Uitspraak
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats] , eiser
De Minister voor Rechtsbescherming
Inleiding
Beslissing
Beoordeling door de rechtbank
Het toetsingskader
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verklaring omtrent gedrag (VOG). De minister had het besluit op 22 december 2023 genomen en dit op 19 april 2024 per aangetekende post verzonden. Eiser ontving het besluit uiteindelijk op 24 mei 2024 bij een PostNL-punt.
De beroepstermijn van zes weken begon te lopen op 20 april 2024, de dag na de verzending. Eiser diende het beroepschrift pas op 7 juni 2024 in, wat te laat was. Eiser stelde dat hij op 29 mei 2024 per ongeluk een inleidend bezwaarschrift aan de minister had gestuurd, dat onterecht niet als beroepschrift was doorgestuurd, maar dit kon niet worden bewezen.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is wegens te late indiening zonder verontschuldigbare omstandigheden. De rechtbank heeft de zaak niet inhoudelijk behandeld, en eiser krijgt geen griffierecht terug of proceskostenvergoeding. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de VOG-aanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare omstandigheden.