ECLI:NL:RBMNE:2025:7445

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/16/586841 / FL RK 25-36
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met nevenvoorzieningen tussen Eritrese ouders met kinderen

In deze zaak heeft de Rechtbank Midden-Nederland op 1 december 2025 uitspraak gedaan in een echtscheidingsprocedure tussen een man en een vrouw, beiden van Eritrese afkomst, die in Nederland verblijven na te zijn gevlucht uit Soedan. De man en vrouw zijn in 2022 met elkaar getrouwd in Soedan en hebben twee minderjarige kinderen. De rechtbank heeft de echtscheiding uitgesproken en de hoofdverblijfplaats van de kinderen vastgesteld bij de vrouw. De man heeft recht op zorgregeling waarbij hij drie weekenden per maand met de kinderen in de echtelijke woning verblijft. De rechtbank heeft ook bepaald dat de vrouw huurster wordt van de woning, en dat de proceskosten door beide partijen zelf gedragen worden. De rechtbank heeft de verzoeken van de man en vrouw voor verdere nevenvoorzieningen, zoals de zorgregeling en het huurrecht, beoordeeld en deels toegewezen, maar ook afgewezen waar nodig. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding en het huurrecht, die pas ingaan na inschrijving in de registers van de burgerlijke stand.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Lelystad
zaaknummer: C/16/586841 / FL RK 25-36
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking van 1 december 2025
in de zaak van:
[de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. E.R.J. Helmantel,
tegen
[de vrouw],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. V.C.Th. van 't Westende Meeder.

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift (met bijlagen) van de man, binnengekomen op 23 december 2024;
  • het verweerschrift met zelfstandige verzoeken (met bijlagen) van de vrouw, binnengekomen op 17 maart 2025;
  • het verweerschrift met gewijzigd zelfstandig verzoek van de vrouw, binnengekomen op 5 juni 2025;
  • het verweer van de man op de zelfstandige verzoeken van de moeder, binnengekomen op 19 juni 2025.
1.2.
De verzoeken zijn besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 3 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de man met zijn advocaat en Z. Zened (de tolk);
  • de vrouw met haar advocaat en A. Ahgols (de tolk);
  • [A] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
1.3.
De rechtbank heeft de kinderen van partijen, niet gevraagd wat zij van de verzoeken vinden. De rechtbank vraagt dat alleen aan kinderen van acht jaar of ouder. Kinderen onder de acht jaar vindt de rechtbank daar nog te jong voor.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Partijen zijn volgens hen met elkaar getrouwd op [datum] 2022 in Soedan.
2.2.
Beide partijen hebben de Eritrese nationaliteit.
2.3.
Partijen zijn de ouders van:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] (Soedan);
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2023 in [geboorteplaats] .
2.4.
De rechtbank heeft bij beschikking van 28 november 2024 de volgende voorlopige voorzieningen getroffen:
  • de kinderen aan de man toevertrouwd;
  • bepaald dat de man gerechtigd is tot het uitsluitend gebruik van de woning aan het adres [adres] in [woonplaats] en de zich daarin bevindende inboedel, met bevel dat de vrouw die woning moet verlaten en deze verder niet mag betreden.
2.5.
Partijen verzoeken de rechtbank de echtscheiding tussen hen uit te spreken.
2.6.
Daarnaast verzoekt de man de rechtbank om:
  • te bepalen dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij hem zullen hebben;
  • te bepalen dat de man huurder zal zijn van de woning aan [adres] in [woonplaats] .
2.7.
De vrouw vindt dat de verzoeken van de man moeten worden afgewezen. De vrouw verzoekt de rechtbank om:
  • te bepalen dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij haar zullen hebben;
  • te bepalen dat de vrouw het huurrecht van de woning aan [adres] in [woonplaats] verkrijgt;
  • te bepalen dat betreffende de zorg- en opvoedingstaken de ‘birdnesting’ constructie van toepassing is, in die zin, dat vrouw met de kinderen van maandag tot en met vrijdag in de echtelijke woning in [woonplaats] verblijft en de man het weekend met de kinderen in de echtelijke woning in [woonplaats] verblijft;
  • te bepalen dat zodra de ouders ieder een eigen woning hebben, dat de kinderen van maandag tot en met vrijdag bij moeder verblijven en in het weekend bij de vader;
  • te bepalen dat de zorgregeling tijdens de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte worden verdeeld.
2.8.
De man is het niet eens met de zelfstandige verzoeken van de vrouw en vraagt de rechtbank om de zelfstandige verzoeken van de vrouw af te wijzen.

3.De beoordeling

3.1.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken en:
  • bepalen dat de kinderen hun gewone verblijfplaats bij de vrouw hebben;
  • bepalen dat de vrouw het huurrecht van de woning aan [adres] in [woonplaats] verkrijgt;
  • als zorgregeling bepalen dat de man drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur met de kinderen in de echtelijke woning verblijft. Zodra de man beschikt over een eigen woonruimte zullen de kinderen drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man in zijn nieuwe woning verblijven;
  • bepalen dat partijen de zorg voor de kinderen tijdens de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen verdelen.
De overige verzoeken worden afgewezen. De rechtbank zal hierna uitleggen waarom zij deze beslissingen neemt.
De bevoegdheid van de rechtbank en het recht dat van toepassing is
3.2.
De rechtbank is bevoegd te beslissen op de verzoeken van partijen en het Nederlands recht is op die verzoeken van toepassing. [1]
Het ontbreken van het ouderschapsplan
3.3.
De rechtbank vindt dat partijen ontvankelijk zijn in hun verzoek tot echtscheiding. Dat wil zeggen dat het verzoek tot echtscheiding en de andere verzoeken inhoudelijk worden behandeld. De rechtbank vindt namelijk dat van de ouders niet kan worden verwacht dat zij alsnog samen een ouderschapsplan maken, omdat dit mede door de taalbarrière en de stroeve communicatie in het verleden ook niet is gelukt.
Het ontbreken van de huwelijksakte en de geboorteakte van [minderjarige 1]
3.4.
In de wet staat dat partijen bij een verzoek tot echtscheiding een afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte en de geboorteakte van de minderjarigen moeten overleggen. [2] Als en afschrift of uittreksel redelijkerwijs niet kan worden overgelegd, kan worden volstaan met overlegging van andere bewijsstukken of kan op andere wijze daarin worden voorzien. [3]
3.5.
De rechtbank vindt dat het overleggen van een afschrift of een uittreksel van de huwelijksakte en de geboorteakte van [minderjarige 1] achterwege kan blijven. Partijen kunnen deze namelijk niet overleggen, omdat zij in 2022 naar Nederland zijn gevlucht vanuit Soedan. De rechtbank neemt daarom genoegen met de gegevens uit de Basisregistratie personen (hierna: de BRP), waaruit blijkt dat de man en de vrouw op [datum] 2022 met elkaar zijn getrouwd in Soedan. Verder blijkt ook uit de BRP dat [minderjarige 1] de zoon is van partijen en dat hij geboren is op [geboortedatum] 2019 in [geboorteplaats] (Soedan).
De echtscheiding
3.6.
De rechtbank zal de echtscheiding tussen partijen uitspreken omdat aan de wettelijke vereisten is voldaan. [4] Partijen zijn het er namelijk over eens dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Dat betekent dat zij niet samen verder kunnen als echtgenoten.
Hoofdverblijfplaats
3.7.
De rechtbank zal de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] vaststellen bij de vrouw. Dit betekent dat de kinderen voortaan bij de vrouw zullen wonen. De rechtbank neemt deze beslissing omdat de vrouw dit heeft verzocht en de man tijdens de zitting heeft gezegd dat hij het eens is met dit verzoek.
Zorgregeling
3.8.
Partijen hebben in onderling overleg, voorafgaand aan de zitting, een zorgregeling afgesproken. In overeenstemming met de onderlinge afspraak van partijen zal de rechtbank daarom bepalen dat: de man drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur met de kinderen in de echtelijke woning verblijft. Zodra de man beschikt over eigen woonruimte zullen de kinderen drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man in zijn nieuwe woning verblijven. De overige tijd verblijven de kinderen bij de vrouw in de echtelijke woning.
Vakantie- en feestdagenregeling
3.9.
De rechtbank bepaald dat partijen de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen verdelen. De rechtbank neemt deze beslissing, omdat partijen het hiermee eens zijn.
De woning
3.10.
De rechtbank bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking huurster zal zijn van de woning aan [adres] in [woonplaats] . De rechtbank neemt deze beslissing, omdat partijen tijdens de zitting hebben verteld dat zij het erover eens zijn dat de vrouw de huurovereenkomst voortzet.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
De rechtbank zal de beslissing gedeeltelijk uitvoerbaar bij voorraad verklaren.
Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de rechtbank geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. De uitvoerbaarheid bij voorraad geldt niet voor de echtscheiding en het huurrecht. De echtscheiding kan de rechtbank niet uitvoerbaar bij voorraad verklaren, omdat het huwelijk pas eindigt op het moment dat deze beschikking wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. De beslissing over het huurrecht kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard, omdat als voorlopige voorziening een beslissing is genomen over het uitsluitend gebruik van de woning. De als voorlopige voorziening genomen beslissing over het uitsluitend gebruik van de woning blijft gelden tot de beslissing over het huurrecht in de echtscheidingsprocedure in kracht van gewijsde gaat. Hiervan is sprake zodra geen hoger beroep meer tegen die beslissing kan worden aangewend.
De proceskosten
3.12.
De rechtbank zal beslissen dat ieder de eigen proceskosten betaalt, omdat zij geen reden ziet om één van partijen in de proceskosten te veroordelen.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, getrouwd op [datum] 2022 in Soedan;
4.2.
bepaalt dat de kinderen voortaan hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vrouw;
4.3.
stelt een zorgregeling vast tussen de man en de kinderen, waarbij de man drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur met de kinderen in de echtelijke woning verblijft (birdnesting). Zodra de man beschikt over een eigen woning zullen de kinderen drie weekenden per maand van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur bij de man in zijn nieuwe woning verblijven;
4.4.
bepaalt dat partijen de vakanties en feestdagen in onderling overleg bij helfte zullen verdelen;
4.5.
bepaalt dat de vrouw met ingang van de datum van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand huurster is van de woning aan [adres] in [woonplaats] ;
4.6.
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad, behalve voor zover het de echtscheiding en het huurrecht betreft;
4.7.
bepaalt dat partijen hun eigen proceskosten betalen;
4.8.
wijst de verzoeken van partijen voor het overige af.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M. Weistra, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. J.A. Beverwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 3 sub a onder i Brussel II-ter en artikel 10:56 BW (echtscheiding), artikel 7 lid 1 Brussel II-ter en artikel 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 (ouderlijke verantwoordelijkheid, artikel 4 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (woning).
2.Artikel 815 lid 5 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
3.Artikel 815 lid 6 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
4.Artikel 1:151 van het Burgerlijk Wetboek.