De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 6 februari 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van 6977,1 gram amfetamine in zijn woning te Oude Pekela op 17 juli 2024.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 22 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, en een geldboete van €670,-. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist en ook niet kon weten dat de drugs in zijn woning aanwezig waren.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte wetenschap had van de drugs. Een getuige verklaarde dat hij op verzoek van derden een doos met de drugs op de zolder van verdachte had geplaatst zonder verdachte hiervan op de hoogte te stellen. Er was geen forensisch onderzoek naar vingerafdrukken of DNA op de drugs of verpakking verricht. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde.
De in beslag genomen drugs werden onttrokken aan het verkeer omdat het bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.