Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2026:1099

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 februari 2026
Publicatiedatum
21 maart 2026
Zaaknummer
C/16/607157 / FZ RK 26-130
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 lid 2 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voortzetting crisismaatregel wegens onvolledig verzoekschrift

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 februari 2026 een verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel voor betrokkene, die verblijft bij GGZ Centraal. De burgemeester van Rotterdam had de crisismaatregel op 16 februari 2026 afgegeven.

Tijdens de zitting bleek dat de tweede pagina van het verzoekschrift ontbrak, waardoor de rechtbank niet kon vaststellen welke vormen van verplichte zorg werden verzocht. De officier van justitie werd voorafgaand aan de zitting op de hoogte gesteld en kreeg de kans om dit te herstellen, maar heeft niet gereageerd.

De rechtbank overwoog dat artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro weliswaar ambtshalve zorgvormen kan toewijzen, maar dit artikel is niet bedoeld om fouten van de officier van justitie te corrigeren. Ook de medische verklaring bood geen uitkomst omdat de officier van justitie een zelfstandige rol heeft in het verzoek. Daarom kon de rechtbank niet beslissen en wees het verzoek af.

Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: Verzoek tot voortzetting van de crisismaatregel wordt afgewezen wegens onvolledig verzoekschrift.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummer: C/16/607157 / FZ RK 26-130
Datum uitspraak: 20 februari 2026
Beschikking voortzetting crisismaatregel
op het verzoek van de officier van justitie voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] (Suriname),
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [woonplaats] ,
verblijvend bij GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] ,
advocaat: mr. M.A.D. Kok.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank heeft, na doorverwijzing vanuit de rechtbank Rotterdam op
18 februari 2026 het verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [A] , verpleegkundig specialist.

2.Wat vaststaat

Betrokkene verblijft met een crisismaatregel in GGZ Centraal, locatie [locatie] in [plaats] . De burgemeester van de gemeente Rotterdam heeft de crisismaatregel op 16 februari 2026 afgegeven.

3.Het verzoek

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor de duur van drie weken.

4.De beoordeling

4.1.
De rechtbank wijst het verzoek af. Hierna wordt uitgelegd waarom de rechtbank dit doet.
4.2.
In het verzoek dat de rechtbank van de officier van justitie heeft ontvangen ontbreekt de tweede pagina. Ook de advocaat en de zorgverantwoordelijke beschikken niet over pagina twee. Hierdoor is het verzoek voor alle aanwezigen incompleet. De rechtbank heeft de officier van justitie een dag voorafgaand aan de zitting hiervan op de hoogte gesteld en in de gelegenheid gesteld om deze fout te herstellen, maar de officier van justitie heeft hier geen gebruik van gemaakt. De officier van justitie heeft niet gereageerd. Gelet op het einde van pagina 1 en het begin van pagina 3, vermoedt de rechtbank dat op de tweede pagina de verzochte vormen van verplichte zorg gedeeltelijk worden genoemd. Deze pagina is derhalve noodzakelijk om te weten waar de rechtbank precies over moet beslissen. De rechtbank kan weliswaar op grond van artikel 6:4 lid 2 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ambtshalve zorgvormen toewijzen die niet zijn verzocht, maar de rechtbank is van oordeel dat dit wetsartikel niet bedoeld is om fouten van de officier van justitie te herstellen. Bovendien is het voor de rechtbank niet duidelijk welke vormen van verplichte zorg wel en welke niet zijn verzocht, terwijl artikel 6:4 lid 2 Wvggz Pro alleen bedoeld is om de verzochte vormen aan te vullen. Ook de medische verklaring kan niet gebruikt worden om de inhoud van het verzoek te reconstrueren, omdat de officier van justitie een zelfstandige rol en verantwoordelijkheid heeft in de keuze wat wel of niet verzocht wordt. De rechtbank weet dus niet waarop zij moet beslissen, en wijst daarom het verzoek af.

5.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2026 door mr G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van mr. L.J. Pel, griffier en op schrift gesteld op
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.