Eiseres heeft op 21 mei 2024 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade voor aanvullende compensatie van werkelijke schade. Verweerder heeft niet tijdig op deze aanvraag beslist, waardoor eiseres op 17 december 2025 beroep instelde tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat verweerder in gebreke is gesteld op 11 november 2025. Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen, uiterlijk 15 juli 2026.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €50 per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van €15.000. Verweerder moet tevens het door eiseres betaalde griffierecht van €53 vergoeden. Er zijn geen overige proceskosten toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter G. Schnitzler en griffier L. El Kabch op 2 februari 2026. Partijen zijn niet gehoord omdat zij geen gebruik maakten van dit recht.