ECLI:NL:RBMNE:2026:1046
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag vervoersvoorziening wegens onbevoegdheid UWV bij loonkostensubsidie
Eiser, met een chronische lichamelijke beperking, vroeg het UWV om een vervoersvoorziening voor een aangepaste auto om zelfstandig naar zijn werk te reizen. Het UWV wees de aanvraag af omdat eiser onder de uitzondering van artikel 35, vierde lid, Wet WIA valt, doordat zijn werkgever een loonkostensubsidie ontvangt. Hierdoor is de gemeente verantwoordelijk voor voorzieningen.
Eiser voerde aan dat hem door een arbeidsdeskundige was toegezegd dat de auto-aanpassing vergoed zou worden, en dat het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel in zijn voordeel spreken. De rechtbank oordeelde dat er geen concrete toezegging was en dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Ook het evenredigheidsbeginsel kon niet leiden tot een andere uitkomst, omdat de wetgever bewust een uitzondering heeft gemaakt.
De rechtbank benadrukte dat het UWV terecht de bevoegdheid ontzegd is en dat de gemeente verantwoordelijk is, ook al is het budget van de gemeente beperkt. Het beroep van eiser is daarom ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat het UWV niet bevoegd is de vervoersvoorziening toe te kennen vanwege loonkostensubsidie aan de werkgever.