Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 21 oktober 2024 met bijlagen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft stucwerkzaamheden verricht in de woning van gedaagde en vordert betaling van een restantbedrag van €1.918,40. Gedaagde betwist de hoogte van het aantal gewerkte uren en stelt dat hij reeds heeft betaald voor de daadwerkelijk gewerkte uren.
Tijdens de mondelinge behandeling verschijnt eiser niet, in de veronderstelling dat een schikking was bereikt. Gedaagde is wel aanwezig en wenst een vonnis. De gemachtigde van eiser geeft aan dat er een akkoord zou zijn, maar dit is niet tijdig aan gedaagde of de rechtbank doorgegeven.
De kantonrechter oordeelt dat eiser zijn stelling omtrent het aantal gewerkte uren niet voldoende heeft onderbouwd, waardoor niet vaststaat dat het gevorderde bedrag verschuldigd is. De vordering wordt daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, terwijl gedaagde een forfaitair bedrag aan reis- en verblijfskosten wordt toegekend.
Uitkomst: De vordering van eiser tot betaling van het restantbedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.