ECLI:NL:RBMNE:2026:1038

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
18 maart 2026
Publicatiedatum
18 maart 2026
Zaaknummer
16-218958-25
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 248 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting van minderjarige met gevangenisstraf en schadevergoeding

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 18 maart 2026 verdachte veroordeeld voor meerdere seksuele handelingen, waaronder verkrachting, gepleegd op een 15-jarig meisje in de periode van 16 juli tot 8 november 2024 in Hilversum. De verdachte heeft bekend één keer seks te hebben gehad, maar ontkende meerdere keren; de rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en voldoende gesteund door andere bewijsmiddelen.

De rechtbank kwalificeerde het bewezen feit als verkrachting van een minderjarige tussen twaalf en zestien jaar en legde een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht en een contact- en locatieverbod. De bijzondere voorwaarden zijn dadelijk uitvoerbaar verklaard.

De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding van €27.470,97, waarvan de rechtbank €8.845,97 toewijst (bestaande uit €8.500 immateriële en €345,97 materiële schade) en de post toekomstige studievertraging niet-ontvankelijk verklaart. De schadevergoeding wordt onder wettelijke rente toegekend en moet worden gestort op een rekening met een BEM-clausule ter bescherming van het minderjarige slachtoffer.

De rechtbank weegt mee dat verdachte bewust seks had met een minderjarige, gebruik maakte van zijn fysieke overwicht en het vertrouwen van het slachtoffer ernstig heeft geschonden. De straf en voorwaarden zijn mede bedoeld om recidive te voorkomen en het slachtoffer te beschermen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf waarvan 6 maanden voorwaardelijk en toewijzing van €8.845,97 schadevergoeding aan het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Lelystad
Parketnummer: 16-218958-25
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer van 18 maart 2026 in de strafzaak van:
[verdachte] ,
geboren op [1990] in [geboorteplaats] ,
ingeschreven op het adres [adres] in [woonplaats] ,
(hierna: de verdachte).

1.Zitting

De strafzaak van de verdachte is inhoudelijk behandeld op de openbare zitting van 4 maart 2026.
Op de zitting waren aanwezig:
  • de verdachte;
  • de officier van justitie: mr. A. Drogt;
  • de advocaat van de verdachte: mr. W.S.W. van der Donk (hierna: de advocaat);
  • de ouders van de benadeelde partij: de heer [A] en mevrouw [B] ;
  • de advocaat van de benadeelde partij: mr. M. Rotgans.

2.Tenlastelegging

De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij, samengevat:
Primairmeerdere keren in de periode van 16 juli 2024 tot en met 8 november 2024 in Hilversum met [slachtoffer] , die toen 15 jaar was, seksuele handelingen heeft verricht die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam;
Subsidiairmeerdere keren in de periode van 16 juli 2024 tot en met 8 november 2024 in Hilversum met [slachtoffer] , die toen 15 jaar was, seksuele handelingen heeft verricht.
De volledige tekst van de beschuldiging staat in bijlage I bij dit vonnis.

3.Bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat kan worden bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De verdachte heeft bekend dat hij een keer seks met [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) heeft gehad. De advocaat heeft de rechtbank daarom verzocht om de verdachte gedeeltelijk vrij te spreken van het primair ten laste gelegde feit. De advocaat heeft daartoe aangevoerd dat het dossier geen steunbewijs bevat voor de verklaring van [slachtoffer] dat er op meerdere momenten sprake zou zijn geweest van seks tussen haar en de verdachte. Om die reden verzoekt zij de verdachte vrij te spreken van de onderdelen ‘op meerdere momenten’ en ‘meermaals’.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsmiddelen
De rechtbank oordeelt dat het feit, zoals dat primair ten laste is gelegd, is bewezen. De rechtbank baseert dit oordeel op de bewijsmiddelen die in bijlage II van dit vonnis staan.
3.3.2.
Bewijsoverweging
De rechtbank stelt, op basis van de bewijsmiddelen in het procesdossier en hetgeen door de verdachte op zitting is verklaard, het volgende vast. De verdachte en [slachtoffer] hebben elkaar half juli 2024 via een chatsite leren kennen. Niet lang na de eerste online ontmoeting maakten zij hun eerste afspraak en is de verdachte naar [slachtoffer] toegereden. Bij die ontmoeting zijn zij naar een nabijgelegen bos gelopen waar zij seks hebben gehad. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de verdachte en [slachtoffer] na deze eerste ontmoeting nog een keer seks met elkaar hebben gehad.
De verdachte ontkent dit. Hij heeft ter zitting verklaard dat hij [slachtoffer] twee keer heeft ontmoet waarvan het alleen de tweede keer tot seks is gekomen. [slachtoffer] verklaart in haar verhoor bij de politie anders: zij heeft tijdens haar verhoor verteld dat zij ongeveer twee maanden na die eerste keer seks nog een keer hebben afgesproken. Over deze ontmoeting verklaart zij gedetailleerd dat zij bij de verdachte in de auto is gestapt en dat de verdachte niet alleen een dekentje had meegenomen, maar ook Limoncello waarvan zij heeft gedronken en aangeschoten is geraakt. En ook heeft zij verklaard dat bij die gelegenheid opnieuw seks plaatsvond nadat zij merkte dat ze onvast ter been was. Die dag heeft er niet één keer, maar meerdere keren seks plaatsgevonden
Juridisch kader
Bij de beoordeling van het bewijs stelt de rechtbank voorop dat in een zedenzaak zich vaak de situatie voordoet dat alleen het slachtoffer en de verdachte aanwezig zijn geweest bij de ten laste gelegde handelingen en dat zij allebei iets anders verklaren over wat er is gebeurd. Bij een deels ontkennende verdachte, zoals in deze zaak het geval is, brengt dit in veel gevallen mee dat de verklaring van het slachtoffer als belangrijkste bewijsmiddel voorhanden is. Op grond van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet worden aangenomen op grond van enkel de verklaring van het slachtoffer.
Steunbewijs kan ertoe leiden dat toch een bewezenverklaring kan volgen. Of sprake is van voldoende steunbewijs is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Uit vaste
rechtspraak van de Hoge Raad kan worden afgeleid dat niet is vereist dat de ten laste gelegde handelingen als zodanig bevestiging vinden in ander bewijsmateriaal, maar dat het afdoende is wanneer de verklaring van het slachtoffer, als die betrouwbaar wordt bevonden, op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring (slachtoffer) heeft afgelegd. De rechtbank ziet zich dus gesteld voor de vraag of de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar is ten aanzien van het meermalen seks hebben en of deze verklaring voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen.
De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
Betrouwbaarheid
De rechtbank is van oordeel dat [slachtoffer] tijdens het verhoor bij de politie consistent, gedetailleerd en volledig heeft verklaard over wat er volgens haar is gebeurd en welke seksuele handelingen de verdachte bij haar heeft verricht. In haar verklaring heeft [slachtoffer] ook aangegeven als zij iets niet (meer) wist en op welke momenten zij zelf initiatief heeft genomen, zoals haar voorstel om met de verdachte tijdens hun eerste afspraak het bos in te lopen. Daarbij komt dat [slachtoffer] in deze periode aan haar vriendin [getuige] over het contact met de verdachte heeft verteld. [getuige] heeft hierover een verklaring afgelegd bij de politie. Uit die verklaring volgt dat wat [slachtoffer] haar destijds heeft verteld in grote lijnen overeenkomt met wat [slachtoffer] later bij de politie heeft verklaard. Volgens [getuige] heeft [slachtoffer] haar ook verteld dat zij met de verdachte seks heeft gehad in een bos achter haar huis, dat zij met de verdachte meerdere keren op een avond seks heeft gehad en dat zij met de verdachte ging ‘zuipen’ waarna zij dan ‘bezopen’ was. De rechtbank ziet, gelet op voornoemde overwegingen, geen enkele aanleiding om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer] en is dan ook van oordeel dat die verklaring als uitgangspunt kan dienen bij de verdere beoordeling van het aan de verdachte ten laste gelegde feit.
Steunbewijs
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de inhoud van de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in overige onderzoeksbevindingen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend. De rechtbank stelt hierbij voorop dat de verklaring van [slachtoffer] op belangrijke onderdelen wordt ondersteund door de verklaring van de verdachte. Zo verklaren zij beiden nagenoeg hetzelfde over hoe zij elkaar hebben leren kennen en hoe zij contact met elkaar onderhielden. Verder heeft de verdachte toegegeven dat hij [slachtoffer] meerdere keren heeft ontmoet en dat hij seks met haar in een bos heeft gehad.
Conclusie
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de rechtbank van oordeel is dat de verklaring van [slachtoffer] betrouwbaar wordt geacht, dat haar verklaring steun vindt in andere onderzoeksbevindingen en dat er geen contra-indicaties zijn die een bewezenverklaring van het tenlastegelegde in de weg staan. De rechtbank overweegt daarbij ook dat de verdachte zelf weinig tegenover de gedetailleerde verklaring van [slachtoffer] heeft gesteld. Hij heeft zich aanvankelijk beroepen op zijn zwijgrecht en heeft ter zitting volstaan met in zijn algemeenheid te ontkennen wat [slachtoffer] heeft verklaard over die tweede keer seks in het bos. Op vragen over de gedetailleerde beschrijving van [slachtoffer] , kon hij echter veelal geen antwoord geven en verweet hij [slachtoffer] bij herhaling dat hij op zijn bord krijgt wat een ander haar heeft aangedaan. De conclusie is dan ook dat er wettig en overtuigend bewijs is dat de verdachte niet eenmaal, maar meermalen seks heeft gehad met [slachtoffer] .
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte:
op meer momenten in de periode van 16 juli 2024 tot en met 8 november 2024 te Hilversum,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
telkens een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (meermalen):
- het betasten van de heup en billen en vagina van die [slachtoffer] en
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en
- het zoenen van die [slachtoffer] en
- een of meer van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen en
- zijn, verdachtes, penis en tong in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen.

4.Kwalificatie en strafbaarheid

4.1.
Kwalificatie
Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op:
verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren.
4.2.
Strafbaarheid feit en verdachte
Het feit en de verdachte zijn strafbaar.

5.Straf en maatregel

5.1.
Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met oplegging van bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie eist dat de bijzondere voorwaarden en het reclasseringstoezicht direct na de uitspraak van het vonnis ingaan en dadelijk uitvoerbaar zijn.
5.2.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft aangevoerd dat het in ieders belang is dat de verdachte – gelet op het advies van de reclassering – zo snel mogelijk kan beginnen met behandeling van zijn verslavingsproblemen en eventuele onderliggende problematiek en het stabiliseren van zijn leven. Om die reden verzoekt de advocaat – wanneer de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zal leggen – dat onvoorwaardelijke deel zo kort mogelijk te houden.
De verdachte is bereid om zich aan alle door de reclassering voorgestelde voorwaarden te houden. Verder verzoekt de advocaat af te zien van het opleggen van een contact- en locatieverbod op grond van artikel 38v Wetboek van Strafrecht. De reclassering heeft geen locatieverbod geadviseerd en sinds de aangifte heeft de verdachte geen contact meer gezocht met [slachtoffer] . Voor zover de rechtbank een contact- en locatieverbod noodzakelijk acht, verzoekt de advocaat dit als bijzondere voorwaarde op te leggen.
5.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank rekening met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder de verdachte dit feit heeft gepleegd. Ook weegt de rechtbank het strafblad van de verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden mee.
Ernst en omstandigheden van het feit
De verdachte heeft, toen hij 34 jaar oud was, meerdere malen seks gehad met een meisje van 15. Voordat de verdachte de seksuele handelingen initieerde, wist hij dat [slachtoffer] 15 jaar oud was en dat hun leeftijdsverschil dus ongeveer 19 jaar was. De seks met [slachtoffer] was daarom hoe dan ook strafbaar.
Ondanks die wetenschap heeft de verdachte zijn eigen lust en behoeftes voorop gesteld. Hij is daarbij volledig voorbij gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van [slachtoffer] dat zij geen seks met hem wilde. Daarbij heeft hij gebruik gemaakt van zijn fysieke overwicht en heeft hij mentale druk op haar uitgeoefend, terwijl hij wist dat [slachtoffer] op dat moment een kwetsbaar slachtoffer was, niet alleen vanwege haar jeugdige leeftijd, maar ook omdat [slachtoffer] hem in het voorafgaande berichtenverkeer in vertrouwen had genomen en verteld had over een eerdere nare ervaring op seksueel gebied. De verdachte heeft dit in hem gestelde vertrouwen ernstig geschaad door [slachtoffer] in een kwetsbare fase van haar leven onder druk te zetten en over haar grens te gaan door seks met haar te hebben. Hoe instabiel zijn eigen leven op dat moment ook was, de verdachte had te allen tijde het belang en de veiligheid van een minderjarig meisje boven zijn eigen behoefte om zijn eenzaamheid te stillen, moeten stellen.
Verkrachting betreft een zeer ernstig feit dat diep ingrijpt in de levens van slachtoffers en dat hun psychische gesteldheid vaak in ernstige mate aantast. Dat hier in het onderhavige geval ook sprake van is, blijkt uit het dossier en de slachtofferverklaring die namens [slachtoffer] op de zitting is voorgelezen. Daarin beschrijft [slachtoffer] dat het gebeuren veel verdriet, boosheid en een leegte teweeg heeft gebracht en nog altijd veel invloed heeft op haar leven. Zij heeft EMDR-therapie gevolgd en haar schoolprestaties hebben geleden onder hetgeen haar is aangedaan.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
De rechtbank heeft ten aanzien van de persoon van de verdachte kennisgenomen van een de verdachte betreffend
uittreksel Justitiële Documentatie(‘strafblad’) van 26 januari 2026. Hieruit volgt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke misdrijven.
Ook heeft de rechtbank zich rekenschap gegeven van het
reclasseringsadviesvan Reclassering Nederland van 27 februari 2026. Hierin is onder meer te lezen dat de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats heeft. Daarnaast heeft de verdachte geen vaste en structurele dagbesteding, heeft hij schulden en is hij bekend met verslavingsproblematiek. Met betrekking tot zijn psychosociaal functioneren is er bij de verdachte sprake van impulsiviteit en lijkt hij over onvoldoende probleemoplossende vaardigheden te beschikken.
De rechtbank vindt het positief dat de verdachte eerder zelf stappen heeft gezet en zich op vrijwillige basis klinisch heeft laten behandelen. De verdachte heeft bereidheid laten zien om begeleiding en hulpverlening te accepteren. Daarbij komt dat het berouw dat hij op zitting heeft getoond een oprechte indruk maakte. Deze combinatie tussen spijt én de bereidheid om daarmee aan de slag te gaan onder professionele begeleiding, geven de rechtbank goede hoop dat de verdachte alles op alles wil zetten om niet nogmaals in de fout te gaan.
De reclassering ziet mogelijkheden om door middel van reclasseringsinterventies te werken aan gedragsverandering en daarmee het recidiverisico te beperken. Ook zien zij mogelijkheden om de verdachte binnen een justitieel kader te begeleiden bij het opbouwen van een stabiel leven. Hierbij adviseert de reclassering een (fors) voorwaardelijk justitieel kader als stok achter de deur om dit traject te volbrengen. Zij adviseren een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden waaronder een contactverbod met het slachtoffer, ambulante behandeling met mogelijk kortdurende opname en beheersing van het middelengebruik.
Strafkader
Gelet op bovenstaande overwegingen en de ernst van het feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Mede als signaal naar de samenleving dat dit soort feiten stevig worden bestraft en het anderen weerhoudt om seksueel contact te hebben met minderjarigen. Bij het bepalen van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank gelet op de straffen die doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De rechtbank is van oordeel dat de straf, zoals gevorderd door de officier van justitie, passend en geboden is. De rechtbank zal de verdachte dan ook veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. In het kader van het noodzakelijk toezicht op de begeleiding van de verdachte vindt de rechtbank het belangrijk dat er een substantieel deel van de straf in voorwaardelijke zin wordt opgelegd, teneinde de verdachte ervan te weerhouden nogmaals in de fout te gaan. Aan het voorwaardelijk deel van de straf zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, waaronder een contact- en locatieverbod.
Dadelijke uitvoerbaarheid voorwaarden en toezicht
Omdat er zonder behandeling van de verdachte ernstig rekening mee moet worden gehouden dat hij opnieuw een misdrijf zal begaan dat gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam voor een of meer personen, zal de rechtbank de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar verklaren.
Tenuitvoerlegging van de straf
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

6.Vordering benadeelde partij

6.1.
Vordering van de benadeelde partij
Voor aanvang van de terechtzitting heeft [slachtoffer] , daartoe vertegenwoordigd door mr. M. Rotgans, advocaat te Utrecht, zich als benadeelde partij in dit geding gevoegd en een vordering ingediend tot vergoeding van de door haar geleden schade ten gevolge van het aan de verdachte ten laste gelegde feit. De hoogte van die schade wordt door de benadeelde partij begroot op een bedrag van € 27.470,97 bestaande uit € 8.500,- immateriële schade en
€ 18.970,97 materiële schade, alles te vermeerderen met de wettelijke rente.
De gestelde materiële schade van € 18.970,97 is opgebouwd uit de volgende posten:
  • € 345,97 voor de aanschaf van beveiligingscamera’s en
  • € 18.625,- aan toekomstige schade als gevolg van studievertraging.
De benadeelde partij heeft verzocht de vordering met betrekking tot de toekomstige schade thans niet-ontvankelijk te verklaren en het overige toe te wijzen en te vermeerderen met de wettelijke rente. Daarbij verzoekt de advocaat om bij (gedeeltelijke) toewijzing in het vonnis te gelasten dat de schadevergoeding dient te worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] te openen bankrekening met een zogenaamde BEM-clausule.
6.2.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van [slachtoffer] kan worden toegewezen met uitzondering van de post toekomstige schade ten bedrage van
€ 18.625,-. Dat deel dient niet-ontvankelijk te worden verklaard. Verder vordert de officier van justitie oplegging van de schadevergoedingsmaatregel met gijzeling en bepaling dat de schadevergoeding wordt gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] te openen bankrekening met een BEM-clausule.
6.3.
Standpunt van de verdediging
De advocaat heeft eveneens ten aanzien van de toekomstige studievertraging verzocht deze post niet-ontvankelijk te verklaren. Voor het overige betwist de verdediging de toewijsbaarheid van de vordering niet.
6.4.
Oordeel van de rechtbank
[slachtoffer] heeft in voorwaardelijke zin, voor het geval de schade in de toekomst wordt geleden en hoger beroep wordt ingesteld, schade gevorderd als gevolg van op te lopen studievertraging. Omdat deze schade nu nog niet geleden is en het nog de vraag is of dit in de toekomst het geval zal zijn, zal [slachtoffer] niet-ontvankelijk worden verklaard in dit deel van haar vordering.
Voor het overige is de vordering, zijnde een bedrag van € 8.845,97 (bestaande uit € 8.500,- immateriële schade en € 345,97 materiële schade) voldoende onderbouwd en niet weersproken door de verdediging. De rechtbank zal dit deel van de vordering dan ook toewijzen.
Wettelijke rente
De rechtbank zal over de toegewezen vordering ook de wettelijke rente toewijzen. De wettelijke rente over schadevergoeding gaat lopen op de datum waarop de schade is ontstaan. Wanneer de schade ontstaat, hangt af van de schadepost. Voor wat betreft de materiële schade (aanschaf beveiligingsapparatuur) is het ontstaansmoment van het desbetreffende vermogensnadeel bepalend oftewel het moment waarop de kosten zijn gemaakt. In dit geval is dat op 11 november 2024.
Het vaststellen van het ontstaansmoment van de immateriële schade is minder concreet. In geval van een opeenvolging van delicten, treedt over het algemeen niet alle immateriële schade direct in (dus bijvoorbeeld niet al bij het eerste misbruik). In het onderhavige geval heeft de seks op meerdere momenten in de tenlastegelegde periode plaatsgevonden. De rechtbank neemt het midden van de bewezenverklaarde pleegperiode als ingangsdatum van de wettelijke rente, zijnde 11 september 2024.
Schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank legt de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op, zodat (kort gezegd) [slachtoffer] de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeft te incasseren, maar dat de Staat dit voor haar doet. De rechtbank bepaalt daarom dat de verdachte een bedrag van € 8.845,97 aan de Staat moet betalen. Dit bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente zoals in het dictum bepaald.
Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast voor de duur van 69 dagen. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen.
BEM clausule
Omdat [slachtoffer] minderjarig is, bepaalt de rechtbank dat de schadevergoeding moet worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] te openen rekening met een zogenoemde BEM clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen). Een BEM-clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en zijn wettelijke vertegenwoordiger kunnen – tot de minderjarige achttien jaar is – alleen met toestemming van de kantonrechter over het geld op de rekening beschikken.

7.Toegepaste wetsartikelen

De opgelegde straf is gebaseerd op de volgende wetsartikelen:
- 14a, 14b, 14c, 36f, 248 van het Wetboek van Strafrecht.

8.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
strafbaarheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in paragraaf 4.1 is vermeld;
- verklaart de verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;
- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast;
- als voorwaarden gelden dat de veroordeelde:
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
* zich meldt op afspraken met de reclassering. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt de verdachte zich binnen drie werkdagen nadat de proeftijd is ingegaan bij Reclassering
Nederland op het adres Plesmanweg 9 te Almelo ;
* zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Tactus of een soortgelijke
zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslavingsproblematiek en indien geïndiceerd psychische problematiek.
Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik, bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van de verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie, stabilisatie, observatie, diagnostiek, crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is goedgekeurd, laat de verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
* zich inspant voor het vinden en behouden van betaald werk, onbetaald werk en/of
vrijetijdsbesteding, met een vaste structuur. De dagbesteding draagt bij aan het voorkomen van delictgedrag;
* meewerkt aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. De verdachte geeft de reclassering inzicht in zijn financiën en schulden;
* meewerkt aan controles om zicht te krijgen op het gebruik en/of het gebruik te leren beheersen van alcohol en verdovende middelen, genoemd in lijst I (harddrugs), lijst II (softdrugs) en/of middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in
de Opiumwet. Deze controles kunnen bestaan uit urineonderzoek, ademonderzoek, en een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
* op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren [2009] ;
* zich niet zal bevinden binnen een straal van 100 meter rondom de woning gelegen aan [adres] te [woonplaats] ;
- waarbij Tactus Reclassering opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
vordering tot schadevergoeding van benadeelde partij [slachtoffer]
- wijst de vordering van [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 8.845,97 (bestaande uit € 345,97,- voor materiële schade en € 8.500,- aan immateriële schade);
- veroordeelt veroordeelde tot betaling aan [slachtoffer] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente:
- over een bedrag van € 345,97,- vanaf 11 november 2024;
- over een bedrag van € 8.500,- vanaf 11 september 2024;
tot de dag van de algehele voldoening,
welk bedrag dient te worden gestort op een ten behoeve van Haylee te openen rekening met een zogenoemde BEM clausule (Belegging, Erfenis en andere gelden Minderjarigen);
  • verklaart [slachtoffer] voor wat betreft het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk in haar vordering;
  • veroordeelt de veroordeelde ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
  • legt de veroordeelde de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] aan de Staat
€ 8.845,97 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente:
  • over een bedrag van € 345,97,- vanaf 11 november 2024;
  • over een bedrag van € 8.500,- vanaf 11 september 2024,
tot de dag van de volledige betaling. Bij niet betaling kan 69 dagen gijzeling worden toegepast;
  • bepaalt dat de veroordeelde van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.
De rechtbank verklaart de bijzondere voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.F. Hammerle, voorzitter, mr. P.C. Quak en mr. R.W. Nederveen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. Lap als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 18 maart 2026.
Bijlage I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van 16 juli 2024 tot en met 8 november 2024 te Hilversum,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
(telkens) een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten (meermalen):
- het aanraken en/of betasten van de heup en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] en/of
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
- het zoenen van die [slachtoffer] en/of
- een of meer van zijn, verdachtes, vingers in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen en/of
- zijn, verdachtes, penis en/of tong in de vagina van die [slachtoffer] brengen/duwen;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op een of meer momenten in of omstreeks de periode van 16 juli 2024 tot en met 8 november 2024 te Hilversum,
met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] ,
(telkens) een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten (meermalen):
- het aanraken en/of betasten van de heup en/of billen en/of vagina van die [slachtoffer] en/of
- het knijpen in de billen van die [slachtoffer] en/of
- het zoenen van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van zijn, verdachtes, tong op de vagina van die [slachtoffer] .
Bijlage II: Bewijsmiddelen [1]
- De grotendeels bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 4 maart 2026;
Ik heb in het bos in Hilversum seks gehad met [slachtoffer] . Daarmee bedoel ik dat ik met mijn piemel in haar vagina ben geweest. We hebben ook getongzoend en ik heb haar kont aangeraakt.
- Uit het
proces-verbaal van verhoor getuigevan 11 december 2024 volgt dat [slachtoffer] (slachtoffer) onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
V: wat voor soort kussen waren dat?A: volop op de mond nemen.V: tongzoenen?A: ja.V: waar raakte hij jou aan?A: m’n kont en om m'n heup en dan naar beneden knijpen.V: hoe konden jullie dan seks hebben?A: naar voren buigen.V: en dat naar voren buigen, deed jij dat zelf, doet hij dat bij jou?A: dat deed hij. Hij boog mij met een hand naar voren.V: en wat van hem is dan in jou geweest?A: zijn handen en zijn lul.
V: en waar in jou?A: in m'n geslacht. Vingeren gebeurde zo'n twee tot drie keer en toen op een gegeven moment is de seks plaatsgevonden.V: De tijd tussen de eerste keer en de tweede keer, hoeveel zat daar tussen?A: een maand, twee maanden. Toen zijn we naar het Corversbos gegaan in Hilversum. Daar hebben we meerdere keren seks gehad. Zijn geslacht ging inmijn geslacht. En zijn vingers en mond heeft hij ook gebruikt .V: wat deed hij met z'n mond?A: bij m'n geslacht. [2]
- Uit het
proces-verbaal van verhoor getuigevan 16 januari 2025 volgt dat [getuige] onder meer het volgende, zakelijk weergegeven, heeft verklaard:
Zij noemde de jongen [naam] . Ze hebben vaker met elkaar geneukt. Ze hebben geneukt in het bos achter haar huis. Ze zei dat ze het meerdere keren op een avond deden als ze hadden afgesproken. Soms nam hij een fles alcohol mee als ze gingen afspreken. Ze vertelde mij dat ze dan samen gingen zuipen en dat zij dan bezopen was. [3]