ECLI:NL:RBMNE:2025:7416

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
UTR 23/4731 t/m 23/4733 en UTR 23/4678
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van bezwaren tegen naheffingsaanslagen parkeerbelasting wegens te late indiening en onjuiste kentekenregistratie

De heffingsambtenaar legde in 2023 meerdere naheffingsaanslagen parkeerbelasting op aan eiseres en haar partner. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslagen, waarvan twee bezwaren te laat werden ingediend en daarom niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank bevestigt deze niet-ontvankelijkheid omdat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is.

Voor de andere twee aanslagen betoogde eiseres dat een menselijke fout bij het invoeren van het kenteken leidde tot onterechte naheffingsaanslagen. Zij verwees naar een collega die in een vergelijkbare situatie wel gelijk kreeg. De heffingsambtenaar stelde dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor een correcte registratie en dat de eerdere vernietiging van de aanslagen voor de collega onterecht was.

De rechtbank volgt de heffingsambtenaar en oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de situatie van eiseres verschilt van die van haar collega. Eiseres moet de naheffingsaanslagen betalen en krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.

De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 18 december 2025 en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: De beroepen tegen de naheffingsaanslagen parkeerbelasting worden afgewezen en eiseres moet de aanslagen betalen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 23/4731 t/m 23/4733 en UTR 23/4678

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans)

Procesverloop

1.1
De heffingsambtenaar heeft op 22 februari 2023, 5 april 2023, 20 april 2023 en
26 april 2023 aan (de partner van) eiseres naheffingsaanslagen parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslagen bezwaar gemaakt op 24 en 25 mei 2023.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 8 juni 2023 de bezwaren van eiseres in de zaken UTR 23/4732 en UTR 23/4733 tegen de naheffingsaanslagen van 22 maart 2023 en 5 april 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat de bezwaren te laat zijn ingediend. De bezwaren van eiseres in de andere zaken, 23/4731 en 23/4678, heeft de heffingsambtenaar ongegrond verklaard.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld op 18 juli 2023. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 6 november 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen ten aanzien van UTR 23/4732 en UTR 23/4733

2. Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat het besluit bekend is gemaakt. [1] De naheffingsaanslag parkeerbelasting in de zaak UTR 23/4732 heeft als dagtekening 22 februari 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 6 maart 2023 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. De heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift ontvangen op 25 mei 2023. Dat is dus te laat. De naheffingsaanslag parkeerbelasting in de zaak UTR 23/4733 heeft als dagtekening 5 april 2023. Het bezwaarschrift had dus uiterlijk op 18 mei 2023 door de heffingsambtenaar ontvangen moeten zijn. De heffingsambtenaar heeft het bezwaarschrift ontvangen op 24 mei 2023. Dat is dus ook te laat. Als iemand een bezwaarschrift te laat indient, kan het bestuursorgaan het bezwaar niet-ontvankelijk verklaren. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig indienen van het bezwaarschrift verschoonbaar is. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
3. In het beroepschrift heeft eisers aangevoerd dat zij in eerste instantie niet begreep waarom zij parkeerboetes ontving. Eiseres ging ervanuit dat de wekelijkse registratie van het voertuig correct was. Pas later ontdekte zij de fout die resulteerde in wekelijkse boetes. Eiseres betreurt de situatie en is bewust van haar eigen verantwoordelijkheid voor een correcte registratie.
4. De heffingsambtenaar voert aan dat de bezwaarschriften te laat zijn ingediend zonder verschoonbare termijnbare overschrijding. Dat eiseres niet eerder bezwaar heeft gemaakt omdat zij in eerste instantie niet begreep waarom zij parkeerboetes ontving komt voor haar rekening en risico.
5. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar deze bezwaren van eiseres terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Wat eiseres als reden aanvoert, kan namelijk niet als een verschoonbare reden worden aangemerkt. Het beroep in deze twee zaken is daarom ongegrond en zal niet inhoudelijk worden beoordeeld.

Overwegingen ten aanzien van UTR 23/4731 en UTR 23/4678

6. Het voertuig van de partner van eiseres stond op verschillende dagen geparkeerd in de Gansstraat in Utrecht zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan zijn de volgende naheffingsaanslagen opgelegd:
- aanslagnummer [nummer] , op 12 april 2023 om 10:06 uur;
- aanslagnummer [nummer] , op 5 april 2023 om 12:43 uur.
7. Eiseres voert aan dat zij beschikt over een zakelijke parkeervergunning. Er is een fout gemaakt bij het invoeren van het kenteken tijdens de registratie van het voertuig. Door deze menselijke fout is er per ongeluk een onjuiste letter in het kenteken ingevoerd. Eiseres voert verder aan dat een collega om dezelfde reden ook naheffingsaanslagen heeft ontvangen en dat haar bezwaar gegrond is verklaard en de naheffingsaanslagen zijn vernietigd.
8. De heffingsambtenaar voert aan dat het kenteken van eiseres tijdens de parkeercontrole niet was geregistreerd in de digitale parkeerbalie van de gemeente. Dat eiseres per ongeluk een onjuiste letter in het kenteken heeft ingevoerd blijft voor haar rekening en risico. Eiseres is zelf verantwoordelijk voor een correcte registratie. Met betrekking tot de collega van eiseres voert de heffingsambtenaar aan dat de aanslagen ten onrechte zijn vernietigd. Het besluit op bezwaar had moeten luiden dat het bezwaar ongegrond was en dat de naheffingsaanslag gehandhaafd bleef. De heffingsambtenaar is van mening dat deze gemaakte fout niet hoeft te worden herhaald in het geval van eiseres. Bij een toets aan het gelijkheidsbeginsel wordt er volgens de heffingsambtenaar niet voldaan aan de meerderheidsregel. De rechtbank kan de heffingsambtenaar hierin volgen. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

9. De beroepen zijn ongegrond. In de zaken UTR 23/4732 en UTR 23/4733 heeft de heffingsambtenaar de bezwaren van eiseres terecht niet ontvankelijk verklaard, dus de rechtbank kan het beroep in die twee zaken niet inhoudelijk beoordelen. De gronden van eiseres in de zaken UTR 23/4731 en UTR 23/4678 slagen niet. Dat betekent dat de heffingsambtenaar de naheffingsaanslagen parkeerbelasting terecht heeft opgelegd en dat eiseres deze moet betalen. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikelen 6:7 en 6:8 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).