Verzoekers, als bewindvoerders over het vermogen van de rechthebbende, verzochten om machtiging om het vermogen onder te brengen in een besloten vennootschap (B.V.) vanwege het vervallen van belastingvoordelen bij het huidige fonds gemene rekening.
De kantonrechter overwoog dat het onderbrengen van het vermogen in een B.V. zou leiden tot onttrekking aan het wettelijke toezichtstelsel van de kantonrechter. Hoewel verzoekers als bestuurders van de B.V. verantwoording wilden afleggen, ontbreekt een wettelijke basis voor de kantonrechter om bindende aanwijzingen te geven of toezicht te houden op het bestuur.
De door verzoekers aangevoerde motieven, zoals het behoud van huur- en zorgtoeslag en beperking van de box 3 inkomstenbelasting, konden niet tot een andere beslissing leiden. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld.