Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1091

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/2713
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZArt. 18 lid 2 Wet WOZArt. 18 lid 3 Wet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen WOZ-waarde en cultuurgrondvrijstelling voor grasland

Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van €99.000 voor een perceel cultuurgrond en stelt dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is omdat het perceel bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd. De heffingsambtenaar handhaafde de waarde en stelde dat geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie.

De rechtbank overweegt dat grasland zonder nadere onderbouwing niet als uitgezonderde cultuurgrond kan worden aangemerkt. Zelfs als het verbouwen van grasland bedrijfsmatig zou zijn, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een duurzaam oogmerk om winst te behalen. De heffingsambtenaar heeft gemotiveerd tegenbewijs geleverd, onder meer met luchtfoto’s die geen sporen van bedrijfsmatige landbouw tonen.

De rechtbank concludeert dat de cultuurgrondvrijstelling terecht niet is toegepast en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak op bezwaar blijft daarmee in stand en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en het niet toepassen van de cultuurgrondvrijstelling wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2713

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

en
de heffingsambtenaar van de Gemeentebelastingen [gemeente], de heffingsambtenaar
(gemachtigde: mr. T.C. Wildebeest).

Inleiding

1. In deze zaak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de hoogte van de WOZwaarde van de onroerende zaak aan de [adres] [plaats] naast 4 (het object).
2. In de beschikking van 25 februari 2023 (het primaire besluit) heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van het object voor het belastingjaar 2023 vastgesteld op € 99.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2022. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van het object ook aanslagen onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
3. Eiser heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. In de uitspraak op bezwaar van 13 februari 2024 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de WOZ-waarde van het object gehandhaafd.
4. Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
5. De zaak is behandeld op de zitting van 23 januari 2025. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, vergezeld door de pachter van het object dhr. [A] , en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.

Overwegingen

6. Eiser is eigenaar van het object, een perceel zijnde cultuurgrond. Eiser bepleit dat de vrijstelling voor cultuurgrond van toepassing is, omdat sprake is van bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. De heffingsambtenaar is het daar niet mee eens en stelt dat de waarde van het object niet te hoog is vastgesteld en dat de cultuurgrondvrijstelling terecht niet is toegepast.
Toestandspeildatum
7. De waardepeildatum van onderhavige WOZ-waarde voor belastingjaar 2023 is
1 januari 2022. [1] In sommige gevallen is ook de zogenoemde toestandspeildatum van belang bij de waardebepaling, bijvoorbeeld wanneer er iets wijzigt aan de onroerende zaak als gevolg van bouw, verbouwing, verbetering, afbraak of vernietiging en dat heeft invloed op de waarde. [2] In dit geval is de toestandspeildatum 1 januari 2023 van belang omdat eiser heeft aangegeven dat het perceel per 1 januari 2023 is verpacht aan een agrarisch bedrijf. De heffingsambtenaar kijkt dus voor de waardebepaling naar de staat van het object op 1 januari 2023.
Cultuurgrondvrijstelling voor grasland
8. Eiser stelt zich op het standpunt dat de cultuurgrondvrijstelling van toepassing is omdat het perceel verpacht is aan een agrarisch bedrijf dat de grond maait en bemest. Ter zitting heeft eiser verder toegelicht dat het klopt dat het perceel braak lag op 1 januari 2023, omdat het perceel pas in het voorjaar gebruikt kon worden voor de akkerbouw, en pas toen is ingezaaid. Op de zitting heeft eiser een foto laten zien waarop het perceel te zien is begroeid met gras. Volgens eiser is gras een gewas en dat maakt dat de vrijstelling van toepassing moet zijn. De heffingsambtenaar stelt dat uit meerdere waarnemingen niet is gebleken dat sprake is van agrarische activiteiten. De heffingsambtenaar heeft luchtfoto’s van verschillende momenten, namelijk 2 december 2021, 21 maart 2022, 16 juni 2022, 30 september 2022, 1 augustus 2023 en 6 november 2023, overgelegd om zijn standpunt te onderbouwen. Daarop is bijvoorbeeld een ingestorte foliekas en een klein schuurtje te zien. Ook is er een duidelijk verschil te zien tussen andere percelen waar wel sprake is van bedrijfsmatige geëxploiteerde cultuurgrond. Op die andere percelen zijn namelijk sporen te zien van bewerking van de grond door landbouwmachines, aldus de heffingsambtenaar.
9. Op grond van artikel 2, eerste lid en onder a, van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet WOZ geldt er een vrijstelling voor ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond. Volgens vaste jurisprudentie [3] is van bedrijfsmatige exploitatie van cultuurgrond alleen sprake wanneer met een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid aan het maatschappelijke productieproces wordt deelgenomen met het oogmerk om daarmee winst te behalen. Nu het gaat om een uitzondering op het wettelijke uitgangspunt dat de waarde van de onroerende zaak in volle omvang moet worden bepaald en de heffingsambtenaar gemotiveerd betwist dat is voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van die uitzondering, dient eiser feiten en omstandigheden aannemelijk te maken die het oordeel rechtvaardigen dat die uitzondering van toepassing is. [4]
10. De rechtbank is van oordeel dat de cultuurgrondvrijstelling terecht niet is toegepast door de heffingsambtenaar. Zonder nadere onderbouwing dat het verbouwen van gras bedrijfsmatig geschiedt, is grasland niet aan te merken als uitgezonderde cultuurgrond. [5] Zelfs als aangenomen zou worden dat het verbouwen van het grasland bedrijfsmatig geschiedt, heeft eiser geenszins onderbouwd dat aan de andere voorwaarden, zoals dat sprake moet zijn van oogmerk en redelijke verwachting om winst te behalen [6] , is voldaan. De heffingsambtenaar heeft, terwijl dat niet had gehoeven, tegenbewijs geleverd en gemotiveerd onderbouwd dat geen sprake is van bedrijfsmatige exploitatie van cultuurgrond. Eiser heeft daar niets tegenin gebracht. De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de uitspraak op bezwaar in stand blijft en eiser geen gelijk krijgt. Er bestaat daarom geen aanleiding voor een veroordeling van de proceskosten of vergoeding van het betaalde griffierecht.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van
mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zoals bepaald in artikel 18, lid 2 van de Wet WOZ.
2.Dat is geregeld in artikel 18, lid 3 van de Wet WOZ.
3.Zie bijvoorbeeld het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1379.
4.Zie de uitspraak van Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 juli 2020, ECLI:NL:GHARL:2020:5718.
5.Zie de uitspraak van de Rechtbank Noord Holland van 2 april 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:2972.
6.Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 28 januari 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:467 r.o. 4.5 en het arrest van de Hoge Raad van 14 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3197.