Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Het verzoek en het verweer
3.De beoordeling
4.De beslissing
- schort de tenuitvoerlegging op van het op 20 augustus 2025 op verzoek van [eiser] uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning van [verzoeker] aan de [adres] , [postcode] [woonplaats] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van de voorziening;
- bepaalt dat de genoemde voorziening geldt tot 24 maart 2026;
- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;
- bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft wordt voldaan;
- bepaalt dat degene die namens [verzoeker] de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk 2 weken voor het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b Fw.