ECLI:NL:RBMNE:2026:1003
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens onvoldoende inspanning schuldenaar
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 februari 2026 uitspraak gedaan over het verzoek van de bewindvoerder tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenaar. De regeling was eerder al verlengd vanwege tekortkomingen in de nakoming van de sollicitatieplicht.
De bewindvoerder stelde dat de schuldenaar onvoldoende meewerkt en geen sollicitatiebewijzen heeft aangeleverd, terwijl de schuldenaar verklaarde dat hij recent een stabiele woonruimte heeft en hulp via de gemeente zou krijgen, maar nog niet is gestart met solliciteren. Ook gaf hij aan psychische klachten te hebben en op een wachtlijst te staan voor behandeling.
De rechtbank oordeelde dat de schuldenaar onvoldoende inspanningen heeft geleverd om aan zijn verplichtingen te voldoen, mede omdat hij geen medische stukken heeft overlegd die zijn ontheffing van de sollicitatieplicht onderbouwen. Gezien de omstandigheden en eerdere verlenging van de regeling, is de tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast en bepaalde dat de schuldenaar na het in kracht van gewijsde gaan van het vonnis in staat van faillissement zal verkeren. Tevens werden een rechter-commissaris en curator benoemd.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds wegens onvoldoende inspanning van de schuldenaar en verklaart hem in staat van faillissement.