ECLI:NL:RBMNE:2025:7536
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlenging schuldsaneringsregeling wegens niet te goeder trouw ontstane schulden
De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van verzoeker tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP). Na behandeling op 11 augustus 2025 en 22 december 2025 werd vastgesteld dat het verzoek voldeed aan de wettelijke eisen en geen grond voor afwijzing bestond.
De rechtbank stelde vast dat verzoeker niet had voldaan aan de verplichtingen tijdens het minnelijk traject, zoals het sparen van circa €400 per maand. Daarom werd de ingangsdatum van de regeling vastgesteld op 29 december 2025, de datum van het vonnis.
Verder constateerde de rechtbank dat verzoeker in 2025 nieuwe schulden had laten ontstaan en dat een groot aantal boetes van het CJIB en vorderingen van de Belastingdienst niet te goeder trouw waren ontstaan. De schulden aan de Belastingdienst waren sinds het faillissement in 2020 met ruim €60.000 gegroeid, mede doordat verzoeker geen boekhouder had ingeschakeld.
Gezien deze omstandigheden verlengde de rechtbank de duur van de WSNP-regeling van de gebruikelijke 18 maanden naar 36 maanden. De bewindvoerder werd belast met controle op de naleving van de verplichtingen en beheer van de boedel. Bij volledige naleving eindigt het traject met een 'schone lei' voor verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de duur van de schuldsaneringsregeling tot 36 maanden vanwege niet te goeder trouw ontstane schulden.