ECLI:NL:RBMNE:2025:791
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen datum van uitbetaling WIA-uitkering ongegrond verklaard
Eiser stelde dat zijn WIA-uitkering per 2018 had moeten worden uitbetaald, omdat hij op de afspraak van 17 juli 2018 wel aanwezig was, maar de adviseur van het UWV afwezig was. Het UWV had de uitkering destijds tijdelijk en later definitief beëindigd vanwege het niet verschijnen op afspraken en het niet opnemen van contact.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen bezwaar had gemaakt tegen eerdere besluiten en dat het UWV terecht de uitkering had stopgezet. Eiser had geen nieuwe afspraken gemaakt en er waren geen bewijsstukken die zijn stellingen ondersteunden. Het UWV had bovendien onderzocht dat telefoongesprekken na 2018 gingen over terugvordering en niet over de stopzetting.
De rechtbank concludeerde dat het UWV de uitkering terecht per 1 mei 2023 weer hervat en dat het beroep ongegrond is. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak werd gedaan in afwezigheid van eiser, die niet wilde deelnemen aan de zitting vanwege telefoonkosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de datum van uitbetaling van de WIA-uitkering is ongegrond verklaard en het besluit van het UWV blijft in stand.