ECLI:NL:RBMNE:2025:7513

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 november 2025
Publicatiedatum
11 februari 2026
Zaaknummer
15-165931-24
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte voor meerdere vernielingen en bedreiging met gevangenisstraf en schadevergoedingen

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 28 november 2025 bij verstek uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte geboren in 1988, zonder vaste woon- of verblijfplaats. De verdachte werd beschuldigd van meerdere vernielingen op verschillende locaties, waaronder een observatiecel van de Koninklijke Marechaussee te Schiphol, het Park Plaza Hotel te Utrecht, diverse auto's en een politiecel, alsmede van bedreiging van een persoon in Nieuwegein.

De rechtbank verklaarde een groot aantal feiten bewezen, maar sprak de verdachte vrij van vernielingen waarvoor onvoldoende bewijs was geleverd. De bewezenverklaarde feiten werden gekwalificeerd als opzettelijke en wederrechtelijke vernielingen en bedreiging. De rechtbank hield rekening met een psychotisch toestandsbeeld van de verdachte ten tijde van de feiten en kende een verminderde toerekeningsvatbaarheid toe.

De straf bestaat uit een gevangenisstraf van 35 dagen, waarvan 28 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met aftrek van zeven dagen voorarrest. De rechtbank wees ook diverse schadevergoedingen toe aan benadeelden, waaronder een bedrag van €800 aan een particulier, €94,18 aan de politie en €945,55 aan een andere particulier, met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel waarbij de Staat de incasso verzorgt. Een vordering van een bedrijf werd niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende onderbouwing.

De rechtbank vond de straf passend gezien de ernst en hoeveelheid van de feiten, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en het belang van vergelding en preventie. De verdachte werd veroordeeld tot betaling van de toegewezen schadevergoedingen en de kosten van de benadeelden.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 35 dagen gevangenisstraf (28 voorwaardelijk) en betaling van schadevergoedingen aan benadeelden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats: Utrecht
Parketnummers: 15/165931-24; 16/175192-24 (t.t.z. gevoegd); 16/201195-24
(t.t.z. gevoegd); 16/202139-24 (t.t.z. gevoegd); 16/206656-24 (t.t.z. gevoegd); 16/208965-24 (t.t.z. gevoegd); 16/209673-24 (t.t.z. gevoegd)
Verstek
Vonnis van de meervoudige kamer van 28 november 2025 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats] (Bulgarije),
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
hierna: de verdachte.

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is bij verstek inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 14 november 2025.
De aangebrachte parketnummers zijn op 9 april 2025 door de politierechter verwezen naar de meervoudige kamer.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de officier van justitie: mr. M.S. Martherus-Meijers;
  • de advocaat van de verdachte: mr. S.R. Nahar. De advocaat heeft medegedeeld niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn om namens de verdachte op te treden;
  • de benadeelde partij: [benadeelde 1] ;
  • de benadeelde partij: [benadeelde 2] .

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
in de zaak met parketnummer 15/165931-24:
op 19 mei 2024 te Schiphol een observatiecel van de Koninklijke Marechaussee onbruikbaar heeft gemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/175192-24:
op 28 mei 2024 in Utrecht goederen van het Park Plaza Hotel heeft vernield;
in de zaak met parketnummer 16/201195-24:
feit 1
op 19 juni 2024 in Utrecht een auto van [benadeelde 1] heeft vernield;
feit 2
op 20 juni 2024 in Houten een beeldscherm van het arrestantencomplex van de politie heeft vernield;
in de zaak met parketnummer 16/202139-24:
op 21 juni 2024 in Nieuwegein [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling;
in de zaak met parketnummer 16/206656-24:
op 26 juni 2024 in Utrecht een auto van [benadeelde 4] en/of [bedrijf] heeft vernield;
in de zaak met parketnummer 16/208965-24:
op 27 juni 2024 in Houten een cel van de politie onbruikbaar heeft gemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/209673-24:
op 28 juni 2024 in Houten een auto van [benadeelde 2] heeft vernield.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle feiten waar de verdachte van wordt beschuldigd bewezen kunnen worden.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte gedeeltelijk moet worden vrijgesproken van de vernieling in het Park Plaza Hotel (het feit onder parketnummer 16/175192-24) voor zover de vernieling ziet op de volgende goederen: de lockers, kleding, brandblussers, brandslanghaspels, brandkasten, brandmelders en toegangskaarten. De officier van justitie voert aan dat uit het dossier onvoldoende blijkt dat die betreffende goederen zijn vernield dan wel onbruikbaar zijn gemaakt.
De standpunten van de officier van justitie worden verder – voor zover van belang voor de beoordeling – besproken in paragraaf 3.2.
3.2.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat alle feiten zijn bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
Er zijn meerdere feiten bewezen verklaard. De bewijsmiddelen worden alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarover deze gaan.
3.3.2.
Bewijsoverweging
Ten aanzien van parketnummer 16/175192-24: gedeeltelijke vrijspraak van de kleding, koffer, brandblussers, brandslanghaspels en toegangskaarten
De rechtbank oordeelt dat de verdachte gedeeltelijk moet worden vrijgesproken van het vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van de kleding, koffer, brandblussers, brandslanghaspels en toegangskaarten zoals opgenomen in de beschuldiging, omdat daarvan uit het dossier onvoldoende blijkt.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de verdachte ook moet worden vrijgesproken van de lockers, brandkasten en brandmelders, maar de rechtbank oordeelt dat uit het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] blijkt dat deze goederen zijn beschadigd dan wel onbruikbaar zijn gemaakt.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
in de zaak met parketnummer 15/165931-24:
op 19 mei 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk een observatiecel die aan de Koninklijke Marechaussee toebehoorde heeft beschadigd en onbruikbaar heeft gemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/175192-24:
op 28 mei 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk lockers en brandkasten en een brandcentralesysteem en rookmelders en plafondplaten en stekkers en een camera en een lamp/spotje en een schilderij en drinkglazen en kamernummers en het plafond, die aan Park Plaza Hotel toebehoorden heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/201195-24:
feit 1
op 19 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan een ander toebehoorde, heeft beschadigd;
feit 2
op 20 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een beeldscherm, dat aan het Arrestantencomplex toebehoorde, heeft vernield;
in de zaak met parketnummer 16/202139-24:
op 21 juni 2024 te Nieuwegein [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen "I want to fight you. I want to kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
in de zaak met parketnummer 16/206656-24:
op 26 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, die aan [bedrijf] toebehoorde, heeft beschadigd;
in de zaak met parketnummer 16/208965-24:
op 27 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk ophoudcel 2, die aan de politie toebehoorde, onbruikbaar heeft gemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/209673-24:
op 28 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een auto (merk Mini Cooper), die aan [benadeelde 2] toebehoorde, heeft beschadigd.
De rest van de tekst van de beschuldiging kan niet worden bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
De taal- en/of schrijffouten die in de tekst van de beschuldiging voorkomen zijn in de bewezenverklaring verbeterd. Dit benadeelt de verdachte niet.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
KwalificatieDe bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op:
in de zaak met parketnummer 15/165931-24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen en/of onbruikbaar maken;
in de zaak met parketnummer 16/175192-24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen en/of beschadigen en/of onbruikbaar maken, meermalen gepleegd;
in de zaak met parketnummer 16/201195-24:
feit 1
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
feit 2
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;
in de zaak met parketnummer 16/202139-24:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
in de zaak met parketnummer 16/206656-24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;
in de zaak met parketnummer 16/208965-24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken;
in de zaak met parketnummer 16/209673-24:
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.
4.2.
Strafbaarheid feiten en de verdachteDe feiten en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie eist dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van straf of maatregel, gelet op de persoonlijke omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan. De officier van justitie houdt er rekening mee dat de verdachte duidelijk hulp nodig had. Sinds hij opgenomen is geweest in het kader van een crisismaatregel, is de verdachte niet meer in aanraking gekomen met politie en justitie.
5.2.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder de verdachte deze feiten heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van de feiten
De verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan – kort gezegd – een groot aantal vernielingen. De verdachte heeft daarmee een gebrek aan respect getoond voor de eigendommen van anderen en materiële schade en overlast veroorzaakt. Dit zijn kwalijke en hinderlijke feiten. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan bedreiging. Met zijn handelen heeft de verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer en bij hem gevoelens van onveiligheid en angst teweeggebracht.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Bij de strafoplegging heeft de rechtbank gekeken naar het strafblad van de verdachte van
6 oktober 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in Nederland niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het Consult strafrechtspleging van het NIFP van
14 juni 2024, opgemaakt door psychiater in opleiding drs. J.M. Bouhuis. Uit dit consult volgt dat bij de verdachte op 14 juni 2024 sprake was van een floride psychotisch toestandsbeeld, meest waarschijnlijk in het kader van al eerder vastgestelde schizofrenie, waarbij een affectieve component niet is uitgesloten. Gelet op dit consult en de voorgeschiedenis van de verdachte, in combinatie met de verwarde toestand waarin de verdachte zich ten tijde van het plegen van de feiten bevond, zal de rechtbank de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan de verdachte toerekenen.
Strafkader
Gelet op de hoeveelheid, de aard en de ernst van de feiten, kan met geen andere straf worden volstaan dan een gevangenisstraf. De rechtbank komt tot een lagere straf dan de straffen die doorgaans worden opgelegd in vergelijkbare zaken, met name gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte ten tijde van het plegen van de feiten. Een deel van de gevangenisstraf zal in de vorm van een voorwaardelijke straf worden opgelegd. Dit voorwaardelijke strafdeel dient als stok achter de deur, om de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.
Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 35 dagen, waarvan 28 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht (7 dagen), met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden.
De rechtbank wijkt af van de eis van de officier van justitie tot schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel. De rechtbank vindt dat het rechterlijk pardon onvoldoende recht doet aan de vergelding die, gelet op de hoeveelheid en de aard van de feiten en de gevolgen daarvan voor de verschillende slachtoffers, moet plaatsvinden. Overigens heeft de rechtbank ook geen stukken waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de verdachte inmiddels niet meer voor overlast zorgt.

6.Vorderingen van de benadeelde partijen

6.1.
Vorderingen van de benadeelde partijen
[benadeelde 1] – feit 1 onder parketnummer 16/201195-24
[benadeelde 1] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Eigen risico schade huurauto: € 750,00;
Brandstof kosten, onder andere voor reis voor eigen risico: € 50,00.
Verder verzoekt deze benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[bedrijf] – parketnummer 16/206656-24
Dutchlease BV, een onderneming van [bedrijf] , heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 3.045,08, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
i. Cascoschade: € 3.045,08.
De politie – parketnummer 16/208965-24
De politie heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 94,18, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
i. Schoonmaakkosten: € 94,18.
Verder verzoekt de benadeelde partij deze schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
[benadeelde 2] – parketnummer 16/209673-24
[benadeelde 2] heeft zich gesteld als benadeelde partij en vordert de verdachte te veroordelen tot het betalen van een materiële schadevergoeding van € 945,55, te vermeerderen met de wettelijke rente. De materiële schade bestaat uit de volgende onderdelen:
Vernieling voorruit: € 553,19;
Vernieling spiegel: € 228,26;
BTW 21 procent: € 164,10.
Verder verzoekt deze benadeelde partij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen van [benadeelde 1] , de politie en [benadeelde 2] geheel kunnen worden toegewezen, omdat deze vorderingen voldoende zijn onderbouwd. Ten aanzien van de vordering van Dutchlease BV heeft de officier van justitie gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering, omdat deze onvoldoende is onderbouwd. Doordat een factuur ontbreekt, kan niet worden vastgesteld hoe het gevorderde bedrag tot stand is gekomen.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
[benadeelde 1] – feit 1 onder parketnummer 16/201195-24
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 19 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Dutchlease BV – parketnummer 16/206656-24
De rechtbank verklaart de benadeelde partij geheel niet-ontvankelijk in de vordering, omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank begrijpt uit de stukken dat de schade door de benadeelde partij zelf is gerepareerd. Op basis van de overgelegde foto’s van het spuiten van de motorkap van de Tesla, kan de rechtbank niet vaststellen hoe het bedrag aan materiële schade tot stand is gekomen. De vordering bevat geen toelichting op de gemaakte kosten. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat zou leiden tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan haar vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.
De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering, waardoor niet is komen vast te staan of en in hoeverre de vordering terecht is ingediend. De benadeelde partij moet daarom de kosten vergoeden die de verdachte heeft gemaakt om tegen deze vordering in te gaan. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
De politie – parketnummer 16/208965-24
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 27 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
[benadeelde 2] – parketnummer 16/209673-24
De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het bewezen verklaarde feit, ter hoogte van het gevorderde bedrag. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
De rechtbank wijst de gevorderde wettelijke rente toe vanaf 28 juni 2024 (de datum van het ontstaan van de schade) tot de dag dat de verdachte de schadevergoeding volledig heeft betaald.
De verdachte zal ook worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken. Deze kosten worden tot op dit moment begroot op nihil.
Schadevergoedingsmaatregel
Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven.
De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.
De rechtbank zal ten behoeve van de benadeelde partij de politie geen schadevergoedingsmaatregel opleggen. Met de schadevergoedingsmaatregel wordt (kort gezegd) beoogd dat het slachtoffer er niet zelf voor hoeft te zorgen dat de verdachte de schadevergoeding betaalt, maar dat de Staat dat voor hem/haar doet. De politie is een publieke instantie die zelf voldoende in staat is om, zonder extra waarborg voor betaling, de schadevergoeding te innen.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf en maatregelen zijn gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 63, 285, 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat de verdachte het onder parketnummer 15/165931-24, 16/175192-24, feit 1 en feit 2 onder parketnummer 16/201195-24, 16/202139-24, 16/206656-24, 16/208965-24 en 16/209673-24 ten laste gelegde heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
strafbaarheid verdachte
- verklaart de verdachte strafbaar voor de bewezenverklaarde feiten;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstraf van 35 dagen;
- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
28 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij
een proeftijd van 2 jarenvast;
- als
algemene voorwaardegeldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
benadeelde partij [benadeelde 1] (feit 1 onder parketnummer 16/201195-24)
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van
€ 800,00aan materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 800,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 16 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
benadeelde partij Dutchlease BV (parketnummer 16/206656-24)
- verklaart benadeelde partij [bedrijf] niet-ontvankelijk in de vordering;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
benadeelde partij de politie (parketnummer 16/208965-24)
- wijst de vordering van Politie Midden-Nederland toe tot een bedrag van
€ 94,18aan materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
benadeelde partij [benadeelde 2] (parketnummer 16/209673-24)
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van
€ 945,55aan materiële schade;
- veroordeelt de verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot de dag van volledige betaling;
- veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt de verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat
€ 945,55 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 juni 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 18 dagen gijzeling;
- bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.C. Klink, voorzitter, mr. I.G.C. Bij de Vaate en
mr. K. de Meulder, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Benschop, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 november 2025.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
in de zaak met parketnummer 15/165931-24:
hij op of omstreeks 19 mei 2024 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer opzettelijk en wederrechtelijk een observatiecel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Koninklije Marechaussee, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/175192-24:
hij op of omstreeks 28 mei 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk lockers en/of kleding en/of een koffer en/of brandblussers en/of brandslanghaspels en/of brandkasten en/of een brandcentralesysteem en/of rookmelders en/of plafondplaten en/of stekkers en/of een camera en/of een lamp/spotje en/of een schilderij en/of drinkglazen en/of kamernummers en/of toegangskaartjes en/of het plafond, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Park Plaza Hotel, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/201195-24:
feit 1
hij op of omstreeks 19 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 1] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
feit 2
hij op of omstreeks 20 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een beeldscherm, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan het arrestantencomplex, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/202139-24:
hij op of omstreeks 21 juni 2024 te Nieuwegein [benadeelde 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door die [benadeelde 3] dreigend de woorden toe te voegen "I want to fight you. I want to kill you", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
in de zaak met parketnummer 16/206656-24:
hij op of omstreeks 26 juni 2024 te Utrecht opzettelijk en wederrechtelijk een auto, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 4] en/of [bedrijf] in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/208965-24:
hij op of omstreeks 27 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk ophoud cel twee, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de politie, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;
in de zaak met parketnummer 16/209673-24:
hij op of omstreeks 28 juni 2024 te Houten opzettelijk en wederrechtelijk een auto (merk Mini), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [benadeelde 2] , in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt.
Bijlage II: Bewijsmiddelen
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 15/165931-24 [1]
-
een proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens de ATP Schiphol van de Koninklijke Marechaussee,
voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 19 mei 2024 kreeg ik een bericht van mijn collega's dat er een persoon was aangehouden te Schiphol. [2] Deze persoon die in de cel stond kwam overeen met de persoon op de identiteitsbewijs. Op de identiteitsbewijs stonden de volgende gegevens:
Naam: [verdachte]
Voornaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1988
Ik wil aangifte doen van vernieling van observatiecel 1 van het Justitieel Complex Schiphol. [3] Mijn collega's vertelden dat meneer deze cel flink heeft beschadigd. Meneer heeft de brandalarm/rookmelder kapot getrokken. Hierdoor zijn alle branddeuren in het Justitieel Complex Schiphol dicht gegaan. In de observatiecel liggen alle draden open en heeft meneer alle kitranden rond het raam kapot getrokken. Hierdoor is deze observatiecel onbruikbaar verklaard. [4]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/175192-24 [5]
-
een proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens Park Plaza Hotel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 mei 2024 was ik in de nacht werkzaam als [functie 1] voor het Park Plaza hotel op
het [adres 1] te [plaats 1] . Op dezelfde dag zag ik op de camerabeelden dat er een man in de keuken liep. [6] Nadat ik de beveiliging gebeld had zag ik dat de lift niet meer werkte. Ik zag via de camera dat de man de kap van een lamp trok, dat hij de brandslang uitrolde en daarmee de lift in liep en ook de brandblusser van de muur trok en in de opening van de lift legde. [7]
-
een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben van de [functie 2] van het bedrijf 'BBN Beveiliging' en ik werd gebeld door hotel 'Park Plaza' (
de rechtbank begrijpt: op 28 mei 2024). Ik zag op de beelden dat de verdachte de lift had gesaboteerd met brandblussers en brandslanghaspels, zodat de liften niet omhoog of omlaag konden. Na een paar minuten was ik naar de vijfde etage gegaan. Ik zag dat de verdachte plafondplaten uit het plafond had getrokken, kamernummers van de muur had afgehaald, een camera van het plafond had getrokken en glazen die op de gang stonden had kapot gegooid.
Ik zag dat de verdachte de volgende goederen had vernield:
- 5 e etage: plafondplaten, stekkers uit het plafond getrokken, camera, schilderij van de muur getrokken, spotje uit het plafond getrokken, glazen kapot gegooid. [8]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 mei 2024 kreeg ik de opdracht om te gaan naar hotel 'Park Plaza'. Ik kwam binnen en zag dat de [functie 4] met een man, die naar later de verdachte bleek te zijn. Collega’s hielden deze verdachte aan. Ik hoorde de [functie 4] zeggen dat de verdachte in de kelder, en op de eerste en vijfde etage vernielingen had aangericht.
Op de vijfde etage zag ik dat de volgende goederen vernield/onbruikbaar waren gemaakt:
- brandslangen uitgerold en vastgebonden aan deurklinken en relingen in de liften, zodat de liften niet omhoog en/of omlaag konden;
- plafondplaten uit het plafond getrokken;
- spotje uit het plafond getrokken;
- stekkers in het plafond eruit getrokken;
- schilderij van de muur getrokken;
- camera van het plafond getrokken;
- drinkglazen die op de grond stonden kapot gegooid;
- kamernummers van de muur getrokken. [9]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant J. [verbalisant 1] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 mei 2024, deed ik naar aanleiding van de diverse vernielingen onderzoek naar de camerabeelden bij het Park Plaza te Utrecht. Ik sprak daar met [A] , [functie 3] werkzaam in het Park Plaza hotel. Hij vertelde mij dat onder andere het volgende vernield was:
- verzegeling verbroken van brandkasten;
- lockers beschadigd;
- brandcentrale systeem moet opnieuw aangemeld worden.
Aalster toonde mij vervolgens de beelden. In de kelder zijn diverse lockers leeggehaald en sloten vernield. Ik zie dat de verdachte op de beelden de lift uitstapt. Ik zie dat de verdachte onder andere een lamp uit het plafond trekt, een brandblusser van de muur af haalt en tussen de liftdeuren plaatst en een brandkast open trekt en een brandhaspel uit de kast trekt en uitrolt de lift in. [10]
-
een proces-verbaal van aanhouding verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 mei 2024 werd door mij op de locatie [adres 1] te [plaats 1] (Park Plaza Utrecht), aangehouden als verdachte:
Voornamen : [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1988 [11]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/201195-24 [12]
feit 1
De verdachte bekent dat hij feit 1, namelijk de vernieling van de auto van [benadeelde 1] heeft gepleegd, zoals dit bewezen is verklaard. Door of namens hem is ook niet om vrijspraak van dat feit gevraagd. In die situatie hoeft de rechtbank niet de inhoud van de bewijsmiddelen op te schrijven. De rechtbank noemt daarom alleen de bewijsmiddelen waarop zij haar oordeel baseert:
-
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 1] ; [13]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4] . [14]
feit 2
-
een proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] namens Arrestantencomplex Houten, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
De verdachte genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1988, heeft op 20 juni 2024 tijdens zijn verhoor in verhoorkamer 12, het beeldscherm vernield. [15]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant M. van Soest, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 20 juni 2024 heb ik de aanvraag gedaan om [verdachte] uit zijn ophoudcel te laten ophalen en te laten brengen naar de verhoorkamer. Ik zag dat de verdachte het computerbeeldscherm vastpakte en deze vervolgens optilde, waarna hij hem hard op het bureau wat tussen mij en de verdachte instond gooide. [16] Toen ik zag dat de medewerkers van het cellencomplex de verdachte terug brachten naar zijn cel, zag ik dat het computerbeeldscherm kapot was gegooid. Ik zag dat de ombouw van het computerscherm gescheurd was en dat de ombouw van het computerscherm helemaal verbogen was. [17]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/202139-24 [18]
-
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 3] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik ben werkzaam op Cityplaza als [functie 4] . Op 21 juni 2024 was ik aan het werk op Cityplaza. [19] Tijdens mijn buitenronde werd ik aangesproken door een vrouw, dat er verderop bij de roltrappen een man stond die kinderen lastig viel. Ik vroeg meneer wat hij aan het doen was op het winkelcentrum. De man reageerde hier niet op. Ik hoorde dat de man vervolgens zei: “Do you want to fight me? Because I do, I want to kill you.” Ik vond de houding van de man dreigend omdat hij heel erg indringend oogcontact probeerde te zoeken en een vechthouding aan nam. Ik had het gevoel dat de man het meende wat hij zei en mij dus ook daadwerkelijk iets aan wilde doen. [20]
-
een proces-verbaal van verhoor verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
V: staat voor vraag verbalisant
A: staat voor antwoord verdachte
V: Je bent gisteren op het winkelcentrum Cityplaza geweest. De beveiliger heeft jou vervolgens aangesproken. Wat is daar gebeurd?
A: Ik was daar gisteren.
V: Waarom heb je tegen die man gezegd “I will kill you, I want to fight with you?”
A: Dat is iets dat iedereen hier in Nederland tegen me zegt. [21]
V: Je zei gisteren: “I want to kill you, I want to fight with you.” Wil je dat ook echt doen, of zeg je dat omdat ze dat in Nederland zo zeggen?
A: Ik had zo een wens om te vechten. Ik had dat ook kunnen doen.
V: Maar wilde je hem ook echt vermoorden, want dat is nogal heftig?
A: Ja dat is eng, ik ben ervoor getraind. Met 1 enkele beweging onder de kin, kan je iemand zijn nek breken. Dan eindigt het direct voor die persoon. [22]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/206656-24 [23]
-
een proces-verbaal van aangifte van [benadeelde 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik lease een witte Tesla, voorzien van kenteken [kenteken 1] , van [bedrijf]
. Op 26 juni 2024 kwam ik aan bij mijn Tesla. Ik zag hier meerdere politieagenten staan. Ik zag dat er een deuk in de motorkap zat. [24]
-
een proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 26 juni 2024 stond ik op de [straat 1] te Utrecht. Ik zag dat een man richting een witte Tesla liep die geparkeerd stond op de [straat 1] . Ik zag dat de man voor de witte Tesla ging staan. Ik zag dat de man tweemaal met zijn rechterbeen op de motorkap van de witte Tesla trapte. Ik zag dat de man dit met kracht deed. Ik zag dat er een flinke deuk zat in de motorkap op de plek waar de man zojuist getrapt had. Ik zag dat de man die werd meegenomen door de politie dezelfde man betrof als de man die zojuist een deuk in de witte Tesla trapte. [25]
-
een proces-verbaal van aanhouding verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 26 juni 2024 werd door ons, verbalisanten, op de locatie [straat 1] aangehouden als verdachte:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1988. [26]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/208965-24 [27]
-
een proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] namens de Politie, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Ik doe aangifte van vernieling van een politiecel. Voor bijzonderheden verwijs ik naar het proces-verbaal van bevindingen. [28]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [aangever 4] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 27 juni 2024 plaatsten wij verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum] 1988, in ophoud cel 2 op het politiebureau in Houten. Ik zag dat de cel in zijn geheel schoon was. Later die dag liep ik richting de ophoudruimte op het politiebureau in Houten, waar [verdachte] nog ingesloten zat. Ik zag dat er in ophoud cel 2, ter hoogte van de deur een gele plas vloeistof op de grond lag. Ik herkende de kleur en de geur van de vloeistof als urine. [29]
Ten aanzien van de zaak met parketnummer 16/209673-24 [30]
-
een proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] namens [benadeelde 2] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 juni 2024 werd mijn man gebeld door een buurvrouw. De buurvrouw vertelde mijn man dat er een man door de straat liep en dat deze onze auto had vernield. De auto van mijn man is een Mini Cooper met het kenteken [kenteken 2] . Ik ben toen naar huis gegaan waar ik de politie voor de deur bij de Mini Cooper van mijn man zag staan. [31]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 juni 2024 was ik ter plaatse bij de [straat 2] . Ik zag drie personen staan bij een witte Mini Cooper. Ik zag dat de Mini Cooper een barst in de voorruit had en dat de rechterspiegel van de voertuig af was. Ik sprak een man aan bij het voertuig, welke zich kenbaar maakte als de melder. De melder verklaarde dat hij aan het fietsen was en dat hij langs een man fietste. Ik hoorde dat de melder zei dat een man de witte Mini Cooper vernielde door ertegenaan te trappen. Ik hoorde dat de melder zei dat de man na het vernielen van de Mini Cooper in de richting van de Rondweg liep. [32]
-
een proces-verbaal van bevindingen van verbalisanten [verbalisant 6] , [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 28 juni kregen wij, verbalisanten, de opdracht om te gaan naar de [adres 2] te [plaats 2] in verband met vernieling van voertuigen op heterdaad. Wij hoorden dat de persoon het volgende signalement zou hebben:
- blanke man;
- kaal;
- stoppel baardje;
- witte bloes;
- zwarte lange broek.
Op 28 juni 2024 kwamen wij ter plaatse op de kruising van de Staart en de Rondweg Houten ter hoogte van de busbaan. Daar zagen wij, verbalisanten, een man staan die volledig aan het signalement voldeed. Ik, [verbalisant 7] , riep tegen de verdachte op goed verstaanbare toon dat hij was aangehouden. [33]
Verdachte:
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1988 [34]

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de Koninklijke Marechaussee, Landelijk Tactisch Commando, met dossiernummer PL27RP/24-002194, ongenummerd dossier, digitaal pagina 1 tot en met 33. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
2.Pagina 17.
3.Pagina 18.
4.Pagina 19.
5.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland, met proces-verbaalnummer PL0900-2024167114, pagina’s 1 tot en met 62. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
6.Pagina 7.
7.Pagina 8.
8.Pagina 20.
9.Pagina 22.
10.Pagina 27.
11.Pagina 38.
12.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024193379, pagina’s 1 tot en met 53. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
13.Pagina 5.
14.Pagina 12-13.
15.Pagina 24.
16.Pagina 27.
17.Pagina 28.
18.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024196029, pagina’s 1 tot en met 30. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
19.Pagina 5.
20.Pagina 6.
21.Pagina 29.
22.Pagina 30.
23.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024201434, pagina’s 1 tot en met 33. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
24.Pagina 5.
25.Pagina 9.
26.Pagina 25.
27.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024203178, pagina’s 1 tot en met 13. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
28.Pagina 4.
29.Pagina 7.
30.Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie Eenheid Midden-Nederland met proces-verbaalnummer PL0900-2024204057, pagina’s 1 tot en met 36. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344 eerste Pro lid onder 5 van het Wetboek van Strafvordering worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.
31.Pagina 8.
32.Pagina 18.
33.Pagina 11.
34.Pagina 12.