ECLI:NL:RBMNE:2026:110

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
11957558 \ MV EXPL 25-184 AW/1583
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • M.S. Koppert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 556 lid 1 RvArt. 557 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruimingsvordering wegens drugshandel vanuit gehuurde woning

De Alliantie heeft in kort geding gevorderd dat [gedaagde] de gehuurde woning ontruimt vanwege ernstige tekortkomingen, waaronder drugshandel vanuit de woning. [gedaagde] is niet verschenen en heeft geen verweer gevoerd.

De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst buitengerechtelijk is ontbonden en dat de burgemeester de woning heeft gesloten wegens drugshandel. Gezien de ernst van de tekortkomingen en het ontbreken van verweer, is er een spoedeisend belang bij ontruiming.

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening. Tevens wordt [gedaagde] veroordeeld tot betaling van de huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2025 tot de ontruiming en tot betaling van de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vordering tot ontruiming van de woning en betaling van huur en proceskosten wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11957558 \ MV EXPL 25-184 AW/1583
Vonnis in kort geding van 14 januari 2026
in de zaak van
STICHTING DE ALLIANTIE,
gevestigd te Hilversum,
eisende partij,
hierna te noemen: De Alliantie,
gemachtigde: mr. W. Vos,
tegen
[gedaagde],
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
De Alliantie heeft [gedaagde] op 30 december 2026 in kort geding gedagvaard om op 8 januari 2026 voor de kantonrechter te verschijnen. Daarbij heeft De Alliantie acht producties meegestuurd. Voor de zitting heeft De Alliantie nog een productie toegezonden.
1.2.
De zaak is op 8 januari 2026 bij de kantonrechter besproken. De Alliantie is verschenen. De Alliantie is tijdens de zitting bijgestaan door haar gemachtigde mr. N. Vermeulen. [gedaagde] is niet verschenen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat op de zitting is besproken.
1.3.
De kantonrechter heeft besloten dat vandaag de uitspraak is.

2.De kern van de zaak

2.1.
De Alliantie vordert in dit kort geding om [gedaagde] te veroordelen het gehuurde pand te ontruimen. [gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd. De kantonrechter wijst de vordering toe.

3.De beoordeling

3.1.
[gedaagde] huurt vanaf 14 april 2006 van De Alliantie de woning aan de [adres] in [plaats] . Op dit moment bedraagt de huurprijs € 678,12 per maand inclusief servicekosten. De Alliantie stelt dat [gedaagde] harddrugs dealt vanuit de woning en ook zelf gebruiker is. De woning is door de burgmeester met ingang van 26 september 2025 voor eerst vier weken gesloten. De sluiting is vervolgens verlengd tot 23 december 2025. De Alliantie heeft de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbonden.
3.2.
De Alliantie vordert in dit kort geding – samengevat – [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen. Daarnaast vordert De Alliantie [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de huur dan wel gebruiksvergoeding van € 678,12 per maand vanaf 1 oktober 2025 tot en met het eind van de maand waarin de ontruiming heeft plaatsgevonden en [gedaagde] te veroordelen in de ontruimingskosten. Tot slot vordert De Alliantie veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
Verstek
3.3.
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek zal worden verleend.
Het toetsingskader in dit kort geding
3.4.
In dit kort geding moet allereerst worden beoordeeld of De Alliantie een spoedeisend belang heeft bij haar vordering. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening nodig is en van partijen niet kan worden verwacht dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwachten. Vervolgens moet worden beoordeeld of aannemelijk is dat de vordering van De Alliantie in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft dat het gerechtvaardigd is op de toewijzing daarvan vooruit te lopen. In dit vonnis geeft de kantonrechter alleen een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.
3.5.
De kantonrechter stelt in dit kader voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.
Spoedeisend belang
3.6.
Het vereiste spoedeisend belang is, gelet op de aard van de vordering en het daarover door De Alliantie is gesteld, aanwezig. Dit betekent dat de vordering van De Alliantie inhoudelijk kan worden behandeld.
[gedaagde] moet de woning ontruiming
3.7.
De Alliantie heeft voorshands voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] ernstig tekortgeschoten is in de nakoming van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft dit niet weersproken. De ernst van de tekortkomingen rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure, en daarop vooruitlopend, de gevorderde ontruiming en ook de buitengerechtelijke ontbinding. De vordering van De Alliantie komt de kantonrechter verder niet onrechtmatig of ongegrond voor. De gevorderde ontruiming van de woning wordt dan ook toegewezen. De termijn voor ontruiming wordt bepaald op veertien dagen na betekening van dit vonnis.
3.8.
De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren zal worden afgewezen, omdat die ingevolge artikel 556 lid 1 en Pro artikel 557 Rv Pro overbodig is.
3.9.
De vordering om [gedaagde] op voorhand te veroordelen in de nog onbekende kosten van een eventuele gedwongen ontruiming is ook overbodig. Als die kosten worden gemaakt, zijn het nakosten en daarmee onderdeel van de proceskosten waarin [gedaagde] wordt veroordeeld. Die veroordeling levert een executoriale titel op voor alle proceskosten, dus ook voor de tot de nakosten behorende ontruimingskosten. Als bij de tenuitvoerlegging over de hoogte van die nakosten een geschil ontstaat, kan de rechter die alsnog begroten en daarvoor een bevelschrift afgeven.
[gedaagde] moet ook de lopende huurtermijnen/gebruiksvergoeding betalen
3.8.
De vordering tot betaling van de lopende huurtermijnen/gebruiksvergoeding van € 678,12 vanaf 1 oktober 2025 tot de dag van ontruiming, waarbij een gedeelte van de maand voor een hele wordt gerekend, wordt ook toegewezen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.10.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van De Alliantie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
145,45
- griffierecht
135,00
- salaris gemachtigde
543,00
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
958,45
Uitvoerbaar bij voorraad
3.11.
De Alliantie verzoekt het vonnis uitvoer bij voorraad te verklaren. [gedaagde] heeft geen bezwaar gemaakt tegen de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Evenmin zijn feiten en/of omstandigheden gebleken die aan toewijzing van deze vordering in de weg staan. Dit vonnis wordt daarom uitvoer bij voorraad verklaard.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [adres] te [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van De Alliantie zijn, en de sleutels af te geven aan De Alliantie,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan De Alliantie € 678,12 per maand aan huur/gebruiksvergoeding vanaf 1 oktober 2025 tot de dag van ontruiming, waarbij een gedeelte van de maand voor een hele wordt gerekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 958,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.S. Koppert en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026.