ECLI:NL:RBMNE:2026:1000

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
608131 HA RK 26-42
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek wegens geen aantasting rechterlijke onpartijdigheid

Verzoeker heeft op 9 maart 2026 een wrakingsverzoek ingediend tegen de wrakingskamer in een lopende zaak. Het verzoek betrof het feit dat de behandelend rechter in de hoofdzaak, mr. Den Dulk, niet aanwezig was tijdens de behandeling van het wrakingsverzoek, omdat hij zich had afgemeld.

De wrakingskamer heeft het verzoek op 10 maart 2026 in het openbaar behandeld, waarbij verzoeker niet aanwezig was. De kamer oordeelde dat het niet verplicht is dat de gewraakte rechter bij de wrakingszitting aanwezig is, zoals ook blijkt uit het Wrakingsprotocol van de rechtbank. Het ontbreken van de rechter vormt daarom geen grond voor het vermoeden van aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid.

Verder werden door verzoeker aangevoerde omstandigheden die niet direct betrekking hadden op de wrakingsbehandeling niet meegenomen in de beoordeling. De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de kamer kunnen schaden en wees het wrakingsverzoek af.

De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen omdat het ontbreken van de behandelend rechter bij de wrakingszitting geen aantasting van de rechterlijke onpartijdigheid oplevert.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 608131 HA RK 26-42
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van
10 maart 2026
op het verzoek van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoeker

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 9 maart 2026 de wrakingskamer gewraakt.
1.2.
Het wrakingsverzoek is op 10 maart 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer. Bij deze zitting waren aanwezig: mr. D. Wachter, mr. I. Helmich en
mr. S.M. Schothorst, leden van de wrakingskamer in de zaak met zaaknummer 607414 HA RK 26-30. Verzoeker is niet verschenen.
1.3.
Tijdens de zitting is mondeling uitspraak gedaan.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de wrakingskamer in de zaak met zaaknummer 607414 HA RK 26-30 er niet voor heeft gezorgd dat mr. Den Dulk, de behandelend rechter in de hoofdzaak, aanwezig zou zijn tijdens de zitting. Mr. Den Dulk had zich hiervoor in zijn schriftelijke reactie namelijk afgemeld.
2.2.
De rechters hebben niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens zijn met de wraking.

3.De beoordeling

3.1.
Op grond van de wet kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dit toetsingskader geldt ook als de wrakingskamer wordt gewraakt.
3.2.
Een rechter van wie de wraking is verzocht is niet verplicht om bij de behandeling van het wrakingsverzoek aanwezig te zijn, zoals ook kan ook worden afgeleid uit het Wrakingsprotocol van deze Rechtbank, onder 4.7. De omstandigheid dat de wrakingskamer er niet voor heeft gezorgd dat de rechter aanwezig zou zijn, is daarom geen omstandigheid waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.3.
De omstandigheden die verzoeker verder aanvoert, hebben geen betrekking op de behandeling van zijn wrakingsverzoek. Die omstandigheden kunnen daarom ook geen grond vormen voor de conclusie dat de rechterlijke onpartijdigheid van de wrakingskamer schade zou kunnen lijden.
3.4.
Het voorgaande betekent dat de wrakingskamer het wrakingsverzoek zal afwijzen.

4.De beslissing

De wrakingskamer
4.1
wijst het wrakingsverzoek af;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechters waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechters werken en de president van deze rechtbank;
4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoeker met zaaknummer 607414 HA RK 26-30 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.
Deze beslissing is genomen door mr. J.F. Haeck, voorzitter, mr. A.F. Hermans en
mr. G. Konings als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. D. van Wijk, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2026.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.