ECLI:NL:RBMNE:2025:921
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid en wrakingsverbod na herhaald wrakingsverzoek tegen rechter in civiele zaak
Verzoekster heeft voor de derde keer een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter in een civiele hoofdzaak. Het verzoek was ingegeven door het feit dat de rechter in haar schriftelijke reactie op het eerste wrakingsverzoek niet op alle punten was ingegaan.
De wrakingskamer overwoog dat een gewraakte rechter geen partij is in de wrakingsprocedure en zich niet hoeft te verdedigen tegen het wrakingsverzoek. Het niet reageren op alle onderdelen van het verzoek vormt daarom geen reden voor wraking. Het verzoek werd dan ook kennelijk ongegrond bevonden.
Gezien het herhaald indienen van ongegronde wrakingsverzoeken en de daarmee gepaard gaande onredelijke vertraging van de hoofdzaak, legde de wrakingskamer een wrakingsverbod op. Dit verbod voorkomt verdere vertraging door nieuwe wrakingsverzoeken van verzoekster in dezelfde procedure.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek niet-ontvankelijk, beval voortzetting van de hoofdzaak in de stand van schorsing en bepaalde dat geen nieuw wrakingsverzoek in behandeling wordt genomen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en er is een wrakingsverbod opgelegd om verdere vertraging te voorkomen.