Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Zitting
- de verdachte;
- de officier van justitie: mr. A.P.M. van Weegen;
- de advocaat van de verdachte: mr. M.G. Eckhardt (hierna: de advocaat).
2.Tenlastelegging
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid
5.Straf en/of maatregel
- een taakstraf van 160 uur, te vervangen door 80 dagen hechtenis als de verdachte deze taakstraf niet of niet goed uitvoert,
- een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen (rijontzegging) van 3 maanden.
6.Toegepaste wetsartikelen
- artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, van het Wetboek van Strafrecht;
- artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
7.De beslissing
- verklaart bewezen dat de verdachte het feit heeft gepleegd, zoals hierboven in paragraaf 3.4 is omschreven;
- verklaart het overige dat in de beschuldiging staat niet bewezen en spreekt de verdachte daarvan vrij;
taakstrafvan
60 uren;
ontzegtde verdachte ter zake van het bewezenverklaarde de bevoegdheid
motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
3 maanden;
- bepaalt dat de ontzegging
- als voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van twee (2) jaren vast.