Eiser vroeg een WIA-uitkering aan na arbeidsongeschiktheid sinds juni 2021. Het UWV wees de aanvraag aanvankelijk af wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage onder 35%. Na bezwaar en beroep werd het percentage verhoogd tot 65,82% en werd alsnog een uitkering toegekend. Eiser betwistte de medische en arbeidskundige beoordeling en de indexering van het maatmanloon.
De rechtbank oordeelde dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts zorgvuldig en gemotiveerd was en dat eiser onvoldoende onderbouwing leverde voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Ook was de arbeidskundige beoordeling van de passendheid van functies en belastbaarheid voldoende gemotiveerd en overtuigend.
Wel stelde de rechtbank vast dat het UWV het maatmanloon onjuist had geïndexeerd naar juni 2023 in plaats van december 2023, conform het Schattingsbesluit en vaste rechtspraak. Dit leidde tot een gebrekkig besluit. De rechtbank gaf het UWV vier weken de tijd om dit gebrek te herstellen door het maatmanloon correct te indexeren en de arbeidsongeschiktheid opnieuw vast te stellen.
De rechtbank hield verdere beslissingen aan en bepaalde dat het UWV binnen twee weken moet melden of het gebruik maakt van de herstelmogelijkheid. De uitspraak is een tussenuitspraak en hoger beroep is nog niet mogelijk.