De heffingsambtenaar legde in 2023 meerdere naheffingsaanslagen parkeerbelasting op aan eiseres en haar partner. Eiseres maakte bezwaar tegen deze aanslagen, waarvan twee bezwaren te laat werden ingediend en daarom niet-ontvankelijk werden verklaard. De rechtbank bevestigt deze niet-ontvankelijkheid omdat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is.
Voor de andere twee aanslagen betoogde eiseres dat een menselijke fout bij het invoeren van het kenteken leidde tot onterechte naheffingsaanslagen. Zij verwees naar een collega die in een vergelijkbare situatie wel gelijk kreeg. De heffingsambtenaar stelde dat eiseres zelf verantwoordelijk is voor een correcte registratie en dat de eerdere vernietiging van de aanslagen voor de collega onterecht was.
De rechtbank volgt de heffingsambtenaar en oordeelt dat de beroepen ongegrond zijn. Het gelijkheidsbeginsel wordt niet geschonden omdat de situatie van eiseres verschilt van die van haar collega. Eiseres moet de naheffingsaanslagen betalen en krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
De uitspraak is gedaan door rechter Rijlaarsdam op 18 december 2025 en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.