ECLI:NL:RBMNE:2026:1009
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van verkoopcijfers rond waardepeildatum
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2023, vastgesteld op €608.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar handhaaft deze waarde en onderbouwt dit met een taxatiematrix waarin drie vergelijkbare woningen in dezelfde straat zijn opgenomen, verkocht rond de waardepeildatum.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde de marktwaarde is, bepaald via de vergelijkingsmethode aan de hand van verkoopprijzen van referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar zijn en rond de waardepeildatum zijn verkocht. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de referentiewoningen geschikt zijn en dat rekening is gehouden met verschillen in voorzieningen en onderhoudsstaat.
Eiser voert aan dat een woning aan een ander adres met een lagere WOZ-waarde identiek is aan zijn woning, maar de rechtbank wijst dit af omdat die woning niet rond de waardepeildatum is verkocht en WOZ-waarden niet als onderbouwing mogen worden gebruikt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de vastgestelde WOZ-waarde blijft gehandhaafd en eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €608.000,- wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.