ECLI:NL:RBMNE:2026:1007
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking wapenverlof wegens ontbreken spoedeisend belang
Op 31 oktober 2025 werd aan verzoeker een wapenverlof verleend, geldig tot diezelfde datum. De korpschef trok dit verlof op 16 januari 2026 in vanwege het niet naleven van opbergvoorschriften voor wapens en munitie. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 4 maart 2026 en oordeelde dat er geen spoedeisend belang was. Verzoeker kan nog steeds deelnemen aan schietverenigingactiviteiten met wapens van de vereniging en zijn schuttersstatus is hersteld. Het niet kunnen gebruiken van eigen wapens en het niet kunnen deelnemen aan wedstrijden weegt niet zwaar genoeg om een voorlopige voorziening te rechtvaardigen.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig. Verzoeker erkent de overtreding van de opbergvoorschriften, maar vindt de intrekking een te zware maatregel. Dit kan in de bezwaarprocedure worden aangevoerd, maar vormt geen grond voor voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wees het verzoek af, waardoor de intrekking voorlopig in stand blijft. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van het wapenverlof wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en evident onrechtmatigheid.