De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn twee minderjarige kinderen vast te stellen. De moeder verzocht om ontzegging van het omgangsrecht vanwege zorgen over de veiligheid en het welzijn van de kinderen. De vader is veroordeeld voor mishandeling en bedreiging van de moeder, en heeft een contactverbod met haar. Ondanks dit verbod waren er videomomenten met de kinderen, die zijn gestaakt na nieuwe bedreigingen.
De rechtbank stelde vast dat de omgangsregeling al geruime tijd niet meer werd nageleefd en dat de vader sinds februari 2024 geen fysiek contact meer had met de kinderen. Uit medische en psychologische rapporten blijkt dat de kinderen en de moeder trauma’s en klachten hebben ontwikkeld door het gedrag van de vader. De vader heeft een persoonlijkheidsstoornis en moet nog starten met behandeling, waardoor de rechtbank twijfelt aan zijn geschiktheid voor omgang.
De rechtbank concludeert dat omgang ernstig nadeel oplevert voor de kinderen en ontzegt de vader daarom het recht op omgang. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en geldt totdat het gerechtshof anders beslist. De ontzegging is tijdelijk en kan na een jaar of bij gewijzigde omstandigheden worden heroverwogen.