opgehouden te betalen. Het geschilpunt in deze zaak is of er wel sprake is van een opeisbare vordering. Mede gelet op de aard van de faillissementsprocedure (op eenvoudige wijze moet kunnen worden vastgesteld dat aan de voorwaarden voor faillissement wordt voldaan) gaat de rechtbank niet voorbij aan het verweer van NPH dat de vordering van DDH niet opeisbaar is (anders dan in een geval van een zogenaamde exit) omdat dit is afgesproken zoals blijkt uit de voor akkoord getekende jaarrekeningen 2023 en 2024 van NPH.
2.5.
Een andere opeisbare vordering is ook niet te duiden. Anders dan DDH stelt is de rechtbank van oordeel dat [D] haar vordering niet heeft opgeëist, daargelaten op zij haar vordering wel kan opeisen nu ook voor deze schuldeiser geldt dat ingevolge de vastgestelde en geaccordeerde jaarrekeningen 2023 en 2024 haar vordering alleen bij een zogenaamde exit opeisbaar is.
2.6.
Ten overvloede overweegt de rechtbank nog het volgende. Niet in geschil is dat als alle schuldeisers van NPH hun vorderingen
kunnenen
willenopeisen, NPH niet in staat is al die vorderingen volledig te voldoen. Indien dit al zou betekenen dat er sprake is van een toestand van opgehouden te betalen dan nog kan dit niet leiden tot een faillissement. Daarvoor is vereist dat er tenminste één opeisbare vordering is en deze is er niet.
2.7.
Het vorenstaande leidt tot afwijzing van het verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank:
- wijst af het verzoek tot faillietverklaring.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.W.J. van Veen en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025.