RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaaknummers: UTR 24/2799 en UTR 24/7745
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser], uit [plaats 1] , eiser,
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente] ,verweerder
(gemachtigde: D.J. Koopmans)
1.1 In de beschikkingen van 28 februari 2023 en 29 februari 2024 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres 1] (de woning) in [plaats 1] voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 806.000,- naar de waardepeildatum
1 januari 2022 (UTR 24/2799) en voor het belastingjaar 2024 vastgesteld op € 713.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2023 (UTR 24/7745). Bij deze beschikkingen heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook aanslagen onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing gebouwd opgelegd, waarbij deze waarden als heffingsmaatstaf zijn gehanteerd.
1.2 Eiser is tegen de beschikkingen in bezwaar gegaan. In de uitspraken op bezwaar van 22 februari 2024 en 31 oktober 2024 heeft de heffingsambtenaar beide bezwaren van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning gehandhaafd.
1.3. Eiser heeft tegen de uitspraken op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft verweerschriften met taxatiematrices ingediend.
1.4. Het beroep is behandeld op de zitting van 10 februari 2026. Eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
2. De WOZ-waarde van de woning is de waarde in het economisch verkeer. Dat is de prijs die bij verkoop op de voor die woning meest geschikte wijze en na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor die woning zou zijn betaald. De waarde wordt bepaald door middel van de vergelijkingsmethode. Dit houdt in dat de waarde van de woning wordt vastgesteld aan de hand van een vergelijking met de verkoopopbrengst van woningen die rondom de waardepeildatum zijn verkocht en voldoende vergelijkbaar zijn met de woning. De referentiewoningen hoeven dus niet identiek te zijn aan de woning. Wel moet de heffingsambtenaar inzichtelijk maken op welke manier hij met de onderlinge verschillen rekening heeft gehouden.
3. Op de heffingsambtenaar rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat de waarde van de woning op de waardepeildatum niet te hoog is vastgesteld. Bij de beoordeling of dit het geval is, zal de rechtbank wat eiser ter betwisting van de vastgestelde waarde heeft aangevoerd, meewegen.
4. De woning is een in 1900 gebouwde twee-onder-één-kap woonboerderij met een schuur van 475 m², een aanbouw van 43 m² en een dakkapel 3 m². De woning heeft een gebruiksoppervlakte van 146 m² en ligt op een perceel van 3008 m². De woning heeft extra grond van 10.985 m².
Overwegingen ten aanzien van belastingjaar 2023 (UTR 24/2799)
5. In geschil is de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 806.000,-
.Eiser bepleit een lagere waarde.
6. Om de waarde van de woning te onderbouwen heeft de heffingsambtenaar een taxatiematrix overgelegd, waarin de woning wordt vergeleken met vier verkopen, te weten:
- [adres 2] in [plaats 1] , verkocht op 26 september 2020 voor € 530.000,-;
- [adres 3] in [plaats 2] , verkocht op 15 april 2022 voor € 586.000,-;
- [adres 4] in [plaats 3] , verkocht op 5 juli 2022 voor € 806.000,-;
- [adres 5] in [plaats 3] , verkocht op 7 februari 2022 voor € 812.500,-.
7. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar met de taxatiematrix en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook twee-onder-één-kap woonboerderijen en een goed vergelijkbare twee-onder-één-kap semi-bungalow zijn die niet te ver van de waardepeildatum zijn verkocht. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning, onder andere voor wat betreft het voorzieningenniveau, de staat van onderhoud en de bouwkundige kwaliteit door voor de woning een woningwaarde onder de prijs per m² van de referentiewoningen te hanteren. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.
Overwegingen ten aanzien van belastingjaar 2024 (UTR 24/7745)
8. In geschil is de WOZ-waarde van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2023. De heffingsambtenaar handhaaft in beroep de vastgestelde waarde van € 713.000,-. Eiser bepleit een lagere waarde.
9. Om de waarde van de woning te onderbouwen heeft de heffingsambtenaar een taxatiematrix overgelegd, waarin de woning wordt vergeleken met zes verkopen, te weten:
- [adres 6] in [plaats 4] , verkocht op 11 januari 2023 voor € 745.000,-;
- [adres 7] in [plaats 4] , verkocht op 19 oktober 2022 voor € 930.000,-;
- [adres 8] in [plaats 2] , verkocht op 1 mei 2023 voor € 650.000,-;
- [adres 9] in [plaats 1] , verkocht op 13 maart 2023 voor € 650.000,-;
- [adres 10] in [plaats 1] , verkocht op 24 november 2023 voor € 795.000,-;
- [adres 11] in [plaats 2] , verkocht op 7 juni 2022 voor € 810.000,-.
10. De rechtbank is van oordeel dat de heffingsambtenaar ook voor dit jaar met de taxatiematrix en de toelichting die daarop ter zitting is gegeven aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde van de woning niet te hoog is vastgesteld. Daartoe neemt de rechtbank in aanmerking dat de in de taxatiematrix genoemde referentiewoningen goed bruikbaar zijn, omdat de referentiewoningen ook twee-onder-één-kap woonboerderijen zijn die niet te ver van de waardepeildatum zijn verkocht. Met de taxatiematrix maakt de heffingsambtenaar aannemelijk dat bij de waardebepaling in voldoende mate rekening is gehouden met de verschillen tussen de referentiewoningen en de woning, onder andere wat betreft het voorzieningenniveau, de staat van onderhoud en de ligging, door voor de woning een woningwaarde onder de prijs per m² van de referentiewoningen te hanteren. Met de taxatiematrix heeft de heffingsambtenaar de waardeverhouding tussen de woning en de referentiewoningen inzichtelijk gemaakt.