Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
primair:
primair:
- “Als je de politie gaat bellen of als de politie deze kant op komt, dan maak ik je dood en zal ik je afmaken” en/of
- “Als ik terugkom van de politie dan ga je zien wat ik jou aan ga doen!”
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal van aangifte, houdende de verklaring van aangeefster [slachtoffer] , voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
geschrift, te weten rapport onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een zedenmisdrijf gepleegd in Almere op 17 juli 2024, gedateerd [geboortedatum 2] 2024, opgemaakt door ing. M.J.W. Pouwels, NFI-deskundige forensisch onderzoek van biologische sporen en DNA, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Anders dan door de raadsman is bepleit, oordeelt de rechtbank dat de verklaring van aangeefster betrouwbaar is.
5.BEWEZENVERKLARING
of omstreeks17 juli 2024 in de gemeente Almere met een persoon, te weten [slachtoffer]
een ofmeer seksuele handelingen heeft verricht, te weten
één ofmeermalen betasten van de bil/billen en
/of
één of meermalenvastpakken van de borst en
/of
/ofwang
en/of gevolgd doordwang en geweld
en/of bedreiging,door
/of
/of
/of
/of
/of
/of
/ofneus van die [slachtoffer] en
/of
of omstreeks17 juli 2024 in de gemeente Almere ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen de keel van die [slachtoffer] heeft dichtgedrukt (gehouden) terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een jeugddetentie van 148 dagen met aftrek van het voorarrest;
- een taakstraf in de vorm van een werkstraf van 120 uren, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen jeugddetentie, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, met als bijzondere voorwaarden:
Tenslotte dragen zeden- en geweldsmisdrijven bij aan algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de maatschappij. Ook dit rekent de rechtbank [verdachte] aan.
9.BENADEELDE PARTIJ
,nu de rechtbank het wenselijk oordeelt dat de Staat der Nederlanden schadevergoeding aan de benadeelde partij bevordert. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt er geen gijzeling toegepast gelet op de toepassing van het jeugdrecht.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
jeugddetentie van 90 (negentig) dagen;
taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 80 (tachtig) uren;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit nodig acht, daaronder begrepen;
- zal meewerken aan (aanvullende) vormen van hulpverlening die de jeugdreclasseerder noodzakelijk acht;
- zal meewerken aan urinecontroles;
- zal meewerken aan een positieve en georganiseerde daginvulling;
- op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal hebben met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 1995 in [geboorteplaats 2] ), zolang het Openbaar Ministerie dit noodzakelijk acht. De politie ziet toe op handhaving van dit verbod;
- aan de afspraken zal houden die gelden op de groep waar [verdachte] wordt geplaatst;
- zal meewerken aan behandeling van Pharos of een soortgelijke instelling;
- zal meewerken aan een begeleid wonen traject;
- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 2.658,00, bestaande uit € 15,00 materiële schade en € 2.643,00 immateriële schade;
- wijst de vordering van benadeelde partij [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde af;
- legt [verdachte] de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat € 2.658,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 juli 2024 tot de dag van volledige betaling. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt er geen gijzeling toegepast;
- bepaalt dat [verdachte] van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op één van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- veroordeelt [verdachte] ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.