Op 19 september 2025 diende verzoeker een verzoek in tot moratorium in het kader van de schuldsaneringsregeling, dat op 24 september 2025 werd toegewezen voor zes maanden. Omdat de huur voor november 2025 niet tijdig werd voldaan, verviel dit moratorium. Verzoeker diende daarop op 26 november 2025 een nieuw moratoriumverzoek in.
De rechtbank oordeelt dat een tweede moratoriumverzoek ontvankelijk is, ook na tussentijdse verval van het eerste moratorium. Er is sprake van een bedreigende situatie nu een ontruimingsvonnis en aanzegging tot ontruiming zijn overgelegd. Verzoeker heeft inmiddels een uitkering ontvangen en afspraken gemaakt met schuldhulpverlening, waardoor voldoende waarborgen bestaan dat de lopende huur zal worden voldaan.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het moratorium, waarbij de looptijd van het eerste moratorium wordt betrokken en de voorziening geldt tot 24 maart 2026. De rechtbank benadrukt dat de huur tijdig moet worden voldaan en dat concrete actie moet worden ondernomen om de schuldenproblematiek op te lossen. Tevens wordt de huurovereenkomst verlengd voor de duur van het moratorium.