ECLI:NL:RBMNE:2025:88
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verwijtbare werkloosheid en weigering WW-uitkering door UWV
Eiser was sinds 1 september 2023 in dienst bij een bedrijf met een jaarcontract en nam op 31 oktober 2023 ontslag vanwege een vermeende verstoorde werkrelatie. Hij vroeg daarop een WW-uitkering aan, die door het UWV werd geweigerd omdat hij verwijtbaar werkloos was geworden door eigen ontslag zonder geldige reden. Eiser maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde hij beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het verzoek tot heropening van het onderzoek afgewezen omdat eiser voldoende gelegenheid had gehad zijn standpunten toe te lichten. Uit de correspondentie blijkt dat eiser zich meerdere malen ziek heeft gemeld en dat het UWV een traject met de bedrijfsarts had kunnen starten, maar eiser koos ervoor om ontslag te nemen zonder medische onderbouwing. De rechtbank concludeert dat er geen noodzaak was voor het ontslag en dat verwijtbare werkloosheid vaststaat.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarfase, maar de rechtbank oordeelt dat hij in de beroepsprocedure alsnog voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten te presenteren. Hierdoor wordt het gebrek in de hoorplicht gepasseerd. Wel moet het UWV het griffierecht vergoeden omdat het onterecht afzag van een hoorzitting.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat het UWV terecht de WW-uitkering heeft geweigerd. Het griffierecht wordt aan eiser terugbetaald. Er zijn geen verdere proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV heeft terecht de WW-uitkering geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.