Eiser maakte bezwaar tegen de WOZ-waarden van twee woningen en kreeg een informatiebeschikking opgelegd wegens het niet aanleveren van gevraagde gegevens via een Inlichtingen Formulier Secondaire Kenmerken (IFSO). De heffingsambtenaar had het formulier toegezonden, maar eiser leverde geen gegevens aan, waarna de informatiebeschikking werd genomen.
Eiser stelde dat hij het formulier niet had ontvangen en dat er geen hoorzitting was georganiseerd. De rechtbank oordeelde dat het formulier wel was toegezonden en dat eiser voldoende gelegenheid had gekregen om gehoord te worden, maar hier geen gebruik van maakte.
Eiser verzocht ook om immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hoewel de termijn met circa vijf maanden was overschreden, was het financiële belang niet aannemelijk gemaakt boven €1.000,- en was de overschrijding minder dan twaalf maanden. Daarom werd het verzoek afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde de heffingsambtenaar niet in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter J.R. van Es-de Vries op 18 december 2025.