Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 februari 2025;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte van 27 augustus 2024, genummerd 2024119103, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] , beiden werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland, pagina 84 e.v.;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van 7 mei 2024, genummerd PL0900-2024119103-22, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 2] en [verbalisant 1] , allen werkzaam bij de politie eenheid Midden-Nederland, inhoudende de verklaring van [slachtoffer] , pagina 16 e.v.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
- 1 STK Toiletartikel (Omschrijving: PL0900-2024119103-3329864);
- 1 STK Ondergoed (Omschrijving: PL0900-2024119103-3329867).
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
- verklaart het subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
- verklaart het meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van
- bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van
- stelt daarbij een
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardengelden dat verdachte:
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door
- wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot een bedrag van € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro), bestaande uit een vergoeding van immateriële schade;
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot de dag van volledige betaling;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat € 5.000,00 (zegge: vijfduizend euro) betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 april 2024 tot de dag van algehele voldoening, bij niet betaling aan te vullen met 60 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde partij dan wel aan de Staat heeft vergoed;