ECLI:NL:RBMNE:2025:746
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening na terugvordering bijzondere bijstand
Eiser ontving in 2018 een bedrag van € 2.500,- aan bijzondere bijstand voor inrichtingskosten. Het college vorderde dit bedrag terug wegens het ontbreken van informatie over de besteding, zonder dat eiser bezwaar maakte tegen het terugvorderingsbesluit van december 2018.
In maart 2024 stuurde het college een herinneringsbrief voor betaling, waartegen eiser bezwaar maakte. Dit bezwaar verklaarde het college in juli 2024 niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Awb was. Eiser stelde vervolgens op 3 september 2024 beroep in, dat te laat werd ontvangen door de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het beroep buiten de wettelijke termijn van zes weken was ingediend en dat eiser geen geldige reden voor de vertraging had gegeven. Ook communicatie na het besluit, waaronder e-mails van juli 2024, veranderde dit oordeel niet. Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard, met als gevolg dat de rechtbank het niet inhoudelijk behandelde en eiser geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.