Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1093

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 maart 2026
Publicatiedatum
20 maart 2026
Zaaknummer
UTR 24/2413
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 lid 1 AwbArt. 6:13 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-in behandeling nemen bezwaarschrift parkeerbelasting

Op 20 december 2022 legde de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum aan eiser een naheffingsaanslag op wegens parkeren zonder parkeerrecht. Eiser maakte bezwaar tegen deze aanslag, maar dit bezwaar werd op 6 januari 2023 ongegrond verklaard.

Op 18 januari 2023 diende de gemachtigde van eiser namens hem een nieuw bezwaarschrift in tegen dezelfde naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar nam dit tweede bezwaarschrift niet in behandeling, omdat het eerste bezwaar reeds was afgehandeld. Tegen dit besluit stelde de gemachtigde op 13 februari 2024 beroep in bij de rechtbank.

De rechtbank behandelde de zaak op 23 januari 2026, waarbij geen van de partijen verscheen. De rechtbank oordeelde dat het besluit om het tweede bezwaarschrift niet in behandeling te nemen een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is. Omdat eiser geen bezwaar had gemaakt tegen dit besluit, stond er geen beroep open bij de bestuursrechter.

Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en ging niet inhoudelijk op de zaak in. De uitspraak werd gedaan door rechter V.E.H.G. Visser op 6 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van het tweede bezwaarschrift is niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/2413

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach)
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Hilversum, de heffingsambtenaar

Inleiding

1. Op 20 december 2022 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag opgelegd voor het parkeren zonder parkeerrecht. Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag. De heffingsambtenaar heeft in de uitspraak op bezwaar van 6 januari 2023 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.
2. Op 18 januari 2023 heeft gemachtigde van eiser namens eiser nogmaals bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag van 20 december 2022. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaarschrift niet in behandeling genomen met de mededeling dat eiser reeds zelf een bezwaarschrift had ingediend en dat dit bezwaarschrift reeds was afgehandeld. Op 13 februari 2024 heeft gemachtigde van eiser vervolgens beroep ingesteld.
3. De zaak is behandeld op de zitting van 23 januari 2026. Geen van de partijen is verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

4. De rechtbank stelt vast dat de beslissing van de heffingsambtenaar om het bezwaarschrift van gemachtigde van eiser van 18 januari 2023 niet in behandeling te nemen, als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet worden gezien. [1] Uit de Awb volgt ook dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen bezwaar heeft gemaakt. [2]
5. Eiser heeft geen bezwaar gemaakt tegen het besluit van de heffingsambtenaar om het bezwaarschrift van 18 januari 2023 niet in behandeling te nemen. Dat betekent dat er geen beroepsmogelijkheid bij de rechter openstaat.
6. Het beroep is niet-ontvankelijk en daarom komt de rechtbank niet toe aan een verdere inhoudelijke bespreking van de zaak.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. E. Stumpel, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 6 maart 2026.
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 1:3 lid 1 van Pro de Awb.
2.Artikel 6:13 van Pro de Awb.