ECLI:NL:RBMNE:2025:7418

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
28 januari 2026
Zaaknummer
UTR 24/2368
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet-betaling

De heffingsambtenaar legde op 10 januari 2024 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan eiser omdat diens auto op 31 december 2023 zonder betaling geparkeerd stond aan het Smaragdplein in Utrecht. Eiser maakte bezwaar tegen de aanslag en stelde dat de parkeerautomaat defect was, waardoor betaling niet mogelijk was.

De heffingsambtenaar stelde dat er twee parkeerautomaten in de buurt waren en dat er geen storingen waren geregistreerd op die dag. Een overzicht van parkeertransacties en storingen werd overgelegd waaruit bleek dat geen storing was vastgesteld.

De rechtbank oordeelde dat eiser geen objectief en verifieerbaar bewijs had geleverd van een defect. Het is de verantwoordelijkheid van de parkeerder om de parkeerbelasting tijdig te voldoen, ook als een automaat defect is. Alternatieve betaalmethoden, zoals een andere automaat of een parkeerapp, waren beschikbaar. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.

Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2368

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans).

Procesverloop

1.1
De heffingsambtenaar heeft op 10 januari 2024 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt op
11 januari 2024.
1.2
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraken op bezwaar van 1 februari 2024 de bezwaren van eiser ongegrond verklaard.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld op 15 februari 2024. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 6 november 2025. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting.

Overwegingen

2. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd omdat zijn auto met het kenteken [kenteken] op 31 december 2023 om 10:37 uur aan het Smaragdplein in Utrecht stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald.
3. Volgens eiser is de naheffingsaanslag onterecht opgelegd. Normaal gesproken parkeert eiser in de straat achter het Smaragdplein en daar heeft hij een vergunning voor. Eiser voert aan dat de parkeerautomaat op het Smaragdplein defect was op
31 december 2023.
4. De heffingsambtenaar voert aan dat er aan het Smaragdplein twee parkeerautomaten staan in de buurt van de locatie waar eiser zijn auto heeft geparkeerd. Daarnaast stelt de heffingsambtenaar dat er geen sprake is geweest van storingen bij de twee parkeerautomaten op 31 december 2023. De heffingsambtenaar heeft een overzicht overgelegd van de parkeertransacties en eventuele storingen van de betreffende parkeerautomaten. Daar blijkt niet uit dat er op die dag een storing is geregistreerd aan de twee door de heffingsambtenaar genoemde parkeerautomaten.
5. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar terecht de naheffingsaanslag parkeerbelasting aan eiser heeft opgelegd. Eiser heeft geen objectief, verifieerbaar bewijs overlegd waaruit blijkt dat er ten tijde van de poging om te betalen sprake zou zijn van een storing van de parkeerautomaat. Het behoort tot de verantwoordelijkheid van een parkeerder om ervoor te zorgen dat de verschuldigde parkeerbelasting voor het parkeren op een parkeerplaats tijdig, bij de aanvang van het parkeren en zolang er wordt geparkeerd, wordt voldaan. Een defecte parkeerautomaat is geen geldige reden om geen parkeerbelasting te hoeven voldoen. Eiser had de parkeerbelasting op een andere manier kunnen voldoen, bijvoorbeeld door betaling bij een andere parkeerautomaat of door middel van een parkeer app. Dat eiser dit niet heeft gedaan komt voor zijn rekening en risico. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.