Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
- [betrokkene] met mr. Denz;
- [A] , psychiater FACT-team van [instelling 2] , tevens zorgverantwoordelijke;
- [B] , casemanager bij [instelling 2] ;
- [C] , geneesheer-directeur van [instelling 1] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Betrokkene, onder verplichte zorg gesteld op grond van een zorgmachtiging tot 25 april 2025, diende een klacht in bij de klachtencommissie over de beslissing van 26 augustus 2024 tot toediening van medicatie. De klachtencommissie verklaarde de klacht deels ongegrond en wees het verzoek tot schadevergoeding af.
Betrokkene verzocht de rechtbank om ontvankelijkheid in zijn verzoeken, schadevergoeding en aanvullende informatieverstrekking. De rechtbank oordeelde dat betrokkene niet-ontvankelijk was in verzoeken die niet eerder bij de klachtencommissie waren ingediend, zoals die tegen instelling 1 en over het bijhouden van aantekeningen.
De rechtbank stelde dat de zorgverantwoordelijke voldoende onderzoek had gedaan naar de wilsbekwaamheid van betrokkene en dat de keuze voor het medicijn Paliperidon proportioneel was gezien de medische situatie en eerdere ervaringen met Abilify. De klacht over het te laat op schrift stellen van de beslissing werd eveneens ongegrond verklaard omdat betrokkene op de hoogte was van de beslissing.
De rechtbank wees het verzoek tot schadevergoeding af en verklaarde de klacht ongegrond. Betrokkene werd niet-ontvankelijk verklaard in bepaalde verzoeken. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.